Zuid-Afrika deel 5 (28 april t/m 5 mei 2010)
Woensdagmorgen verlaten we het St Lucia Wetland park en rijden via binnendoor weggetjes die als tracks worden getoond op de GPS. Het kronkelende spoor voert ons door 10-tallen km grote suikerriet plantages waar men bezig is om het suikerriet te oogsten. Dit gebeurt niet met grote machines maar door zeer gespierde zwarte Afrikaners die met grote kapmessen het riet omhakken. Groepen vrouwen leggen de stengels op hopen en met een tracktor worden het in een speciale uitvoering treinwagon geladen. Er staan 100den wagons vol met stengels en verbazen ons dat het oogsten niet machinaal gaat. We komen op een bospad dat muller en muller wordt en de 4×4 wordt ingeschakeld. Op het GPS schermpje zie ik dat we omrijden en nemen een onbestemd bospaadje. Dit pad wordt smaller en muller en moeten goed vaart houden, als we hier komen vast te zitten of pech krijgen kan niemand ons helpen, maar we komen zonder problemen op de weg naar Richards Bay. Er komt een mail binnen dat de boot pas morgenavond laat in de haven van Durban aankomt en dat betekent dat we onze camper pas na het weekend zullen hebben. De camping waar we gaan staan zit in de top 10 van ZA en is uiterst verzorgd. Je kan er roosters voor de bbq huren en we gaan voor het eerst sinds ons verblijf in BBQ-land nummer 1 lekker braaien.
Donderdag gaan we op weg naar een museum over de Zulu’s. Om 10 uur komt weer de mail binnen met een update over de boot en lezen zowaar dat de boot vanmorgen al in de haven is aangekomen. Ik bel de scheepsagent en hij legt uit dat zeer waarschijnlijk vanmiddag de containerpallet bij hun depot aankomt en dat dan de douane morgenochtend kan inspecteren, dus als alles mee zit kunnen we vrijdagmiddag over de camper beschikken. We zijn uitgelaten als jonge kalveren die voor het eerst in de wei gaan. We houden het Zulu museum voor gezien en rijden naar Balito, een badplaats ten noorden van Durban. Na de boodschappen komen we op een camping die gelegen is in een subtropische tuin, pakken onze spullen in en wachten vol spanning op het mailtje van de agent hoe laat we morgen bij het depot moeten zijn. Maar helaas krijgen we bericht dat de camper pas morgen bij het depot afgeleverd wordt en dat de douane pas maandag tijd heeft om te inspecteren. De jonge kalveren gaan teleurgesteld terug in de stal. We lopen via een vlonderpad langs zee waar nu met hoog water bijna geen strand over is en op veel plekken puntige rotsen zijn, dus geen ideaal vakantie strand. Voor het eerst in 8 weken drinken we wat in een barretje, hebben uitzicht op de wilde zee en gaan daarna eten.
Vrijdag 30 april rijden we naar Durban, hier worden ook WK wedstrijden gespeeld en men is nog druk aan de weg aan het werk. We gaan naar SeaWorld om het grote aquarium te bekijken, het maakt deel uit van een park met allerlei wateractiviteiten. Het aquarium is zeer origineel aangelegd want het lijkt namelijk alsof je in een wrak op de bodem van de zee loopt. Er zijn gedeeltes met tropische vissen, gevaarlijke haaien, zeeschildpadden, krabben zeeslangen en kreeften.
Om 4 uur krijgen we een mail dat de camper in het depot staat en dat maandagmorgen de douane komt inspecteren, dus eindelijk zekerheid mits de ambtenaren geen spijkers op laag water gaan zoeken. In een internetcafé download ik na en aantal pogingen een nieuw programma om een fotoboek samen te stellen. De camping in Illovobeach heeft 4 sterren maar is zo clean en verzorgd en staat daardoor tegen. Het valt mij echter niet zo op want ik zit met rode koontjes achter de laptop met het fotoprogramma te werken.
Zaterdag is het prachtig zonnig weer en we gaan al vroeg hardlopen op het strand. Hier in de buurt van Durban heerst een subtropisch klimaat omdat door de warme golfstroom de zee hier 26 graden is. Als ik na het hardlopen in zee verkoeling zoek kijk ik voortdurend om me heen want gisteren in SeaWorld hebben we haaien gezien met angstaanjagende bekken en hongerige oogjes. Bij de drukke stranden van Durban zijn netten in zee geplaatst tegen haaien maar die netten zijn hier niet. Plotseling zie ik achter me wat bewegen en ren uit zee en zie op het strand dat ik gelukkig nog al mijn ledematen heb.
