Zuid Afrika deel 2 (7 t/m 13 april 2010)
Woensdagmorgen doen we een loop in de Meiringkloof die bij de camping nog een paar 100 meter breed is maar verderop doodloopt. We zien, door het rivierwater uitgesleten, grotten die ruim 100 jaar geleden gebruikt werden door de Boeren om zich te verbergen tijdens de Boerenoorlog. Als de kloof nog maar een paar meter breed is komen we bij een kettingladder die leidt naar de 20 meter hoger gelegen vlakte. We moeten nagenoeg recht omhoog klimmen, dat is absoluut geen hobby van Joke, ze piept eerst wel maar doorstaat de wiebelige klim manmoedig.
Op de vlakte lopen we naar de waterholen en gaan dan dezelfde weg terug. We rijden naar Ficksburg en gaan op de gemeentecamping staan. Mijn BlackBerry telefoon waarmee ik ook kan mailen is kapot, gelukkig zijn hier wel 10 winkeltjes waar men cellphones repareert, ik ben benieuwd of het lukt. Een uurtje later is het probleem zowaar opgelost. Ficksburg is een hoofdzakelijk zwart stadje maar de middenstand zijn blanken en Indiërs, de winkels doen aan als in de jaren 70. Het restaurant waar we ´s avonds eten ziet er helemaal gedateerd uit, maar het eten smaakt goed en de prijs is ook van een halve eeuw geleden.
Donderdag worden we wakker door de zon die in de camper schijnt. Vandaag gaan we naar Lesotho maar doen hier boodschappen want daar is weinig te krijgen. De formaliteiten aan de grens gaan vlot en rijden dan het koninkrijk Lesotho binnen. Dit is weer “zwart Afrika” want er rijden veel ezelskarren en taxibusjes en er lopen veel mensen langs de weg.
Vergeleken met West Afrika ligt er weinig rotzooi, de huisjes zien er zeer verzorgd uit, volgens Joke zijn overal de ramen net gezeemd. Lesotho is wat kleiner dan Nederland, er wonen 2 miljoen mensen en wordt door hoge bergketens gescheiden van Zuid Afrika. Lesotho heeft een woeste natuur en bestaat bijna geheel uit hoge groene bergen die bovenaan een woeste kruin hebben. We moeten de Maluti pas nemen, de weg gaat dusdanig steil omhoog dat we een deel in de eerste versnelling moeten afleggen. Na vele haarspeldbochten komen we op 3090 meter met een prachtig uitzicht over het dal. Na de afdaling volgen we de rivier en nemen weer een paar colletjes van de eerste categorie. De mensen moeten hier op grote hoogte flinke afstanden lopen en ezeljongens drijven groepjes ezels terug naar de steden die ver uit elkaar liggen. Om 4 uur zijn we bij de Katsedam waar we met de camper bij het bezoekerscentrum mogen staan met uitzicht op de imposante dam. Met het water van het stuwmeer wordt elektriciteit opgewekt en er wordt water via grote buizen, die door de bergen zijn geboord, getransporteerd naar Zuid Afrika. Binnen enkele jaren moet dit project het belangrijkste exportproduct worden van dit straatarme land zonder delfstoffen. Joke bereidt een lekkere maaltijd en wordt daarvoor geroemd en rijkelijk beloond. Net voor we naar bed gaan horen we geraas, met veel geweld komt water uit de dambuis om elektriciteit op te wekken.
Vrijdag 9 april staan we om 6 uur op want we moeten ruim 200 km afleggen over allemaal onverharde wegen. We rijden eerst naar Thaba Tseka dat volgens de gps hemelsbreed 18 km verderop ligt maar over de kronkelende bergwegen is het 60 km en doen er bijna 2 uur over. De kindertjes die naar school lopen zwaaien weer vrolijk en vragen net als in West Afrika om snoep dat wij nooit geven. Onderweg lopen herders die allemaal een deken om hebben en op laarzen lopen, sommigen hebben ook een bivakmuts op. In Thaba hebben we 7 jaar geleden overnacht maar het plaatsje is flink uitgebreid en herkennen niets meer. We rijden verder door het woeste land en passeren vele dorpjes met kleine stukjes landbouwgrond waar men met de hand maïs en sorghum oogst dat op het hoofd of op ezels vervoerd wordt. Na 7 uur hobbelen over onverharde wegen die constant stijgen en dalen tussen de 2200 en 3000 meter krijgen we een pas van 3200 meter voor de kiezen. We komen na een korte afdaling bij de grenspost van de Sanipas. We willen er overnachten maar hier op 3000 meter is het koud en er staat een harde wind en besluiten om vandaag nog de pas te nemen. De Sanipas mag je alleen doen met 4-wiel aangedreven auto’s en is een van de steilste ter wereld. Boven aan de pas hebben we een werkelijk prachtig uitzicht op het dal dat 1500 meter lager ligt, over de indrukwekkende woeste rotswanden en over het angstaanjagende steile pad met scherpe haarspeldbochten .
