Uganda deel 2 (1 t/m 6 november 2011)
Maandag gaan we op weg naar de Murchison Falls die 300 km noordelijk liggen, maar misschien moeten we omrijden want we hebben gehoord dat een belangrijke brug 3 maanden geleden is weggespoeld door zware regenval. Als we de afslag nemen naar de brug die 50 km verder ligt zien we geen borden staan dat de brug geblokkeerd is en zijn blij dat we niet hoeven om te rijden. Maar we zijn in Afrika dus vragen we voor alle zekerheid hoe het zit en horen dat de reparatie helaas nog steeds niet klaar is en moeten daardoor 150 km omrijden en dat betekent ruim 4 uur langer onderweg.
Als we een koffiestop houden komt er een kudde koeien met grote hoorns, de zogenaamde Ankolakoeien. Er is één koe bij die de kroon spant en enorme joekels van hoorns heeft. Onderweg door het super groene landschap zien we hoe de bermen goed onderhouden worden, dat doet men hier niet met een maaimachine maar gewoon met mankracht door met een machete (groot hakmes) met een gebogen uiteinde het gras voor de voeten weg te slaan.
Als we na 10 uur rijden 450 km afgelegd hebben en bijna bij de lodge zijn zien we op een eenzame hobbelweg een minibusje staan met pech. We stoppen en de chauffeur vraagt of we passagiers mee kunnen nemen die 6 km verder bij een begrafenis moeten zijn. Er staan 3 “feestelijk ”geklede oudere vrouwen en ik vraag hoeveel mensen er heen moeten en het antwoord is 6. We vinden deze situatie wel zo uitzonderlijk dat we besluiten ze mee te nemen want men is hier zo vriendelijk en behulpzaam en als wij pech zouden hebben willen we ook graag geholpen worden. Ik doe de deur van de camper open en laat de dames instappen, als ik de deur aan het vastzetten ben blijven er maar mensen instappen en als ik in de camper kijk tel ik 11 mensen. Ik kijk naar de vering en het valt mee want de gemiddelde Afrikaan heeft bepaald geen overgewicht en laat het maar want het zal ook niet gemakkelijk zal zijn om 5 man eruit te halen. Dan komt er nog een vrouw aan met een baby in haar armen, vooruit die mag ook nog instappen. Met het rijden kan je duidelijk merken dat de LandCruiser extra is beladen en ik probeer de hobbels zo veel mogelijk te vermijden. Joke vraagt door het tussendeurtje of het gaat en horen oke. Als we even gereden hebben zegt Joke tegen mij dat alle ramen van de camper dicht zijn en dat het met 13 man wel heet zal zijn in zo’n kleine ruimte. Ik zeg dat het wel mee zal vallen want Afrikanen zijn wel gewend aan hitte. En paar minuten later horen we “it is very hot”. Ik stop en doe de deur van de camper open en zie 13 nat bezwete gezichten en ruik een zeer penetrante zweetlucht. De ramen gaan open en rijden verder en het is wel oké. Na 6 km stappen de begrafenisgasten uit en de overigen rijden nog 2 km mee en stappen dan uit en we worden hartelijk bedankt. De raampjes van de camper laten we echter maar even open staan.
We gaan staan op de Nile Safari Lodge die gelegen is aan de rivier de Nijl. We zijn er als enige gasten en worden uitstekend bediend als we genieten van een lekkere maaltijd.
Dinsdagmorgen doen we rustig aan en ontbijten lekker en lezen wat. Dan zie ik ineens dat de dikke laag modder van de auto is verdwenen en is schoon gewassen en begrijp nu waarom de nachtwaker er nog zit. Ik geef hem wat geld en dan gaat hij blij weg. Om 9 uur rijden we naar het naar het Murchison NP en nemen een binnendoor weggetje dat één grote modderpoel is en de schone LandCruiser is in no-time weer smerig. We glibberen 3 km over de vette modder en door diepe plassen en komen zonder problemen bij de parkingang. Zoals gebruikelijk mogen we als Westerlingen voor onszelf en onze auto met buitenlands kenteken 20 keer meer betalen dan Afrikanen.
We gaan bij de Murchison Falls waar je van bovenaf het water van de Nijl 75 meter naar beneden ziet storten in een smalle spleet waardoor het water alle kanten op spat. Als we dit geweld staan te bekijken komt er volledig onverwachts ineens een grote wolk spatwater over ons heen en zijn zeiknat. We staan elkaar in ons volledig natte kloffie sprakeloos en even later lachend aan te kijken, daar hadden we duidelijk niet op gerekend! We fotograferen de waterval van alle kanten maar houden nu angstvallig rekening met spatwater. Als we terugrijden liggen in een modderpoel 10 buffels te ”baden”, hun dikke lijven zijn volledig bedekt met blubber waarschijnlijk om geen last te hebben van de tseetsee vliegen die slaapziekte kunnen veroorzaken en waar Joke vroeger flink door is gestoken want ze kan altijd en overal slapen.
