Uganda deel 1 (24 t/m 30 oktober 2011)
Maandagmorgen worden we wakker op de Bunyonyi Lake Overlanders Camp in Uganda en blijven hier vandaag op deze prachtige rustige plek met uitzicht op het meer en de omringende groene heuvels. Ik breng twee zakken vol was naar de receptie die regelt dat het vandaag gewassen wordt. Joke doet met de hand de kleine spullen want die doet men hier niet. Ik werk aan mijn verslag en maak een back-up van de foto’s en videobeelden. Om 11 uur gaan we het meer op met een Afrikaanse kano die gemaakt is van een uitgeholde boomstam. Het kanoën is een crime want bij elke beweging die we maken denk je dat we omslaan en het sturen is helemaal een probleem. We gaan elke richting op behalve de juiste en dat komt de stemming bepaald niet ten goede. Na een half uurtje klooien hebben we het eindelijk door en peddelen naar het nabijgelegen dorpje waar vandaag markt is en de handelswaar met bootjes is aangevoerd. Het is een kleurig schouwspel met groene kolen, zwarte mensen en grote witte zakken mais. We peddelen rond een eiland en gaan bij een lodge want drinken. ’s Middags doen we het rustig aan en genieten van de vreedzame omgeving. Maar de rust wordt wreed verstoord door een overlandtruck die pal naast ons komt staan en door de 15 gasten die hun tentje voor ons opzetten, het lijkt wel op een sprinkhanenplaag.
Er dreigt onweer en lopen snel naar het restaurant. De ober zegt dat het misschien pas over 2 uur gaat regenen en dan blijkt dat hij familie is van Erwin Krol want 2 minuten later komt de regen met bakken uit de hemel en kletteren hagelstenen op het golfplaten dak. We zoeken foto’s uit voor het verslag en krijgen een matige maaltijd voorgeschoteld. We praten nog even met 2 Nederlanders die in Uganda 3 maanden vrijwilligerswerk hebben gedaan en als het droog is gaan we terug naar de camper.
Dinsdagmorgen is het weer prachtig zonnig. We proberen op diverse plekken te internetten om het verslag te sturen maar er is geen net verbinding en dat schijnt in Uganda meer voor te komen.
Uganda is ongeveer 6 keer zo groot als Nederland en er wonen 25 miljoen mensen die hoofdzakelijk Christelijk zijn. Uganda heeft sinds haar zelfstandigheid in 1962 een uiterst gewelddadige tijd gehad met Idi Amin die iedereen vermoordde waarvan hij dacht dat het zijn tegenstander was (ca 300.000 mensen) en daarna president Oboto die ook bepaald geen schone handen had. De laatste 25 jaar heeft de huidige president gezorgd voor rust en economisch vooruitgang en daardoor is het toerisme aanzienlijk toe genomen.
Via een gravelweg rijden we 4 uur naar het noorden en komen in het zuidelijk gedeelte van het Queen Elisabeth Park. We staan weer als enige op de campsite die aan de grensrivier ligt met Congo. In het bruine water zitten heel wat nijlpaarden en in de bomen zijn de zeldzame zwart witte Colobos apen die een heel lange staart hebben en behendig van tak op tak springen. Aan het eind van de middag doen we een gamedrive en gaan op zoek naar zogenaamde boomleeuwen, dat zijn leeuwen die in een boom klimmen en op een dikke tak gaan liggen, niet uit angst voor andere dieren, want leeuwen zijn de sterksten, maar om te voorkomen dat ze door horzels worden gestoken die hier in grote getallen voorkomen. We speuren in elke boom en vooral de fig tree die lage dikke takken heeft maar zien geen enkele leeuw. Terug bij de campsite maakt de bewaker een kampvuur en zoals gebruikelijk in Afrika blijft hij de hele nacht bewaken maar of hij altijd wakker zal zijn betwijfelen we. We eten bij het kampvuur en wat over is van de spaghetti geven we aan de bewaker die het zo lekker vindt dat hij zijn bord schoon likt. Met het geluid van knorrende nijlpaarden vallen wij in een diepe slaap.
Woensdagmorgen gaan we weer op boomleeuwen jacht. Ik moet alle aandacht houden bij het sturen want de tracks zijn hobbelig en heel blubberig maar onze LC geeft geen krimp. Na 2 uur glijden en te vergeefs speuren houden we het voor gezien en rijden naar het noorden. Daar zien we grote kudde buffels, veel antilopen en apen. Langs de kant van de gravelweg zitten 100.000den gele, witte, bruine en zwart bonte vlinders. Duizenden zwaluwen scheren over de grond om al vliegend een lekker vlinderhapje te bemachtigen. We gaan op de Marogarombo campsite staan en lopen om 5 uur naar de nabij gelegen Nacala lodge waar we lekker eten met uitzicht over een meer.