We dalen het eerste stuk af in de 1ste versnelling van de lage giering. Deze slakkengang is absoluut noodzakelijk want het smalle pad is uiterst steil en hier en daar flink hobbelig. De haarspeldbocht liggen dicht bij elkaar. Met een rode kop van de spanning kan ik de korte bochten met moeite in één keer nemen en we kijken regelmatig in de diepe afgrond. De eerste 100 meter duurt een eeuwigheid. Na 25 korte bochten wordt het wat minder steil maar blijft het hobbelig door de vele keien. Na een uurtje zwoegen zijn we bij de Zuid Afrikaanse grens en rijden naar een camping waar we moe aankomen van 250 km inspannend rijden over onverharde weggetjes. ’s Avond bij een kampvuur genieten we na van deze prachtige maar zeer inspannende tocht.
Zaterdagmorgen doen we rustig aan, na de koffie rijden we naar het stadje Underberg, je weet wel van die kleine flesjes. Na de boodschappen en wat internetten willen we 50 km naar de zuidelijke Drakensbergen rijden om daar te gaan lopen. Het begint echter te regenen en besluiten om verder naar het noorden te rijden. Via binnendoor weggetjes stijgen we tot 1700 meter en komen van de regen in de mist die dikker en dikker wordt en op het laatst kunnen we maar 20 km per uur rijden op de smalle hobbelige grindweg. Na een uurtje wordt het zicht beter en om 4 uur zijn we op Monks Glow camping in de Drakensbergen. Het is zwaar bewolkt en koud maar de camping is mooi gelegen. ’s Avonds lopen we naar het 4 sterren Champagne Hotel om te gaan eten, er is een buffet. De gasten zijn van allerlei pluimage: 6 bekakt pratende Engelsen, een heel oud vrouwtje die volgens mij niet meer weet dat ze nog op aarde is, twee honeymooners waar de hormonen vanaf afspatten, drie vrouwen met een hoofddoekje (dat is voor het eerste dat we het hier zien), een negerin met een dikke kont waar een kleuterklas op mee kan rijden, 4 leuke meiden die laten zien wat ze hebben, vijf blanke Afrikaanse boeren, 2 Indiërs, 5 ouwe wijven die in zelfgemaakte kleding rondlopen uit de Libelle van 1953 en…. een leuk stel uit Hoevelaken die heel wat te bekijken hebben.
Zondagmorgen is het nog mistig maar gelukkig droog. We gaan in de imposante Drakensbergen een loop doen. Als we uit het bos zijn komen we in hoog gras dat nat is van de dauw, na een kwartiertje kan ik mijn broek uitwringen en loop ik te soppen in mijn wandelschoenen. Na een uurtje wordt het pad breder en giet mijn schoenen leeg. De zon begint door te breken en schijnt op de woeste bergen. Terug bij de camping drinken we uitgebreid koffie en Joke wast de wandelkleren. Het is nu heerlijk zonnig weer en zo’n 23 graden. Om 2 uur rijden we 200 km richting Krugerpark en overnachten op een heel grote camping waar we als enige staan.
Maandag rijden we via de Zuid Afrikaanse stadjes Utrecht, Amersfoort en Ermelo naar Sabie.
De route die we deze weken hier doen is niet erg logisch maar dat komt omdat we door de vertraagde aankomst van de boot veel langer met de huurcamper moeten toeren. Ik stuur diverse mailtjes naar het verhuurbedrijf en krijg eindelijk extra korting op de langere huur. We leggen 375 km af en komen in de middag aan in Sabie waar we op een camping aan de gelijknamige rivier gaan staan. Om 5 uur lopen we naar het stadje, er lopen veel mensen maar we zijn de enige blanken die zich te voet voort bewegen. We eten in een restaurantje en lopen in het donker weer 2 km terug naar de camping, het ziet nu niet meer zwart van de mensen.
Dinsdagmorgen doen we eerst boodschappen, kopen voor 2 tientjes 3 bloesjes, drinken op een terrasje een lekkere cappuccino met appeltaart want we moeten een beetje aankomen. We huren mountainbikes en biken een route die door glooiende dennenbossen en vlaktes voert. We peddelen ons in het zweet om bij een waterval te komen en eten daar wat. Bij het afdalen op het hobbelpad klapperen je tanden bijna uit je mond. Het is een leuke maar vermoeiende tocht. Aan het einde moeten we een brug over, maar het water van het riviertje staat dusdanig hoog dat het over de brug stroomt en het is natuurlijk een uitdaging om er met gezwinde vaart door te fietsen en nat te worden.
We gaan terug naar dezelfde camping en krijgen bericht dat de boot met onze camper pas 21 april in Durban wordt verwacht, weer 4 dagen later! Als er verder geen vertraging meer komt hebben we nog genoeg tijd om naar Malawi te rijden en voor de Pinksteren thuis te zijn.




