Rwanda (17 t/m 23 oktober 2011)

Rwanda (17 t/m 23 oktober 2011)



We rijden maandagmorgen naar de grens en in een poep en een scheet zijn de formaliteiten aan de Tanzaniaanse kant geregeld. We rijden over de brug van de grensrivier en zien bruin modderwater van de Rusoma waterval naar beneden storten. Aan de zijde van Rwanda horen we dat je via internet een visum moet aanvragen, ik zeg tegen de douaneman dat het anders in de reisgids staat en hij vraagt of ik het hem wil laten zien. Als hij het gelezen heeft zegt hij op zeer formele wijze dat je niet alle Westerse boeken moet geloven en dat het niet klopt want een visum kost geen $60 maar $30 (mooi zo) en is aan de grens niet verkrijgbaar is. Na wat geslijm is men toch bereid om hier de visa te verstrekken en kunnen we Rwanda inrijden en wel aan de rechterkant van de weg en dat hebben we in Afrika de laatste 30.000 km niet meer gedaan.

Rwanda is qua grootte iets meer dan de helft van Nederland en heeft 10 miljoen inwoners die bijna allemaal Christelijk zijn. De Hutu’s zijn met ca 80% de grootste bevolkingsgroep en de Tutsi’s zijn duidelijk in de minderheid met maar 20%. Rwanda wordt het land van de 1000 heuvelen genoemd en dat klopt zonder meer. De temperatuur is rond de 25 graden omdat het op gemiddeld. 1800 meter boven zeespiegel ligt.

Wat ons meteen op valt is dat er zoveel mensen op straat zijn, dat het enorm groen is en dat op elk stukje grond gewassen worden verbouwd. Maar wat het meest op valt is dat het schoon is: nergens ligt afval. Dat komt omdat je in Rwanda een hoge boete krijgt als je afval op straat gooit en dat in de winkels alleen papieren draagtassen worden gegeven: een zeer goed initiatief voor de rest van Afrika want daar ziet het zwart van zwerfplastic! Onderweg worden we door bijna elk schoolkind toegezwaaid. We gaan naar een restaurant/camping aan een meer waar een grote kraanvogel rondloopt en die we van dichtbij goed kunnen bekijken, wat een prachtig beest. Hij is wel honds brutaal want hij wil de koekjes van de tafel pikken. Er zijn hier ook veel andere vogels, Joke speurt door de verrekijker, zoekt de namen op en noteert dan de datum in haar grote vogelaarboek van Oost-Afrika.

Dinsdagmorgen rijden we naar de hoofdstad Kigali en zien veel fietsen die afgeladen zijn met grote bananentrossen. Even later komen we langs een markt waar het groen ziet van de bananen die daar verhandeld worden. Als we in Kigali aan komen zien we vrouwen de straat schoon vegen en dit is in grote tegenstelling met andere Afrikaanse steden waar men nooit veegt maar juist alles gewoon op straat flikkert. De stad ziet er uiterst verzorgd uit met veel bomen en bloeiende planten en er is heel wat bouwactiviteit gaande met grote hijskranen. We gaan naar het bureau van de Nationale Parken en kunnen, om dat het laag seizoen is, voor morgen al permits krijgen (lees: voor heel veel geld kopen) om een gorilla trekking te doen. Daarna lopen we naar “Hotel Les Milles Collines” waar in 1994 het waargebeurde verhaal zich heeft afgespeeld van de film “Hotel Rwanda”. Er zijn daar toen honderden Tutsi’s opgevangen die probeerde te ontsnappen aan de genocide waarbij in 100 dagen meer dan 1 miljoen Tutsi’s zijn vermoord door extreme Hutu’s. We drinken een cappuccino aan het zwembad van het hotel dat we herkennen van de film en dat geeft zachtjes gezegd een apart gevoel.

Na de boodschappen en internetten rijden we naar het noorden. Door de slingerende wegen over de vele heuvels, de grote getale mensen op straat en de vele dorpjes doen we over de 80 km ruim 2 uur over de goede asfaltweg. Als we onderweg willen stoppen om koffie te drinken is er bijna geen rustig plekje te vinden. Er komen meteen mensen naar ons toe die pal voor de deur gaan staan loeren en dan om geld of eten vragen terwijl niemand in dit vruchtbare land honger hoeft te lijden.