Donderdagmorgen als het nog donker is gaat de wekker want we moeten ons om 8 uur melden bij de Kyambura kloof waar we een chimpansee trekking gaan doen. Als we er zijn rijden we met een gids en 3 Engelsen in een minibusje over een pad langs de kloof. Als we uitstappen horen we verderop een schreeuw van een chimpansee en moeten meteen weer in het busje en rijden richting de plek waar de schreeuw vandaan kwam. De gids geeft aan dat we op moeten schieten en we dalen in no-time al glijdend het glibberige pad af. Als we op de bodem van de kloof zijn horen we geen enkel apengeluid meer en lopen door het dichte tropisch woud achter de gids aan. Het door de jungle lopen speuren is leuk en we horen allerlei oerwoudgeluiden van vogels en nijlpaarden maar niet van apen, en zien doen we ze helemaal niet in deze dichte jungle. De gids speurt alleen maar en legt verder niets uit en als je wat vraagt antwoordt hij ontzettende zachtjes. Na 2 uur keren we terug naar de kloofrand en gaan het verderop proberen. Als we weer zijn afgedaald is er ineens geritsel van een Tup of Joep chimpansee die uit een boom klimt. De gids gebaart dat we achter de aap moeten gaan de ene aap volgt de andere al filmend en foto makend over paden en door de bush. Na 5 minuten klimt de voorste chimp behendig via een boompje over een beekje en dat doet hij iets gemakkelijker als ik en kan hem niet meer volgen en hij verdwijnt in de bush en heb alleen zijn rug gezien. Zonder wat te zeggen loopt de gids naar de rand van de kloof; dat was dan de chimpansee trekking!!
We lunchen aan een rivier in het park en het lukt me om bestanden via blue tooth over te zetten op mijn BlackBerry telefoon waarmee we de laatste dagen weer mee kunnen mailen en stuur ze naar zus Marijke. Onderweg zien we langs de kant van de weg veel Baboons met kleine baby baboontjes op hun rug. Daarna rijden naar het schiereiland Mweby wat het hart is van dit Queen Elisabeth National Park en staan weer als enige op de camping. Tegen het eind van de middag rijden we 1 km naar 5-sterren hotel Mweya dat fantastisch mooi gelegen is. Voor totaal 40 euro genieten we van een 5 gangendiner en een lekkere fles Zuid-Afrikaanse wijn; en dat is gezien de entourage niet duur. Ivm met de vele wilde dieren mag je hier in het donker niet lopen en rijden dus, met een fles wijn op, terug naar de camping en komen onderweg geen politie tegen maar wel een knots van een nijlpaard. Op de camping ziet het zwart van de muggen die onze mooie camper van binnen willen zien. We sprayen en luchten de camper die dan bezaaid ligt met dode muggen.
Vrijdag rijden we in de ochtendschemering naar het oostelijk gedeelte van het NP waar je volgens de reisgids regelmatig leeuwen kan spotten. En het klopt want na een uurtje zien we op een grasvlakte een grote volwassen vrouwtjes leeuw liggen. We gaan er meteen ontbijten en fotograferen haar in allerlei posities. Op een gegeven moment wordt de leeuwin erg waakzaam – en geloof het of niet maar- maar op 200 meter afstand lopen 2 vrouwen die eten gaan brengen naar de wegwerkers die verderop bezig zijn. Gelukkig blijft de leeuwin zitten en lopen de vrouwen door. Na een uurtje kijken rijden we verder en zien veel mooie vogels, buffels, antilopen, olifanten etc. Als we naar het noorden rijden wordt op de gps een rechte lijn zichtbaar en we gaan voor het eerst op eigen wielen over de evenaar en zien op de GPS onze positie van 00.000.000 graden staan. We maken foto’s bij de plek waar met 2 bogen de equator wordt aan gegeven en zijn weer op het noordelijk halfrond. Onderweg komen we nog 2 overlanders tegen uit Spanje en wisselen wat gegevens uit. Als we een tussendoor weg nemen zien we 10-tallen fietsers die zwaar beladen zijn met trossen bananen die verderop verzameld worden. Ook dit gedeelte van Uganda is weer ontzettend groen en overal wordt wat verbouwd. We nemen een heel smal weggetje en komen door kleine dorpjes waar men verbaast kijkt en als we zwaaien komt er een brede glimlach op de bruine gezichten. Het begint te regenen en het smalle weggetje wordt uiterst glad en moeten uiterst voorzichtig manoeuvreren om niet in de diepe berm of de naast liggende afgrond te komen. We gaan naar de Chimp Nest camping en het blijft helaas de hele middag regenen.