We rijden naar de Red Chili camping en doen ’s middags rustig aan, dwz Joke een wasje en Frans een verslagje. Er zijn zowaar 20 gasten en we eten ’s avonds mee met de pot van de camping namelijk macaroni met kip, die er alleen maar overheen is gevlogen. Onder het genot van een biertje praten we met een gepensioneerde Ier die al geruime tijd vrijwilligerswerk doet in Uganda.
Woensdagmorgen gaan we met een pontje de Nijl over en doen op de noordoever een gamedrive. Zien hier weer eens giraffes in dit park die erg nieuwsgierig zijn. De familie Dap staat dicht bij elkaar en Dikkertje raakt met die lange nek zowat in de knoop van zijn ouders. We nemen een pad dat na enige tijd erg smal wordt met aan de zijkanten diepe geulen waar je niet in moet komen, dus dat betekent heel voorzichtig manoeuvreren. Het gras is meer dan een meter hoog en we zien nauwelijks wild totdat een olifantenfamilie ons dit pad tegemoet komt. We kunnen absoluut niet keren en achteruit rijden is ook niet mogelijk want dan heb je grote kans dat je in zo’n diepe geul glijdt waar je zelfs met een LandCruiser niet uit kan komen. Gelukkig verlaat de familie Jumbo het pad en we kunnen weer gerust ademhalen. Na een uur dit pad te hebben gevolgd komen we bij een zandstrook langs de Nijl waar veel mooie vogels zitten en Joke ziet 3 “nieuwe” vogels, die weer genoteerd worden in haar Eltjo vogelboek. Er komen in Uganda meer dan 1000 verschillende vogelsoorten voor en is daarmee uniek in Afrika en een paradijs voor vogelaars. We speuren ook naar de zeldzame Shoebill maar ondanks zijn lengte van 1,25 meter zien we hem niet.
’s Middags doen we een boottocht met de Queen of Africa naar de Murchison Falls. We varen 2 uur over de Nijl en zien op de kant veel wild. In het water stikt het van de nijlpaarden, maar ja, als dat je soort naam is moet je natuurlijk ook in de Nijl vertoeven. Dicht bij de waterval ligt een groot aantal krokodillen met hun grote bek wijd open te zonnen om warmte af te voeren.
Deze plek is het walhalla voor krokodillen want als ze trek in een maaltje vis hebben gaan ze het water in waar door de waterval grote aantallen versufte en dode vis aanwezig is. Als we op 200 meter van de waterval zijn wordt de boot afgemeerd tegen een eilandje en zien het enorm geweld van het naar beneden donderende water.
Om 6 uur zijn we terug bij de camping en drinken bij de bar een biertje, maken een praatje en eten daarna bij de camper met als nagerecht weer een lekker kaasplankje, ja het is weer flink afzien vandaag.
Donderdag rijden we richting Kampala maar doen de hoofdstad niet aan want we zijn geen stadsmensen. De weg is goed alleen er zijn zoveel van die irritante verkeersdrempels, ik tel in een stadje over een lengte van 2 km 17 stuks van die drempels en dat vind ik zachtjes gezegd enigszins overdreven. We kopen weer groente en fruit langs de kant van de weg en betaal voor een grote ananas, een kool, 5 wortels en 20 tomaten totaal 1,50 euro. De politieposten onderweg zijn bemand met agenten in smetteloze witte uniformen. Hier in Uganda kunnen we bij alle checkpoints doorrijden en dat is in landen als Marokko, Zambia en zeker Malawi heel anders want daar moet je soms wel 5 maal per dag je papieren laten zien. We zien ook een groep mannen in felle oranje overalls lopen en denken eerst dat het fans zijn van het Nederlands elftal maar het blijken gevangen te zijn die aan het werk zijn en door zwaar bewapende bewakers nauwlettend in de gaten worden gehouden.
Via een tussendoor weggetje snijden we 75 km af en komen na 6 uur rijden bij The Haven lodge die gerund wordt door een “sehr grundliche und punkliche” Duitser die wat lijkt op Theo Maassen. We zetten de camper op het mooie grasveld pal aan de Nijl met uitzicht op een woeste rapid van de 5de categorie. Het is in Uganda van oktober tot december de kleine regentijd en dat blijkt uit de bui die nu ook weer valt tussen 4 tot 6 uur. Op het sfeervol verlichte terras van de lodge dineren we en doen daarna een potje poolen waarbij blijkt dat mijn vaardigheden met de lange keu veel beter zijn want Joke wordt de pan ingehakt.