Net voor de poort van het Nationale Parc des Vulcans kunnen we op het parkeerterrein staan van een lodge. Dit zal de aankomende dagen wel meer gebeuren want er zijn in heel Rwanda slechts 4 campings. We lopen naar een dorpje en een paar jongens vragen waar we vandaan komen. Als we zeggen uit Nederland beginnen ze gelijk over de WK voetbal en vertellen dan dat hun bal kapot is en niet meer kunnen voetballen. Ik geloof hen, geef ze geld om een bal te kopen en ook een grote geplastificeerde foto van het Nederlands elftal. Ze kennen de namen van de meeste spelers en lopen dan trots als een pauw weg.

Woensdag gaan we om 7 uur naar het vertrekpunt voor de gorilla trekking. Er zijn in dit park nog 350 berggorilla’s van de totaal 750 op de hele wereld. Per dag mogen maar 80 mensen naar de gorilla’s met 8 mensen per groep. Men heeft ons vergeten in te delen met als gevolg dat we maar met ons tweeën met een gids gaan. We rijden naar de voet van een vulkaan en beginnen een steile klim over gladde paden We zijn hier op bijna 3000 meter hoogte en dan is het flink hijgen in de ijle lucht. Onze gids heeft radio contact met “trackers” die vooruit zijn gegaan en daardoor weten waar onze groep gorilla’s zich bevindt. Na 1 ? uur zien we in verte 4 zwart gorilla’s op een heuveltje zitten. De gids geeft ons nog wat instructies en we mogen een uur bij de gorilla’s blijven. We naderen het groepje en de gids maakt een “grgrgr” geluid dat betekent dat we met goede bedoelingen komen. Dat is maar goed ook want berg gorilla’s zijn bepaald geen kleine aapjes. Gorilla’s leven in groepen waarbij 1 dominant mannetje (zeg maar rustig MAN) de baas is, dit is een “Silver back” (omdat zijn rug zilvergrijs van kleur is) die zeer imposant gespierd is, 200 kg weegt en een overduidelijk uitstraling heeft dat er maar eentje de baas is. Eén van de vrouwtjes gorilla’s zit op takken te kauwen en heeft een baby op haar rug. Na enige tijd loopt ze onze richting op, passeert ons op 2 meter afstand, keurt ons geen blik waardig maar poept al lopend een grote groene keutel uit; zou dit betekenen dat ze schijt aan ons heeft? Verderop zitten 2 jonge gorilla’s op een muurtje te flikvlooien en gooien stenen van het muurtje. De groep gaat de jungle in en wij volgen hen. Door de dichte begroeiing kunnen we ze nauwelijks zien maar dan komt Mr. Silverback himself naar ons toe. Onze gids gebaart dat we voorzichtig een paar passen achteruit moeten doen en fluistert “don’t panic”. Dat is gemakkelijk gezegd en dat doen we dan ook maar niet. We vinden het wel “een beetje eng” als zo’n kolossale King Kong op 3 meter afstand voorbij loopt: dit is wel wat anders dan met je kleinkinderen op een tribune in de Apenheul naar gorilla’s kijken! Tien meter verder zit een vrouwtje in de struiken en de baas is in de mood en bedrijft uitgebreid de liefde. De gids heeft mijn camera genomen en filmt het, maar doordat het donker is in het liefdesnest zijn niet alle details goed zichtbaar en dat is maar goed ook want Vader Cats zei een paar honderd jaar geleden al “Het bedgordijn hoort toe te zijn”. Als na enige tijd de klus geklaard is komen ze weer langs met een blik van “wie maakt mij wat” en gaan de berg op en worden minder zichtbaar doordat het mistig is geworden. Dus letterlijk “Gorilla’s in the mist” zoals in de film over biologe Dian Fossey. Het uur zit erop en we hebben doordat we maar met z’n tweeën waren een uitzonderlijke gorilla trek gedaan en prachtige film- en fotobeelden op de chip staan.

’s Middags rijden we naar het Gisenyi en gaan staan op de parkeerplaats van de Paradise Malahided lodge. We genieten in de prachtig bloeiende tuin van een zonsondergang met vissersbootjes die op het Kivu meer varen. Bij het kampvuur spreken we een Frans stel dat hier in één week 5 gorillatrekkingen heeft gedaan. Als wij hen vertellen over onze ene trekking zijn ze stront jaloers. In het gezellige restaurant eten we heerlijk en een dansgroep besluit deze prachtige dag.

