Burkina Faso (3 t/m 9 maart 2010)

Burkina Faso (3 t/m 9 maart 2010)

Woensdag landen we na een turbulente vlucht om 2 uur na middernacht in Ouagadougou. Een uurtje later staan we bij de camper die 3 maanden een veilige stalling heeft genoten bij het hotel Oké Inn. Ondanks dat het 3 uur ’s nachts is geeft de buitenthermometer 30 graden aan. Binnen in de camper is het nog een paar graden warmer. Als ik mijn moede hoofd na 16 uur reizen op het kussen leg voelt het aan alsof ik op een hete kruik lig, maar door de vermoeidheid vallen we toch snel in slaap. Bij daglicht zien we dat op de buitenkant van de camper een dikke laag stof ligt maar verder ziet alles er uit zoals we hem (of haar?) hebben achtergelaten. We richten alles in en rijden naar een Afrikaanse garage waar op een binnenplaats in de open lucht de olie wordt ververst en alles wordt doorgesmeerd. Dat gaat ongeveer 4 uur duren en wij kunnen een bezoek afleggen bij het Liliana Fonds waarmee we al contact hebben gehad. We worden door 2 donkerbruine nonnen in witte habijten van harte verwelkomd met van elk 4 zoenen.

In het kantoortje waar een airco uitstekende diensten doet leg ik uit wat onze Stichting FlexiPlan doet en dat wij doneren aan het hoofdkantoor in Den Bosch en 4 jaar geleden een zeer indrukwekkend project in Chili hebben bezocht. De beide nonnen moeten veel lachen maar er vallen telkens stiltes omdat ze maar heel weinig vertellen. Dus moeten wij allerlei vragen stellen om te horen hoe het Lilianafonds hier in het veld het werk doet. Om 5 uur zijn we weer terug bij de camping en nemen een zeer verfrissende duik in het zwembad en dat wordt gevierd met een koud tapje. ’s Avonds gaan we bij het zwembad eten en het smaakt meer dan voortreffelijk want dat hebben de Burkinezen wel geleerd in de Franse koloniale tijd.

Donderdagmorgen 4 maart ruimen we de camper verder in en dit doen we in een traag tempo want anders is het in deze hitte niet uit te houden. Om 12 uur zijn we bij de ambassade van Ghana om onze visums op te halen die volgens de Ghanese tijd dan al een uur klaar zouden moeten liggen, maar wij hebben het toch weer te positief geschat. Men zegt dat het nog een half uurtje duurt en dat betekent hier in Afrika 90 minuten want om half 2 zijn onze paspoorten van een visumstempel voorzien. We gaan nog even terug naar de garage want de auto lekt olie sinds de beurt van gisteren maar dat wordt gelukkig vlot verholpen. We doen boodschappen in een supermarkt met een ruime sortering bier en wijn en dat hebben we in de eerder bezochte landen nauwelijks meegemaakt, dus slaan we hier onze slag voor de aankomende tijd. Terug op de camping praten we met Nederlanders die met een groep van 6 campers een 3-maandse rondreis in West-Afrika maken. Zij rijden met gewone campers door Afrika en onze camper wordt met jaloerse blikken bewonderd want zij kunnen eigenlijk alleen over asfalt wegen rijden terwijl wij al die leuke kleine tussendoor hobbelweggetjes kunnen nemen. Ook vandaag was het weer 42 graden en dan is het zwembad van het hotel op zijn zachts gezegd zeer aangenaam.

