Noord Ghana (10 t/m 16 maart 2010)
Woensdag kopen we een Ghanese telefoonkaart en kunnen nu tegen lage kosten lokaal bellen want we willen heel wat afspraken maken om projecten te bezoeken waarvan we sommige kennen van onze eerdere bezoeken in 2001 en 2006. We gaan eerst naar een project dat we via Cordaid steunen en dat is opgezet door het bisdom van Noord-Ghana. Bij het kantoor van de kathedraal staan beelden die lijken op de ouderwetse plaatjes uit de kinderbijbel. We krijgen uitleg over de hulp in het droge noorden van Ghana waar 80% van de boeren onder de armoedegrens leeft dwz een inkomen van minder dan 1 Euro per persoon per dag. We bezoeken een kliniek en worden rondgeleid door het hoofd. De verloskamer heeft een middeleeuwse bevalstoel die waarschijnlijk is gebruikt in de horrorfilm Rose Marry’s Baby. In de ziekenboeg ligt een meisje met een heel dik been door een slangenbeet en er ligt iemand met malaria. Er is ook een gebouwtje waar ondervoede kinderen enkele weken worden opgevangen om weer aan te sterken. Het project is goed en efficiënt georganiseerd maar we zijn blij dat we in Nederland wonen.
We stoppen bij een dorpje en kinderen komen weer aanrennen en willen graag op de foto. Bij het hotel waar we staan gaan we ’s avonds eten, de porties zijn gebaseerd op dijkwerkers en niet op blanken die door de hitte weinig eten en zonder Sonja Bakker spontaan afvallen.
Donderdagmorgen komt Peter Anoah ons al om 7 uur afhalen, wij kennen hem via Kees, de broer van Joke die 7 jaar in Ghana heeft gewoond. Peter heeft een programma gemaakt om ons 2 dagen zijn projecten rond het dorp Sirigu te laten zien. Het is vandaag markt in Sirigu en daar gaan we eerst heen. Er worden allerlei etenswaren aangeboden en we proeven een soort oliebol, pindaballetjes, allerlei onbekende vruchten en nemen een slokje van het warme Afrikaanse bier dat ook hier wordt bereid. Er worden kippen en geiten verhandeld, fietsen verkocht, kleding en schoenen aangeboden. Heel leuk om dit te zien, te ruiken, te proeven en te filmen. Onder een grote baobabboom bij zijn huis geeft Peter uitleg over de projecten die hij doet, hij is zeer gedreven en super actief.
Met zijn 3 assistenten geven ze landbouwvoorlichting aan boeren, er zijn werkgroepen voor weduwen en jonge meisjes, er is een school en ze geven gezondheidsvoorlichting. ’s Middags rijden we achterop motoren via smalle paadjes en droog gevallen rivierbeddingen naar afgelegen compounds en zien hoe de boeren kuilen graven of metselen om daarin compost te maken om de opbrengst op hun land te verbeteren. Deze organische wijze van bemesting is veel beter dan kunstmest waar deze arme boeren geen geld voor hebben. In een compound woont een hele familie in een ommuurde ruimte in lemen hutjes, er staat een opslag hutje voor voedsel en er is een ruimte waar het vee ’s nachts verblijft. Er lopen veel kinderen rond die soms bang zijn voor onze blanke bekken. Het merendeel van de volwassenen mist 1 of meerdere tanden, men draagt de meest uiteenlopende kledij, sommigen een dikke jas, anderen alleen een onderbroek, een wollen muts of een broek met scheuren en sommige kinderen helemaal niets. Het land is nu kurkdroog, in de regentijd valt er in 4 maanden extreem veel water maar dan is het 8 maanden droog. Bij een aangelegde dam kan men in de droge tijd groentes verbouwen omdat daar dan water is, dit kan maar op weinig plekken, omdat er haast geen riviertjes zijn, waarin het hele jaar water staat. Bij een andere compound is vanmorgen een klein meisje overleden en ze hebben haar net begraven in het land voor de compound. Terug bij Peters huis voert een groep meisjes van 12 a 14 jaar, genaamde “The Virgins” (De Maagden), een toneelstuk op over de gevaren van seks op jonge leeftijd, aids en zwangerschap. Deze manier van voorlichting is hier erg belangrijk ivm het groot aantal kindermoeders en de aidsproblematiek. De camper staat op een knollenveld tussen het huis van Peter en de compound van de buren. We eten daar rijst met een gebraden kip die we hebben gekregen omdat we vandaag 39 jaar getrouwd zijn.