We nemen donderdag de onverharde weg langs het Kivumeer. Hier zijn de mensen niet gewend aan passanten en we worden vol verbazing aangestaard, als we zwaaien beginnen ze te lachen en zwaaien terug. Het is een hobbelpad met keien en horen een vreemd “donkdonk”geluid. Ik inspecteer de auto en zie dat de rubber ophangbussen van beide achter schokbrekers kapot zijn. We kunnen wel doorrijden maar doen extra voorzichtig bij de vele kuilen. De route is prachtig door theeplantages waarbij de fel groene theestruiken ook tegen de steile hellingen zijn geplant. We kronkelen heuvel op en heuvel af en hebben prachtige uitzichten en doen over de 100 km ruim 5 uur. In Kibulja vragen we eerst waar een garage is. Naast een benzinepomp is een smeerput waar 2 man aan het werk zijn. Zij zeggen dat ze het probleem kunnen oplossen en duiken meteen onder de auto en maken de schokbrekers los en monteren, na hun zegge, originele LandCruiser ophangrubbers. Dit is de eerste keer dat we een probleem hebben met de auto dat ik zelf niet kan oplossen omdat ik niet de juiste onderdelen bij me heb. Vorige week zag ik op een enorm hobbelige track iets van de auto vallen, dat was de buitenspiegel die zelf gelukkig nog heel was. De speciale steun was gebroken en dat kon ik zelf repareren met een rvs oogbout van FlexiForce.

We rijden naar een hotel en kunnen pal aan het Kivumeer op een graslandje staan en gebruik maken van een kamer voor toilet en douche. Het is vandaag heerlijk zonnig weer maar de gebruikelijke middagregen is een echte tropische stortbui. We eten voor de camper en Joke mag van mij winnen met canasta.

Vrijdagmorgen vervolgen we de route langs het meer maar na 1 km wordt aan een brug gewerkt en moeten omrijden. Er staat natuurlijk geen enkel bord maar na wat gevraag komen we op een smal pad. Door de stortregens van gisteren is het één grote blubber bende waar de LandCruiser door moet ploeteren en glijdt door de spekgladde ondergrond regelmatig weg. Verderop zijn de 2 moddersporen dusdanig diep dat de onderkant van de LC de grond raakt maar we moeten verder want terug gaan kan niet meer. Bij een smal gedeelte glijden we bijna in een slootje maar redden het en komen gelukkig zonder kleerscheuren aan de andere kant van de brug uit. Onderweg worden we door bijna alle kinderen toegezwaaid, die dan ook meteen roepen: money, money. We passeren een groepje mannen die een houten brancard dragen. Ze kijken ons smekend aan en we stoppen. Ze spreken geen Engels maar het is duidelijk dat de oude vrouw die ze lopend vervoeren ernstig ziek is en naar een ziekenhuis wordt gebracht. We leggen op de vloer van de camper kussens van de bank met daarover een kleed waarop de oude vrouw wordt gelegd. Haar man en nog een vrouw gaan mee. Uiterst behoedzaam probeer ik de hobbels te nemen en na ca. 6 km komen we bij een dorpje waar een kliniek is en we worden hartelijk bedankt voor onze hulp. We luchten de camper want niet alle passagiers roken bepaald lekker. Dus ook hier is er een markt voor Peter’s Sakaramenta fietsambulances!

We vervolgen onze rit en nemen de ene heuvel na de andere waarop elk plekje gewassen worden verbouwd zoals aardappelen, bonen, wortels etc. Om 2 uur rijden we het Natuurpark Nyungwe in dat één van de laatste regen oerwouden is in Oost-Afrika. Bij het kantoor horen we dat de campingprijs belachelijk hoog is terwijl er alleen een klein hokje staat met een gat in de vloer en dat je alleen onder leiding van een gids in het regenwoud mag wandelen. Desondanks besluiten we toch te blijven omdat we tot nu toe weinig lichaamsbeweging hebben gehad en morgen graag willen lopen in een uniek gebied. We staan op 2500meter hoogte en om 6 uur koelt het al flink af maar we kunnen ons warmen en eten bij een kampvuur dat de bewaker maakt.

