Tanzania 3 (9 t/m 16 oktober 2011)
We staan zondagmorgen tijdens de ochtendschemering op en zien dat de zebra’s en wildebeesten op de grote vlakte voor ons al staan te grazen. We hebben vannacht als ossen geslapen in de bush en niet gemerkt of er dieren dicht bij de camper zijn geweest. We rijden richting hippo-pool en zien dan op een enorme vlakte 1000den buffels en zebra’s die grazen van het malse gras en zich laven met water uit de vele poeltjes. Bij de hippo-pool zien we zowaar ook nijlpaarden die in het water en op de kant liggen. Twee van die voorhistorisch aandoende beesten kruipen het water uit en lopen waggelend het land op en ploffen dan neer. Er staan hier wel 10 safariauto’s en wij zijn de enige met eigen auto. De chauffeurs kijken volbewondering naar ons prachtige voertuig en als een paar landgenoten vragen hoe we hier gekomen zijn en antwoorden met gepaste trots: “rijdend vanuit Nederland ”. Als we bij de uitgang zijn staat een groepje olifanten op 2 meter van de auto en zij en wij zijn helemaal niet bang.
We gaan naar een camping in Mto wa Mbu (dat betekent in Swahili: rivier van de muggen), Joke doet een wasje, ik maak mijn verslag af en zoek de foto’s uit en duiken daarna het zwembad in waar zowaar water in staat: en dat is een zeldzaamheid in Afrika! We kopen bij de camping een groot schilderij met daarop Masai krijgers gewapend met speren. Het doek wordt van het houten frame gehaald en opgerold zodat we het makkelijk kunnen meenemen.
We fietsen naar het dorpje en versturen in een internetcafé het verslag en drinken dan bij een barretje langs de weg een koude rakker en zien het dorpsleven aan ons voorbij komen: fietsende mannen, mooi geklede vrouwen en kleurige Masai’s. Op de camping staan inmiddels een 10-tal tentjes van westerlingen die met touroperators naar de grote parken gaan. Het is een heerlijke zwoele avond en genieten op het terras van een lekkere maaltijd. Vandaag is het 2 jaar geleden dat we begonnen zijn met onze AfricaByBushcamper reis en hebben nog geen seconde spijt gehad van deze leuke en avontuurlijke reis
Het regent maandagmorgen en daardoor is er weinig zicht. We rijden naar de ingang van het wereld beroemde Ngorongoro wildpark om daar te beslissen of we naar binnen gaan. Van een chauffeur die net van de 2300 meter hoge vulkaan komt horen we dat het zicht heel matig is en besluiten om nu niet te gaan. We rijden naar een camping om te wachten of het zicht verbetert. Na enige tijd stopt de regen en het wordt helder en rijden om 3 uur toch naar de ingang van het park. De toegangsprijzen zijn zacht gezegd zeer pittig maar wie het breed heeft etc. De Ngorongoro was vroeger een 5500 meter hoge vulkaan die ca. 2 miljoen jaar geleden is geïmplodeerd waarbij een kratervlakte is ontstaan met een doorsnee van ca. 20 kilometer. Het unieke is dat de kraterrand geheel in tact is gebleven en dat in het kraterdal veel dieren zijn, waaronder de Big 5, die er moeilijk uit kunnen door de 600 meter hoge en zeer steile kraterrand. De weg omhoog is door de regen erg glibberig, maar op 2300 meter op de rand van de krater hebben we een ongelofelijk mooi uitzicht op het kraterdal dat 600 meter lager ligt. Het landschap is hoofdzakelijk grasland dat afgewisseld wordt door een groot zoutmeer, bossen, moerassen en riviertjes. Op de vlaktes zien we grote groepen dieren lopen, een prachtig gezicht. Bij de camping hebben we wat gebakkelei met de beheerder die Gestapo trekjes heeft, maar uiteindelijk staan we op een plek met uitzicht op het kraterdal. Het is op deze hoogte knap koud en eten in de warme camper terwijl de andere camping gasten vernikkelen van de kou in hun koepeltentjes.
Dinsdagmorgen is het helaas erg mistig. Bij de controlepost van de kronkelweg naar het kraterdal horen we dat er met elke auto een gids moet. Daar hebben we natuurlijk helemaal geen zin in en zeggen dat we maar 2 stoelen hebben en dat er niemand mee kan in de afgesloten campercabine maar.…dat er wel plaats is op het dak van de camper. Dat vindt men hier zelfs geen optie en dus mogen wij zonder gids verder. We rijden de steile weg af en balen enorm van het slechte zicht. Als we echter 100 meter zijn afgedaald verdwijnt plotseling de mist en zien de prachtige omgeving. Even verder zijn 2 auto’s gestopt en we zien een imposante mannetjes leeuw op de helling lopen. Even verder zien we en grote groep kraanvogels met prachtig gekleurde vleugels. We komen bij een moeras gebied waar 2 buffels tot hun pens in de modder weggezakt staan te vreten van het gras. We drinken koffie bij een meer waarin 1000den roze flamingo’s staan en er komt een hyena die te vergeefs probeert hen te besluipen.