We vertrekken vrijdag van de uiterst prettige en comfortabele hotel/camping Oké Inn waar wij geen cent hoeven te betalen voor de overnachtingen en de stalling van bijna 3 maanden, ja zo komt Jan Splinter door de hete Afrikaanse winter. Vandaag staat een tocht van 400 km op het menu naar de 2de plaats van Burkina die ook al weer zo’n lange naam heeft nl Bobo Dioulasso maar die in de volksmond gewoon Bobo heet. De goede asfalt weg gaat eerst door het dorre Sahel landshap dat nu nog veel droger is dan afgelopen december. Halverwege wordt het wat groener dwz er staan meer groene bomen en struiken. We gebruiken vandaag voor het eerst de airco. Tot nu toe hebben we altijd met de ramen open gereden maar met een temperatuur van 42 graden wordt je af en toe even beroerd van de hitte en dan is een uurtje airco een echt festijn. Om 3 uur zijn we in Bobo en worden bij het campement door 2 stevige negerinnen breed lachend begroet en kunnen onder een grote boom in de schaduw staan. Als het wat minder heet is fietsen we naar de stad en worden met verbaasde blikken uitgebreid bekeken want 2 van die blanke fietsende apen zijn hier een zeldzaamheid. Bobo is volgens de reisgids één van de prettigste West-Afrikaanse steden maar het blijft een ongeregelde bende met overal rotzooi waar we weer snel aangewend zijn en niet meer van opkijken. We drinken op een terrasje het onvermijdelijke koude biertje en worden 10-tallen keren aangesproken door straatverkopers die hun waar willen slijten zoal zonnebrillen, tafelkleden, souvenirs, sigaretten, ansichtkaarten, T-shirts, tandpasta etc. We gaan eten bij het zwembad van hotel l’Auberge. Na de maaltijd fietsen we naar een openlucht muziekbar maar het optreden begint daar pas om 10 uur en dat is op onze leeftijd iets te laat in dit land. De alkoof waar we slapen is de heetste plek in de camper, om het iets minder heet te hebben liggen we ieder onder een natgemaakte theedoek.

Ondanks dat de ventilator aanstaat blijft het erg heet en worden diverse malen wakker van de hitte. Om dan af te koelen houd ik mijn hoofd een paar minuten dicht voor de ventilator en maak de inmiddels opgedroogde theedoek weer zeiknat, doe een natte zakdoek op mijn voorhoofd, denk aan het koude kikkerland en val dan weer in slaap.

Zaterdag fietsen we naar het oude deel van Bobo waar we met een gids zien hoe men hier al eeuwen woont en leeft. Op straat liggen kleden waarop millet ligt te drogen om daarvan Afrikaans bier te maken. De millet moet in water een poosje koken, dan afkoelen, 3 dagen gisten en wordt dan gedronken op kamertemperatuur, dus zo’n 35 graden ( Freddy Heineken zou zich omdraaien in zijn graf als hij dit zou horen). We lopen door de smalle straatjes langs de kleine lemen huisjes waar de kinderrijke gezinnen wonen. In een werkplaatsje worden door kunstenaars mooie bronzen beeldjes gemaakt met behulp van mallen van was. Er loopt door het stadje een smerig riviertje waarin volgens de gids heilige vissen zwemmen, volgens ons zijn deze vissen heilig verklaard omdat zij in de stinkende grijze drab kunnen overleven. Tot onze verbazing zien we even verderop dat vrouwen in de rivier de was doen, ze halen water uit een smoezelige bron maar het uitspoelen gaat in het donkergrijze rivierwater en nu snap ik waarom het wasmiddel Ariel een toevoeging heeft tegen grauwsluier.

De grote moskee van Bobo lijkt op die van Djenne in Mali, maar hier mogen we echter wel naar binnen en dat is een grote uitzondering in moskeenland want meestal mogen alleen islamieten naar binnen. We rijden ’s middags 100 km naar het zuiden en het landschap wordt heuvelachtiger en groener. Bij de plaats Banfora zijn grote vlaktes met suikerrietplantages en heel veel mangobomen. Langs de weg kopen we voor slechts 50 euro cent 10 overheerlijke mango’s. We rijden naar het Tangrelameer waar nijlpaarden moeten zijn, bij een campement aan de oever van het meer hebben we een prachtige plek. Al snel komen er een paar kinderen aanlopen die een paar meter van de camper ons constant aanstaren, de groep wordt groter en groter en al onze bewegingen worden door zo’n 50 ogen nauwkeurig gevolgd. Na een uurtje druipen ze af, maar als ik even later wat lucht uit de banden laat lopen komen ze meteen weer terug, dus dat moet ik later maar doen. Ik ga aan mijn verslag schrijven maar dan komt er een groep scholieren langs die allemaal ons email adres willen hebben, dus stop ik ook maar met computeren. Als het donker wordt gaat Joke buiten eten koken op een wegneembaar blad waarvoor we de onderdelen hebben meegenomen. De constructie wordt de hemel in geprezen want als je met deze temperatuur binnen moet koken gaat je bloed dat ook doen. We krijgen geen menselijke bezoekers meer maar horen in de verte wel geluiden van knorrende en grazende hippos maar die lusten gelukkig geen spaghetti met een glaasje rode wijn.

