Mozambique (19 t/m 24 september 2011)

Mozambique (19 t/m 24 september 2011)

Maandagmorgen rijden we langs de grote baai van Pemba (de 4 na grootste baai in de wereld) en zien bont gekleurde vissersbootjes en grote schepen in het azuurblauwe water liggen. We trekken geld uit de muur en willen boodschappen doen in de enige supermarkt maar die is ivm een sterfgeval gesloten. Om 10 uur zijn we bij Mark Hoekstra van het WWF, zijn huis is prachtige gelegen aan de Indische Oceaan waar je in deze tijd dicht bij de kust walvissen kan zien maar nu helaas niet. Met Mark en zijn vrouw Anne rijden we in 2 auto’s naar het eiland Ibo. Onderweg lunchen we lekker want An heeft met haar Belgische kookkunst allerlei smakelijke hapjes bereid. Bij Ibo zetten we de auto’s op een bewaakte parkeerplaats en stappen op een militaire patrouilleboot van het Quiriba Nationale Park. Deze rubberboot is voorzien van 2 st 150 Pk buitenboord motoren en als we het ondiep water verlaten hebben geeft men gas en met echte een noodgang van tegen de 100 km per uur stuiven we over het water. Een matroos staat op de punt om ondieptes aan te geven. Het is een sensationele overtocht die ons in een kwartiertje naar het eiland brengt. We hebben een mooi ingerichte kamer in de prachtig gelegen Ibo Island Lodge die gevestigd is in het voormalige goeverneurshuis. We nemen even een verfrissende duik in het zwembad en op het dakterras van de lodge zien we onder het genot van een lekker koud drankje de zon ondergaan. Mark geeft een presentatie van het Quiriba Nationale park dat deels uit land beslaat maar vooral gericht is op de kust met de vele eilanden. Het gebied heeft pas sinds 2002 de status van een Nationaal Park en is zo groot als de provincies Friesland en Groningen samen. Het Wereld Natuur Fonds heeft de eerste jaren het Quirinba park opgezet en gemanaged maar dit moet in de toekomst gebeuren door de Mozambikaanse overheid. Mark is sinds april de WWF adviseur die de nieuwe parkmanager begeleidt naar het zelfstandig opereren. In het park wonen 150.000 mensen die tot voor kort het gebied milieubelastend gebruikten oa door overbevissing, houtkap en stroperij. Dat mag niet meer nu het een National park is geworden. De grootste uitdaging is om deze mensen goede alternatieven te bieden voor de nieuwe situatie en een balans te vinden tussen dier en mens want elk jaar worden 5 tot 10 mensen gedood door olifanten en leeuwen. We eten gezellig met Mark en Anne en zij vertellen over de Afrikaanse landen waar zij enige jaren gewerkt hebben.

Dinsdagmorgen brengen we eerst een beleefdheids bezoek aan de burgemeester die zijn kantoor heeft in een oud gerestaureerd koloniaal pand. Er heerst de sfeer van de jaren 50 met ouwerwetse hand typemachines en stapels met de hand geschreven formulieren. Het eiland Ibo was al voor de Middeleeuwen een belangrijke handelsplek en het is 400 jaar van Portugal geweest. We lopen door de brede straten met veel vervallen panden maar er staan ook recentelijk gerestaureerde Portugese koloniale huizen. Er gaat een grote rust uit van dit eiland dat de Unesco Werelderfgoed status heeft. We gaan naar het Portugese fort waar we als Vips toegezongen worden door swingend vrouwen. Er wordt uitgelegd hoe er voorlichting wordt gegeven over hygiëne oa hoe latrines/wc te maken zodat er niet meer gepoept wordt op het strand. Er is ook een groep die gezamenlijk spaart om later een eigen bedrijfje te beginnen, er worden armbanden gemaakt van uit zee aangespoelde slippers en zilversmeden maken allerlei sierraden en Joke koopt een mooi kettinkje. Al deze activiteiten worden mede gesteund door het WWF omdat de bevolking goede alternatieven moeten hebben nu hun woongebied een natuurpark is geworden. ’s Middags krijgen we in het veld  uitleg van Mark en zijn medewerkers over vis statistieken en de goede resultaten met de no-fish-zones, gebieden waar niet gevist mag worden zodat daar de vis kan volgroeien en uiteindelijk de visstand (en dus de vissers) erop vooruit gaat. Deze gebieden worden gecontroleerd door rangers en militaire met snelle boten. Aan het einde van de dag zijn we bij een vergadering van de mensen die voor het Quirimba NP werken. Er lopen nog veel dingen niet goed en er moet nog heel wat werk verzet worden maar met de zeer gedreven en enthousiaste Mark is men duidelijk op de goede weg.