Vrijdagmorgen staan bezoeken aan andere projecten op het programma. Ghanezen houden zich echter absoluut niet aan de tijd en we vertrekken pas rond 12 uur. Achterop de motors rijden we naar een lagere school waar kinderen na de schooltijd leren groentes te verbouwen in de schooltuin. We gaan daarna naar het terrein waar de nieuwe praktijk landbouwschool moet komen. Peter wil daar oa varkens fokken en parelhoenders gaan houden om boeren in de praktijk op te leiden. Omdat we ’s morgens veel te laat zijn vertrokken komen we ruim een uur te laat bij de vergadering van de werkgroepen van de boeren, maar de helft van de genodigde is er ook nog niet en druppelt langzaam binnen. We worden voorgesteld aan de ca 50 aanwezigen en elk groep vertelt wat ze doen. Wij kunnen vragen stellen die vertaald worden want er zijn maar weinig boeren of boerinnen die Engels spreken. Ik moet een toespraak houden en vertellen wat onze missie is. Als dank voor onze financiële steun aan het GOAP project krijgen we een typisch Ghanese jas aangeboden.
Normaliter wordt de vergadering afgesloten met een dansvoorstelling maar omdat een buurman is overleden wordt dit nu niet gedaan Als we op het punt staan te vertrekken willen enkele groepshoofden graag de camper van binnen bekijken, als ze dat gedaan hebben willen de buren dat ook, gevolgd door de andere leden van de vergadergroep. Zo’n 60 Ghanezen vergapen zich aan ons rijdende huis met voorzieningen zoals stromend water, een wc en gasstel die zij in hun eigen hutjes niet hebben. We bedanken Peter hartelijk voor het uitgebreide bezoek en we vinden hem een voorbeeld van goede en efficiënte ontwikkelingshulp. We bereiken nog net voor dat het donker wordt Bolgatanga om daar te overnachten.
Zaterdag 13 maart rijden we richting Tamale. We gaan langs bij 2 andere coördinatoren van GOAP waar we in 2006 ook al een keer zijn geweest. Joseph Wuni woont helemaal in de bush, de projecten die hij doet lopen aanzienlijk beter dan 4 jaar geleden omdat vorig jaar het Nederlandse SNV is ingeschakeld om zijn organisatie te verbeteren. Het is geen wonder dat ontwikkelingsprojecten soms minder goed lopen want er kan veel fout gaan. Het scholingsniveau is hier zoveel lager dan bij ons, het lagere schooltje van het project telt 350 leerlingen dus 60 per klas en is gevestigd in een krakkemikkig gebouw waar wij geen eens varkens in willen houden. Joseph is de enige in de omgeving die een auto heeft en hij wordt regelmatig ’s nachts uit zijn bed gehaald om een ernstige zieke te vervoeren naar het ziekenhuis. We gaan ook even langs bij David Agongo, diens organisatie is de laatste jaren enorm gegroeid en hij helpt vele 100den boeren families. We rijden met David naar een dorpje waar bij een rivier een bevloeiingssysteem is aangelegd om 10-tallen hectaren grond te voorzien van water zodat men in de droge tijd tomaten en uien kan verbouwen.
Als we om 5 uur bij het Catholic Guesthouse in Tamale aankomen geeft de thermometer nog 40 graden aan, gelukkig waait het iets en koelt het daardoor wat af.
We blijven zondag in Tamale en doen eerst rustig aan. Ik ga wat klussen en verander de positie van de ventilator in de alkoof zodat de luchtstroming verbeterd en ik monteer de reserve ventilator boven ons hoofd. Hopelijk leidt dit tot minder hete nachten, maar met deze temperaturen gebeurt dit al vanzelf. We fietsen naar het huis waar Kees en Inge hebben gewoond en waar wij in 2001 een week op bezoek zijn geweest. Daarna rijden we in de bloedhitte naar het centrum van Tamale en bekijken vanaf een terras het Afrikaanse stadleven. Terug bij de camper doen we rustig aan, als ik in de camper stap schrik ik me een ongeluk want er vliegt of springt een beest van het gasstel in de alkoof. Ik kan het beest nergens vinden en begin aan me zelf te twijfelen. Als ik een uurtje later weer de camper instap vliegt er iets naar buiten dat lijkt op een grote vliegende sprinkhaan/vleermuis/vogel. We gaan ’s avonds eten bij restaurant Swad waar we bij vorige bezoeken ook zijn geweest en het smaakt nog even lekker.