We lunchen bij een meertje en Joke verwarmt knakworstjes uit blik die 3 maanden over de houdbaarheids datum zijn, ze zijn echter dusdanig droog dat we ze weggooien en dan worden ze lekker opgepeuzeld door parelhoenders. Er cirkelen ook een paar buizerds boven ons en wij denken dat die ook die droge worstjes willen hebben. Plotseling scheert een buizerd langs de camperdeur en pikt in zijn vlucht het broodje uit Joke haar hand en raakt daarbij met zijn scherpe klauw het lieve handje van mijn vrouwtje; Joke schrikt dat ze wipt maar gelukkig is het een kleine kras die slechts een beetje bloedt.
We zien ’s middags nog veel meer wild in dit unieke park en rijden om 3 uur de krater uit naar een dichtbij gelegen camping. We spreken daar een Belgisch echtpaar die met 20 anderen een georganiseerde maken in een overlandtruck en vijf Afrikaanse landen aandoen. Met deze Djoserreis doen ze in 3 weken tijd zoveel mogelijk bekende plekken aan en zij klagen over de enorme lange reisdagen van soms wel 14 uur.
We nemen woensdag een track naar het Lake Natron dat tegen de grens met Kenia ligt en komen door het gebied waar veel Masais wonen. Als we een koffiestop houden komen er 4 Masai jongens aanlopen die in dit verlaten gebied geiten en koeien hoeden. Ze spreken geen woord Engels en kijken heel nieuwsgierig naar de camper en willen graag op de foto terwijl op de achtergrond een paar giraffes oversteken.
Bij een dorpje is een slagboom en moeten hier als buitenlanders $10 pp betalen omdat we in hun district komen. Ik had gelezen dat er een slagboom was waar $ 5 pp wordt berekend en probeer af te dingen maar het lukt niet. We vervolgen onze route en de piste wordt slechter terwijl het landschap mooier wordt met hoge bergen en grote vlaktes waarop de Masai’s hun vee hoeden. Na 30 km komen we weer bij een slagboom en men zegt dat we nu in een ander district komen en $10 pp en ook nog eens $15 voor de auto moeten betalen omdat deze een buitenlands kentekenplaat heeft. Ik probeer af te dingen, maak me echt kwaad en dreig om te keren maar zonder resultaat. Tenslotte betalen we maar en ik krijg wel een reçuutje. De weg wordt nog slechter en de omgeving nog mooier en doet aan als een maanlandschap. Dicht bij het meer is er weer een slagboom en op een officieel document staat dat buitenlanders $15 pp en voor een auto met niet-Tanziniaans kenteken $20 moeten betalen. Ik besluit me niet nog een keer op te winden en vraag of er nog meer slagbomen zijn, maar dit is de laatste. Ik zeg dat ik bij de ambassade werk en een geel Tanzaniaans kentekenplaat heb met de letters NL van de Nederlandse ambassade en zowaar moet ik “alleen maar” voor 2 personen $30 betalen. We komen op een camping met primitieve voorzieningen maar een prachtig uitzicht op het Lake Natron en op de achtergrond de 2900 meter hoge Lengei vulkaan die 3 jaar geleden nog een uitbarsting heeft gehad, dat is langer geleden dan mijn woede uitbarsting over de slagbomen.
We willen naar het Natron meer om flamingo’s te bekijken maar sinds kort mag dat alleen met een gids: kosten 25 euro, dat kan er nog wel bij!! Afijn, we gaan met een gids naar het ondiepe zoutmeer en parkeren aan de rand, lopen 2 km en zien dan van dichtbij 10.000den roze flamingo’s zich te goed doen aan de alg. Het enige wat de gids vertelt is dat het meer ondiep en erg zout is en er 2 soorten flamingo’s zijn, maar dat wisten we al uit de reisgids.
Tanzania is een mooi land maar de overheid en ook de toeristensector heeft de kortzichtige instelling dat je buitenlandse toeristen belachelijke hoge prijzen moet laten betalen zonder dat er echts iets tegenover staat; en straks maar klagen dat er nog zo weinig toeristen komen.
Donderdag morgen staan aan de poort een paar Masai meisjes en vrouwen die sieraden willen verkopen, het is beslist geen knap vrouwenvolk te meer daar ze bijna allemaal verrotte tanden in hun bek hebben of een paar tanden missen. Joke koopt voor de kleinkinderen armbandjes en ik film het lelijke vrouwenvolk die, om er wat minder lelijk uit te zien, zelf ook veel sieraden dragen.