Zaterdagmorgen schijnt het zonnetje heerlijk als we ons melden voor een Birdwalk. Gids Alex heet ons netjes welkom en leerling Joan gaat ook mee. We zijn nauwelijks aan de loop begonnen of Alex heeft in 5 minuten al meer vogels gespot dan ik in 5 weken. De benamingen vliegen om mijn oren en Joke is zo druk als een klein juffertje. Ze probeert de vele vogels verwoed te zien door de verrekijker, de namen op te schrijven en allerlei vragen te stellen die gids Alex allemaal kan beantwoorden. We zien de mooiste exemplaren dwz Joke want ik zie ze vaak niet en als de vogel letterlijk en/of figuurlijk gevlogen is heb ik in de gaten dat ik in de verkeerde boom zat te kijken. We zien gelukkig ook nog 4 verschillende apen soorten en die kunnen mij meer bekoren. Wat zijn het toch rappe beesten die van de hak op de tak springen. Tijdens de loop van 4 uur ziet en noteert Joke zowaar 32 vogels die ze nog nooit eerder in haar vogelaar bestaan heeft waargenomen. Alex vertelt allerlei wetenswaardigheden en hij is een uitstekende en zeer vakkundige gids.
’s Middags rijden we naar Fort Portal doen daar boodschappen en gaan naar de Amabeere grot waar ook een camping is, dwz we kunnen staan bij een luxe bungalow met een mooie tuin met bont gekleurde bloemen. We lopen naar de waterval en bekijken de stalagmieten en tieten in de grot.
Zondagmorgen doen we een mountainbike tour met gids Thomas die vertelt dat het 2 uur fietsen is naar een meer dat 15 km verderop ligt, dat lijkt me een beetje lang maar Thomas fietst ook uiterst langzaam. Ik zeg dat wij in Nederland elke dag hard fietsen om een goede conditie te krijgen maar de boodschap komt niet over. Ik zeg nog een keer “speed up Thomas” maar te vergeefs. Als we bergafwaarts gaan moet ik constant in mijn remmen knijpen en ben het zat en rij Thomas voorbij en het tempo gaat dan eindelijk omhoog. We fietsen berg op en af langs landerijen waar van alles op wordt verbouwd. Ook Uganda is een zeer vruchtbaar waar jaarlijks 2 mais- of 3 aardappeloogsten mogelijk zijn. In de dorpjes worden we vriendelijk gegroet, toegezwaaid en nagelachen. Na een uurtje zijn we bij een prachtig blauw kratermeer waar een nieuwe luxe lodge staat te pronken. We drinken koffie op het terras met een formidabel uitzicht op het meer en de groene heuvels en bergen. Thomas heeft nog bijna niets verteld en als we wat vragen geeft hij heel verlegen een kort antwoord. We gaan een wandeling rond het meer doen die volgens Thomas 2 uur duurt en vlak is. Vergeet het maar: we moeten als berggeiten klimmen over gladde bemoste rotsen en bij het dalen is elke boomwortel een welkom middel om niet weg te glijden. Omdat men verteld had dat het vlak zou zijn hebben we geen wandelschoenen aan getrokken. Ik vraag aan Thomas of het zo blijft en hij zegt dat het zo meteen vlak wordt. Maar het begrip tijd en vlakheid is bij Thomas wat minder ontwikkeld want het blijft lijken op een training om de Mount Everest te beklimmen. Na 2 uur zijn we nog lang niet op de helft maar kunnen gelukkig afsteken en lopen naar de fietsen. We gaan nog “even” naar een ander kratermeer maar het wordt duidelijk dat Thomas de weg kwijt is, maar hij geeft het niet toe. Ik zet hem voor het blok dat we het lunchpakket gaan nuttigen en dan teruggaan. Als we aan de koude pannenkoek zitten begint het te onweren en even later te regenen. In een zo hoog mogelijk tempo fietsen we over een modderige hobbelweg die spekglad is geworden door de regen terug. Bij het reisbureau kunnen we een evaluatie formulier invullen en Thomas krijgt een zware onvoldoende: wat een waardeloze gids!
We zijn flink moe van alle inspanningen en gaan terug naar dezelfde camping waar we lekker douchen en luieren.