Maandag 15 maart komt Dr David Abdulay ons ophalen, hij heeft 2 klinieken waar de allerarmsten gratis worden geholpen en zorgt ervoor dat elke dag gratis voedsel wordt uitgedeeld aan meer dan 50 geestelijk gestoorde zwervers. Via de Nederlandse organisatie Basic Care zijn we een belangrijke sponsor van zijn werk en hebben hem al 2 maal bezocht. We rijden naar de kliniek en bij de ingang staat een grote groep zieken te wachten tot ze aan de beurt zijn, in groepen kunnen ze dan naar de wachtruimte, dan worden ze er door een medewerker onderzocht en adhv de diagnose krijgen ze gratis medicijnen mee. Veel mensen in Ghana hebben een breuk en de mensen zonder geld worden door Dr David gratis geopereerd, zij kunnen dan een week aansterken in één van de hutjes op het terrein van de kliniek. Er staan ook hutjes waar mensen worden opgevangen omdat zij door hun ziekte verstoten zijn door hun familie. We zien een vrouw die niet kan praten en alleen kreten slaakt, er zijn verschillende geestelijk gestoorden en er zijn 3 vrouwen en een klein kind die aids hebben en er uitgemergeld uitzien en er zijn 10 lepra patiënten. Een man met lepra ligt op zijn matje in zijn hutje, zijn voeten en handen zijn weggevreten. Het is een verschrikkelijk gezicht maar maken er toch een foto van, en hij trekt moeizaam een Ghanese jas over zijn vodden. Als Joke de foto laat zien vraagt hij of we er nog eentje wil nemen omdat hij er niet lachend opstaat. Als deze is genomen zegt hij vol trots, dat ben ik en ik lach.
Het bezoek maakt weer een enorme indruk op ons en hebben grote bewondering voor al het goede werk dat Dr David doet met zijn medewerkers die allen vrijwilligers zijn. Als we terug bij de camper zijn doen we wat inkopen en gaan ook nog even langs bij de Super Shoe Factory waar gehandicapten sandalen maken en wij een paar keer naalden hebben heen gestuurd omdat die in Ghana niet te verkrijgen zijn. Ten opzichte van 4 jaar geleden is het werkplaatsje achteruit gegaan, ze hebben geen sandalen meer op voorraad en maken nu alleen nog op bestelling, maar daarvoor verblijven we hier te kort.’s Middags rijden we naar de oostkant van Ghana, we zijn later vertrokken dan gepland en moeten flink door rijden maar dat kan want de wegen zijn beter dan gedacht. Tegen 6 uur zijn we in het stadje Bambilla en kunnen bij een guesthouse overnachten. De eigenaar en zijn hele familie willen graag ons mobiele huisje zien. De mensen in Ghana zijn veel vrijer dan in eerder bezochte landen want hier vragen ze heel vaak of ze de camper mogen bekijken, als ze dan de fietsjes zien vragen ze gewoon of zij die mogen hebben, mooi niet!
Het heeft vannacht geregend en het is flink afgekoeld. We zijn 150 km ten zuiden van Tamale en het wordt hier veel groener. Het gebied ten noorden heeft een sahel klimaat en is daardoor veel armer dan het zuidelijk deel. Ghana is 6 maal groter dan Nederland, er wonen 21 miljoen mensen die hoofdzakelijk Christelijk zijn. Het nationaal inkomen is 25 maal minder dan Nederland maar wel weer hoger dan in Mali of Burkina en dat kan je duidelijk zien aan de huizen, auto’s en wegen. Ghana is sinds 1957 een zelfstandige democratie, dus zonder dictator, en daardoor een voorbeeld voor andere Afrikaanse landen. Na een paar uur rijden over slechte wegen lijkt het alsof we in de tropen zijn aangekomen, alles is groen en het is vochtig. Met 30 graden is het heel wat aangenamer dan de hitte van de afgelopen weken. Wij rijden een uurtje over een gravelweg met ribbels, op deze zogenaamde wasbord wegen trillen je tanden zowat uit je mond. We verlagen de luchtdruk in de banden en door harder te rijden rammelt het minder. Onverwachts komen we op een nieuwe asfaltweg en dat is altijd leuk na 150 km hobbelen.
Om 3 uur zijn we bij de Waterfall Lodge in Wli waar we de camper neerzetten in een groen landschap met ananasstruiken en papajabomen. Er staan 2 oudere Italiaanse echtparen die met hun campers ook al in Azië en Zuid-Amerika hebben gereisd. Er is een bbq en we praten gezellig half Duits/Engels met de Italianen want hun reiservaring is groter dan hun talenkennis.