We willen vandaag tot de noordingang van het Serengeti park rijden en komen door een gebied met lichtbruine bergen afgewisseld door een woestijnachtig landschap. Door de goede weg zijn we 3 uur eerder bij de parkingang dan berekend en doen gelijk een gamedrive in het Serengeti park dat onder andere beroemd is door de hoge dierdichtheid. We zien in een paar uur tijd veel bijzondere dieren waaronder een cheetah die de weg oversteekt, 4 leeuwinnen die in de bosjes liggen te loeren naar prooi en een luipaard die op een dikke tak in een boom ligt, maar door de bladeren helaas minder goed zichtbaar is. We gaan op een camping staan bij de Lobo lodge met uitzicht op een helling waar wildebeesten, buffels en diverse antilopen grazen. Helaas waait het hard en is het koud en moeten we binnen eten.
Vrijdagmorgen doen we meteen een gamedrive en rijden 100 km naar het zuiden. We zien 10.000den gnoes en 1000den zebra’s die elk jaar rond deze tijd in het noorden van Serengeti zijn omdat daar nog genoeg gras is. Bij het bezoekerscentrum is allerlei informatie over de dieren en de natuur in het Serengetipark dat zo groot is als 1/3de van Nederland. Dit wildpark is zo uniek omdat het enorme grote grasvlaktes heeft waar meer dan 1,5 miljoen gnoes en een half miljoen zebra’s en antilopen op leven die elk jaar naar het noorden trekken op zoek naar mals grasland. Om daar te komen moeten 2 miljoen dieren de wild stromende Grumeti rivier oversteken. Er wordt een film getoond van deze Grote Trek en zien beelden van de rivierpassage: De gnoes springen van de hoge kanten in het woeste water waarin 6 meter lange en 1000 kg zware krokodillen liggen te wachten op hun prooi. Heel wat gnoes worden door de krokodillen met hun grote bek gegrepen en onderwater gehouden tot dat ze verdrinken en daarna worden ze dan door gulzige krokodillen in flarden gescheurd en met grote brokken naar binnen gewerkt: Wat een schouwspel!!
We rijden naar een campsite in het park en sprokkelen hout voor een kampvuur. Als het biertijd is staat er in eens een grote giraf op 15 meter van de camper, hij komt geen pintje drinken maar consumeert blaadjes van een acacia boom. De langnek is helemaal niet bang en ik kan hem zelfs tot 5 meter benaderen en goed filmen. Het is een heerlijke zwoele avond en eten buiten voor de camper bij een knapperend kampvuur.
Zaterdag gaan we via het westelijke gedeelte van het park naar de uitgang. Het is een rit van 150 km en op sommige plekken kunnen we flink doorrijden maar als we wild zien minderen we vaart. We drinken koffie bij de Grumeti rivier waarin nu- in de droge tijd- weinig water staat. Er zwemt wel een forse krokodil die waarschijnlijk in afwachting is op de lekkere hapjes van de Grote Trek die elk jaar langs komt.
Verderop zie ik veel bandensporen van safariauto’s en zeg tegen Joke dat hier misschien wel leeuwen zijn en inderdaad onder een boom liggen 3 vrouwtjes leeuwen uit te buiken van wilddiner. Ze bewegen nauwelijks maar als er eentje haar vrouwelijke nieuwsgierigheid niet meer kan bedwingen wordt ze goed op de foto gezet.
Om 12 uur zijn we bij de uitgang en pompen de banden weer op want we komen na 5 dagen grind- en zandwegen weer op asfalt. We rijden naar Mwanza en kunnen op een grasveld staan bij een verlopen jachtclub, onder een afdak liggen en 10-tal bootjes maar slechts eentje kan zeilen omdat de andere geen tuigage meer hebben. We maken een praatje met een Engels stel dat met hun Landrover naar Zuid-Afrika onderweg zijn. ’s Avonds gaan we eten in het naastliggende restaurant met vanaf een grote veranda uitzicht op het Victoriameer, mijn Thais gerecht en Joke haar Nijlbaars smaken meer dan uitstekend. Terug op de camping is het lawaaiig door een groot bruiloftsfeest maar we vallen als dik gegeten leeuwen meteen in slaap.
Zondagmorgen vullen we de watertank met een emmer want onze slang is toe kort om bij de kraan te komen. Het is de laatste dagen weer heerlijk zonnig en warm weer en ik ben al lekker bruin geworden al hoewel dat wat tegen valt als ik met 2 Masai mannen op de foto sta. We gaan met een veerboot over een arm van het Victoriameer en rijden over goede wegen 250 km naar het westen terwijl het landschap groener en vruchtbaarder wordt en gaan staan op de binnenplaats van een 100 jaar oud Duits fort dat nu als lodge functioneert. Er komt ook een Zuid-Afrikaans stel staan die 10 maanden met hun bush caravan door het zuiden van Afrika reizen. We wisselen reis gegevens uit en nuttigen al pratend een gezamenlijk bereide braai.
Morgen verlaten we na ruim 3 weken Tanzania en komen dan in Rwanda.
Heb je vragen of op- aanmerkingen over onze Afrika reis mail ons dan naar: frans.meijer@wxs.nl.