Woensdagmorgen staan we al om 5 uur door verrekijkers te loeren naar de vele vogels die op het droog gevallen gebied hun voedsel zoeken. Er zijn meer dan 450 verschillende soorten in het park en Joke smult van de grote variëteit van haar gevederde vrienden. We gaan ook nog even langs bij een nieuw opgezette koffieplantage die de Ibo koffie als exclusieve lekkernij op de markt gaat brengen.

Om 9 uur verlaten we het mooie Ibo en varen langs de grote mangrove bossen die belangrijk zijn voor het natuurbehoud. We nemen afscheid van Mark en An en bedanken hen voor de zeer leerzame en leuke dagen die we hebben gehad.

Op weg naar het noorden, kopen we onderweg brood, tomaten en uien. De aankomende dagen reizen we door verlaten gebied en hebben geen vlees meer want toen de camper gestald stond was de koelkast uit. We kopen daarom langs de kant van de weg voor 3 euro een levende kip. Even verderop stoppen we om de “hoe slacht ik een kip” cursus van zwager Evert in de praktijk te brengen. Met de steel van de hamer geef ik een verdovings tik op de kippenkop en breek dan zijn nek zodanig dat deze er niet afgetrokken wordt. Na 2 minuten zijn de stuiptrekkingen opgehouden en ik vil de inmiddels dode kip op vakkundige wijze. De huid met veren worden geheel verwijderd en daarna de ingewanden. Na te zijn schoongespoeld wordt de kip in een pan in de koelkast gelegd en mag na 1 dag geconsumeerd worden. Slager Frans is zeer content over deze vlot verlopen actie.

We gaan naar Pagane waar op een smal schiereiland een camping is. De laatste 10 km moeten we over een uiterst mul zandpad rijden en komen dwars door een vissersdorp. Op een prachtig zandstrand zetten we de camper onder één van de vele palmbomen. Het is een uiterst primitieve camping zonder elektriciteit, er is een kleine afscheiding van palmbladeren waar een douche is met water een vat en een op het zand geplaatste wc pot die je doorspoelt met zeewater maar….gelegen op een Bountystrand.

Als het om half 6 donker wordt maakt de watchman een mooi kampvuurtje. Onder een heldere sterrenhemel eten we. Even later komt de watchman weer en gebaart dat hij hoofdpijn heeft, we geven paracetamols en als hij deze ingenomen heeft ploft hij voor dood neer op het strand.

Als ik donderdagmorgen om half zes uit bed ben en uit het camperraam kijk blijkt dat de watchman er niet meer ligt en dus waarschijnlijk uit den dode is opgestaan. Op de kalme zee zijn vissers in kleine bootjes aan het vissen en de palmbomen ruisen in de wind: wat een rust!!

We blijven hier vandaag en doen op ons gemak wat dingen aan de camper, lezen wat en nemen af en toe een duik in het heldere water van de Indische Oceaan om af te koelen. De foto’s en video’s worden op de laptop gezet en bekeken. De eigenaar van de camping laat 4 vers gevangen kreeften zien die prachtige kleuren hebben en voor 5 euro pp kan hij deze als avondmaaltijd bereiden en voor 25 euro cent wordt een kokosnoot uit de boom gehaald: Het ultieme Zwitserleven gevoel wordt hier werkelijkheid. ’s Middags lopen we langs het strand naar het vissersdorpje en zien hoe men druk in de weer is om vis te drogen. We kopen een paar broodjes en wat pinda koekjes. Na een duik in zee en een zoet water douche genieten we van een door de zonnepanelen gekoeld biertje. Om 6 uur wordt onze avondmaaltijd bij de camper geserveerd: rijst met geroosterde langoustines.