Vrijdag blijven we staan op deze zeer goed verzorgde lodge/camping met een smetteloos toiletgebouw, voorts hebben we stroom en internetverbinding. We boeken onze thuis vluchten en reizen terug via Malawi om ook weer een paar dagen bij Peter,Elise en natuurlijk ook bij de kleine Janneman te zijn. Het is heerlijk om op deze prachtige plek een dagje te blijven staan en lekker aan te keutelen met wat te computeren, te lezen ed. Op de camping zit een klein meisje te wachten totdat haar moeder klaar is met werken in de lodge en Joke vindt dat zo zielig dat ze zo alleen zit en geeft haar een koekje en ze komt bij de camper zitten. We willen ’s middags een stukje gaan fietsen maar de regen gooit weer roet in de spaken. Als het aan het eind van de middag weer droog is lopen we naar de stroomversnelling waar de lokale bevolking de was doet in het water van de Nijl. Op het terras versla ik Joke zowel met canasta als met poolen en als troost mag ze met mij dineren bij kaarslicht.
Zaterdagmorgen rijden we naar Jinja en doen boodschappen bij een supermarkt van een Indiër. De inrichting is uit de jaren 50 maar het ziet er zeer geordend en schoon uit. In veel Afrikaanse landen bestaat de middenstand hoofdzakelijk uit Indiërs en die hebben ook vaak restaurants waar je heel lekker kan eten. Als we de boodschappen in de camper leggen worden we aangesproken door een Nederlander die hier in Uganda 8 jaar woont en is blijven hangen na een rondreis van 2 jaar door Afrika met een Daftruck. Hij heeft aan de Nijl 5 hectare grond gekocht en heeft er een lodge opgezet. We krijgen wat goede tips van deze zeer “stoer” pratende Zeeuw.
We gaan naar de plaats waar de Nijl zou ontspringen, de zogenaamde bron van de Nijl maar als we op deze afgetrapte plek zijn begrijp ik heel goed dat er al jaren flink getwijfeld wordt of dit inderdaad de bron is want de Nijl is hier al een grote rivier die op dit punt verbonden is met het Lake Victoria. Maar ja er komen hier toeristen en dan ga je uit financiële redenen maar niet al te nauwgezet om met feiten. De Nijl is met 6500 km de langste rivier op aarde en stroomt door Uganda, Soedan en Egypte in de Middellandse zee. De Nijl is ook erg bekend vanuit de bijbel en van de Johanna uitdrukking “Mozes in een mandje”.
We bekijken ook de Bujagali Falls en besluiten niet daar op de camping te gaan staan maar om verder te reizen naar Mount Eldon. We rijden eerst door een relatief vlak landschap maar zien na 3 uur toeren de berg Eldon oprijzen. We gaan in Sipi staan op de Crew’s Nest, een primitieve camping waar wel een biertje verkrijgbaar is maar alleen op de lokale kamertemperatuur van 25 graden, het terras met een prachtig uitzicht op de Sipi watervallen vergoedt echter dit leed.
’s Avonds steken we de bbq aan en het vlees van de Indiër is malser dan ooit geproefd en wordt met ontzettend veel smaak geconsumeerd.
Zondag doen we een loop van 4 uur olv van de uitstekende gids Ronald. Hij vertelt over de verschillende soorten bananen die hier groeien en dat de grote kammen groene bananen, die we onderweg zo vaak zien, worden gebruikt als maaltijd door deze te koken tot zogenaamde matokki. We lopen door dorpjes waar eenvoudige hutjes staan en komen langs akkertjes waar tegelijk koffie, kool, aardappels en bananen op groeien. Wat is Uganda toch een vruchtbaar land! We komen langs 3 imposante watervallen want in dit bergachtige gebied wil het best regenen en dat water moet allemaal weer naar beneden. Het begint nu ook weer te regen en de paden worden helemaal spekglad en met onze stokken en wandelschoenen houden we ons op de been. We drinken onderweg nog even koffie bij een lodge en zijn om 12 uur weer bij de camper waar we lunchen terwijl de regen gestaag neer valt.
We rijden naar een nabij gelegen lodge waar je volgens de reisgids lekker kan eten. Helaas blijft het de hele middag regenen en daar beginnen we iets van te balen. ’s Avonds eten we inderdaad lekker op het terras met mooi uitzicht op de steile bergwanden en de diepe vlaktes.
Morgen gaan we naar Kenia en verlaten Uganda “ De parel van Afrika” waar de mensen heel vriendelijk zijn en de natuur altijd prachtig groen is.