Zaterdag doen we met een gids een loop in het tropische regenwoud. De gids vertelt dat van veel bomen de bast of de bladeren wordt gebruikt als medicijn tegen bijvoorbeeld buik- of hoofdpijn, diarree of om bloedingen te stoppen. De bladeren van 1 boom zijn heel zacht en deze worden gebruikt om je kont af te vegen. Er staan veel grote kaarsrechte mahonie bomen die 100den jaren oud kunnen worden en andere bomen waarvan de kruinen op eilandjes lijken. Bij sommige bomen beginnen de wortels al 2 meter boven de grond en verbreden zich, deze zijn deze hol en dominante mannetjes apen gebruiken deze als trommel om signalen door te geven aan zijn groep. Er zijn in dit regenwoud 250 verschillende vogels en 10 apen soorten maar door de dichte begroeiing zien we gedurende de loop van 4 uur maar 3 vogels en 2 apen en dat valt zwaar tegen.

Om 12 uur rijden we weg en zien onderweg een grote groep schoolkinderen lopen die naar ons zwaaien; als er een fietser met een noodgang van de berg af komt scheuren schrikt hij, raakt bijna een kind en maakt een rot smak op het asfalt, schuift door en komt 10 meter voor onze auto tot stilstand. Hij blijft stil liggen maar wordt dan overeind geholpen en heeft flinke schrammen en een bebloede kop maar kan gelukkig gewoon naar de kant lopen.

Om 3 uur zijn we bij het Murambi genocide museum met een foto expositie die uitleg geeft over het drama dat zich hier in 1994 heeft afgespeeld. Meer dan 50.000 Tutsi’s hebben hier in schoolgebouwen een schuilplaats proberen te vinden maar zijn bijna allemaal door Hutu’s afgeslacht met hakmessen, knuppels en kogels. We lopen naar het schoolgebouw waarin 100den geprepareerde lijken liggen van mannen, vrouwen, kinderen en baby’s waarvan sommige met afgehakte ledematen. Wat een hel heeft zich hier afgespeeld.

We rijden naar het Ibis hotel in Butare en kunnen na wat aandringen op de binnenplaats staan en er breekt een enorme tropische bui los. ’s Avonds eten we lekker in het Franse restaurant van het hotel.

Zondag willen we naar het Nationale museum maar dat is gesloten. We rijden naar Kigali en doen daar boodschappen in een supermarkt met allerlei westerse lekkernijen zoals kaas, wijn en lekker brood en goed vlees. We besluiten om vandaag al naar Uganda te gaan maar willen eerst het Genocide Museum in Kigali bezoeken. Er wordt een- iets gekleurde- uitleg over de aanleiding van de genocide gegeven. Ook in 1960 zijn 10.000den Tutsi’s vermoord en anderen gevlucht doordat de toenmalige overheid propaganda verspreide dat (de rijkere) Tutsi’s leugenaars en dieven waren en dat de Tutsi’s maar niet met hen moesten omgaan. In de negentiger jaren werd in het geheim de genocide voorbereid en toen het vliegtuig van de president werd neergeschoten brak letterlijk de hel los. Via de radio moedigde de regering aan om het Tutsi probleem op te lossen. Zelfs buren die jarenlang vreedzaam hadden samengeleefd werden moordenaars en veranderden in beesten. In 100 dagen werden meer dan 1 miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord en de straten lagen bezaaid met lijken en afgehakte ledematen. In het museum is ook een afdeling waar over andere genocides wordt verteld zoals die van de Armeniërs, de Heroro’s, de Joodse Holocaust, Cambodja en Joegoslavië. Diep onder de indruk vertrekken we met de vraag hoe het mogelijk is dat mensen zo kunnen worden.

We rijden naar het noorden en komen langs een meer waar de vissers met hun aparte boten uitvaren om te gaan vissen.

We gaan naar de grens en verlaten dit speciale land. Rwanda is een schoon en opgeruimd land dat goed georganiseerd is, waar geen honger is mede omdat het hele jaar allerlei gewassen verbouwd kunnen worden. Waarbij in elk dorp iedereen verplicht is om de laatste zaterdag van de maand een paar uur het dorp schoon te maken. Een land waar geen producten langs de kant van de weg verkocht mogen worden en waar strooien daken verboden zijn omdat dat “armoedig” staat. Een land waar elk dorp elektriciteit heeft en verbonden is met een modern glasvezelnet. Een land waar de genocide van 1994 nog steeds een grote impact heeft maar waar hard gewerkt wordt aan verzoening. Waar de democratisch gekozen president Paul Kagama sober leeft en niet corrupt is maar wel zijn politieke tegenstanders jarenlang opsluit in de gevangenis en waar geen persvrijheid is en de geheime dienst velen afluistert. Kortom een heel apart en indrukwekkend land.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.