Vrijdagmorgen vertrekken we uit dit paradijsje en zien bij het strand een meisje lopen met een wit gezicht. Dat zie je hier wel meer, het is namelijk een oude gewoonte waarbij een soort klei een masker is tegen de zon. We willen een track langs de kust nemen maar hebben gehoord dat die niet meer berijdbaar is omdat een brug is weggespoeld en er op sommige plekken nog landmijnen kunnen liggen uit de burgeroorlog!! En daar wagen we onze mooie camper (en ons zelf ) maar niet aan. Na 2 uur rijden over een zandweg komen we bij een asfaltweg en kunnen gas geven. Je mag 80 km per uur rijden maar soms staan op de meest vreemde plekken een bord van 50 km. Bij dorpjes staat af en toe een bord van 50 km maar borden einde 50 km zijn hier een grote zeldzaamheid. Je voelt het al aankomen: we worden aangehouden op een plek waar een paar hutjes staan: ik reed 73 km per uur. Ik moet mijn rijbewijs geven maar die kan ik niet vinden en geef het rijbewijs van Joke maar… daar stinkt de diender niet in. Ik zoek me een ongeluk naar mijn rijbewijs maar die blijft zoek. Uiteindelijk geef ik een eigenhandig geplastificeerde kopie en mijn verlopen internationale ANWB rijbewijs waarop ik zelf een stempel en handtekening heb gezet zodat lijkt dat deze verlengd is. De agent kijkt er even op en ik pak ze snel weer aan en moet dan 25 euro boete voor te hard rijden betalen. Ik vraag om en kwitantie die hij met duidelijke tegenzin uitschrijft en we mogen verder.

In een dorpje kopen we eieren en brood en vervolgen de geasfalteerde weg waarin meer en meer potholes komen. Op sommige plekken is het asfalt compleet verdwenen en er zijn zoveel diepe gaten dat we maar 25 km per uur kunnen rijden. Over het zeer slechte stuk van 75 km doen we 2 uur langer dan gepland. In Mueda is de laatste tank mogelijkheid voor de grens en zouden eigenlijk nog een paar uur door rijden maar we zijn het gehobbel flink zat. Op de binnenplaats van een keurig verzorgd hotelletje mogen we de camper zetten tegen dezelfde prijs als voor een kamer nl 6 euro maar we slapen gewoon in onze eigen camper. ’s Avonds doen we een spelletje canasta dat Joke wint.

Als we zaterdag om 6 uur wegrijden hebben we een lange dag voor de boeg en moeten waarschijnlijk bush campen want er zijn geen overnachtingsplekken. Een jaar geleden is er een nieuwe brug gebouwd over de grensrivier van Mozambique en Tanzania. Voordat de brug er was reed je over een geasfalteerde kustweg naar het noorden en moest je bij de monding van de rivier met een gammele veerboot de grensrivier oversteken. Nu kan je alleen nog maar met de auto via de nieuwe brug de grens oversteken die echter 250 km land inwaarts is gebouwd omdat de rivier daar niet zo breed is… dit betekent een omweg van 350 km!! over grotendeels zanderige bospaden. Volgens de gps duurt het 10 uur om de 175 km naar de brug af te leggen maar gelukkig hebben ze de zandweg verbreed en gladder gemaakt. Er is echter een heel mul stuk bij en een wolk van poederzand komt naar binnen, we hebben nauwelijks zicht en even later ligt over de binnen- en buitenkant van de camper een dikke rode laag stof. Als we al na 4 uur rijden bijna bij de grens zijn komen we op een stukje gloednieuwe asfaltweg midden in de bush. De grensformaliteiten duren maar een klein uurtje en we vervolgen de asfaltweg die echter na 3 km ophoudt en weer overgaat in een zandweg. De reis blijft echter voorspoedig gaan en door de laatste 250 km over asfalt zijn we na 11 uur en 500 km rijden bij een lodge aan zee. We nemen een lekkere douche om al het stof weg te spoelen en wat biertjes zorgen ervoor dat binnen ook alle stof verdwijnt. Met uitzicht op een mooie baai consumeren we een heerlijke warme tagliatelle maaltijd met een eigenhandig koud gemaakte kip


				
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.