Zondagmorgen 7 maart gaan we in een bootje op zoek naar de hippos. De gids weet ze feilloos te vinden en zien op 50 meter afstand alleen de kop en de rug van deze prehistorische dieren. Nijlpaarden komen ’s nachts uit het water om te grazen maar overdag liggen ze te dommelen in het water, geen slechte dagindeling bij deze temperaturen. Terug bij de camper drinken we koffie. We hadden gepland in deze omgeving 2 dagen te blijven om te gaan fietsen en om naar een waterval te lopen maar voor dergelijke activiteiten is het helaas gewoon te heet. We vertrekken en rijden 200 km over een gravelweg naar het oosten door het gebied waar de Lobi stam woont. Onderweg zien we hun lemen huisjes die aan doen als kleine fortjes. Dicht bij Gaou lopen grote groepen vrouwen die van de zondag markt terug keren naar hun dorpjes. We kunnen op de binnenplaats van een hotel staan en mogen in een hotelkamer gebruik maken van douche en toilet maar hoeven er gelukkig niet te slapen want zachtjes uitgedrukt ziet het er enigszins onverzorgd uit.

Volgens de kaart gaat vandaag de route over alleen maar onverharde wegen maar als we rijden blijkt dat er 100 km asfalt is gelegd en daar kunnen we 2 keer zo hard op rijden dan op de gravelwegen. Als we weer een onverharde tussendoor weg nemen worden we overal toegezwaaid en door kinderen toegejuicht alsof de koninklijke familie langs komt. In een grotere plaats stoppen we bij een internetcafé, de snelheid waarmee onze mailbox geopend wordt is een nieuw Afrikaans record. We hebben in deze regio geen adressen van overnachtingsplekken maar zien op de kaart dat bij een dorpje een hotel moet zijn. Als we om 4 uur bij het dorpje aankomen is er nergens een hotel of zo iets te bekennen. We worden naar de Chief gebracht en mogen onder de bomen bij de school de auto neerzetten tegen een vergoeding voor de dorpspot. De Chief en een oudste bekijken de camper en zijn onder de indruk van onze huisvlijt. Als zij weg zijn komen de onvermijdelijk kindertjes ons weer beloeren, sommige zien er netjes uit maar anderen lopen piemel naakt rond. De kindertjes gaan dit keer al na een half uurtje weg, maar ze worden opgevolgd door de schoolmeester die ook wat bij wil leren. Als deze weg is komt er iemand die buikpijn heeft en denkt dat elke blanke een huisartsen opleiding heeft gedaan, met 4 paracetamols moeten de buikproblemen worden bestreden. Als het om 5 uur minder heet is, namelijk nog maar 36 graden, wordt er op de stoffige zandvlakte naast de camper gevoetbald. Het publiek heeft maar aandacht voor die 2 blanken dan voor de bal. Als de schemering in valt komen de spelers en publiek op 3 meter van de camper zitten om uit te rusten en alles van dichtbij te bekijken. We vinden een beetje aandacht wel leuk maar dit is wel heel veel aandacht. Gelukkig worden we gered door de duisternis en langzamerhand druipt iedereen af en kunnen we in alle rust gaan eten. Er is in het dorpje geen elektriciteit en tegen negen ligt iedereen lekker onder de wol en wij weer onder een natte theedoek.

Dinsdagmorgen staan om 7 uur meer dan 200 schoolkinderen rond de camper. Als ik er een foto van wil maken lopen de meeste weg maar de overblijvers zijn dol enthousiast als ze de foto zien. De meester komt eraan en alle kinderen moeten naar het schoolplein en wij kunnen nu gaan ontbijten. De vlag wordt gehesen, de kinderen stellen zich op in rijen van 3 en gaan naar binnen. Als dank voor de overweldigende aandacht geven we schriften, pennen en potloden aan het hoofd van de school en die is daar zeer blij mee. Er zijn 3 overvolle lokalen met elk 75 leerlingen die op gammele bankjes zitten, en wij in Nederland maar klagen over te grote klassen! We gaan op weg naar de grensovergang van Ghana waar de grensformaliteiten vlot worden afgehandeld. In Bolgatanga hebben we een goede plek bij een hotel en doen het de rest van de dag rustig aan.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.