We rijden naar Port Edward en willen naar de mooi gelegen camping van 2 homo’s waar we in 2003 ook zijn geweest; niet dat ik verlangen heb naar die 2 mannen maar ze hebben een leuk gelegen en goed restaurant. Aangekomen bij de camping lijkt de rivier minder spectaculair, het landschap minder woest, de camping minder mooi en er is geen restaurant. Dan blijkt dat we vorige keer niet hier maar in Port St John zijn geweest dat nog 150 km zuidelijker ligt. We blijven hier staan en gaan verder met uitzoeken van de foto’s en uitvogelen van het programma.
Zondag rijden we in de loop van de morgen naar het Oribi Gorge Park en gaan daar een loop doen. Na een kwartiertje lopen zie ik een bruin katachtig beest lopen met spitse oren, ik pak gauw mijn videocamera en krijg hem nog even goed in beeld. Ik denk dat het een sfinx is maar volgens Joke zijn die alleen in Egypte. Het beest verdwijnt en wij lopen verder in een eentonig donker bos met veel lianen en lage struiken. Na ruim een uur lopen houden we het voor gezien en gaan we het dezelfde stomme pad terug. Op de camping bij Durban pakken we weer de spullen in en hopen echt dat we morgen onze eigen camper krijgen en dan eindelijk de reisplanning in eigen hand hebben.
Maandagmorgen bel ik de verschepingsagent en hoor dat we elkaar bij het depot zullen ontmoeten. Als we er zijn belt hij de douane en die vertelt dat men niet om 9 uur maar om 1 uur kan komen inspecteren en wij zeggen voor de 30ste keer “Yes man, this is Africa”. We gaan vast het terrein op en na 15 minuten lopen zie ik de flat rack staan waarop, afgedekt met een dekzeil, de prachtige vormen van onze camper.
Als het dekzeil is verwijderd is zien we gelukkig een onbeschadigde buitenkant als de sloten zijn verwijderd en de deur open is ziet het er binnen ook pico bello uit: een pak van ons hart! We monteren de spiegels, luifel en halen de spanbanden weg. De Cruiser start meteen en via een klep rij ik van de containerpallet. Bij de poort ruimen we de spullen in en wachten op de douaneman. Deze komt natuurlijk een uur te laat maar heeft in 3 minuten geconstateerd dat het chassisnummer klopt en dat we 2 reserve banden hebben en dus alles akkoord is en de stempels kunnen krijgen maar… dat wordt alleen op hun kantoor in de stad gedaan. De verschepingsagent gaat deze daar laten zetten en zegt binnen een uur terug te zijn. Dan ziet Joke dat er toch schade is, het glas van het dakraam is in duizenden stukjes gebroken maar zit er nog wel in. Na 2 uur wachten krijgen we de gestempelde papieren en rijden met onze eigen camper breed glunderend door de poort en zijn nu zo vrij als een vogeltje. We rijden nu met twee campers achter elkaar aan en hebben contact met elkaar via de walkie-talkie. Het is flink aanpoten om de huurcamper nog vandaag te kunnen inleveren. We zijn er net op tijd, rekenen af, laden de spullen over terwijl een zware onweersbui los barst. Dichtbij is een camping en daar komen we in het donker doodop aan van alle spanning en gestress. Het lekt door het kapotte dakraam maar dat mag de pret niet drukken. We voelen ons de koning te rijk in ons paleis. Het glas wordt geheven en de koningin bereidt in haar copieuse keuken een vorstelijke maaltijd. We zijn totaal 1 ½ maand bezig geweest met het verschepen en achteraf gezien hadden we in dezelfde tijd van Ghana naar Namibië kunnen rijden.
Dinsdagmorgen beginnen we om half 8 met onze reis naar Malawi. Het is ruim 2500 km en denken er ca 10 dagen over te doen maar het hangt ervan af hoe de wegen in Zimbabwe zijn en hoe snel we het probleem met het kapotte dakraam kunnen oplossen. Ik wil aan beide zijde folie plakken en dan later definitief repareren. Als we op weg zijn naar een folieboer zien we dat er al glas uitgevallen is. Ik klim op het dak, sla al het glas eruit, doe een plastic zak over het raam en plak het af met duktape. Om van het dak af te komen glijd ik voor van de cabine op de motorkap, verlies iets me evenwicht en spring op de grond waar Joke net aan komt lopen en mij liefdevol opvangt. We rijden over de zeer rustige tolweg naar Pretoria waar we na 4 uur aankomen en 600km hebben afgelegd. Op een grote camping in een soort stadspark staan alleen een paar tenten van werklui, er moet ook een restaurant zijn maar gezien de entourage verwachten we er weinig van. Het is echter prachtig ingericht, er wordt met Afrikaanse instrumenten muziek gemaakt en het eten smaakt uitstekend.
Woensdag gaan we op zoek naar een bouwmarkt om plexiglas en kit te kopen om het dakraam te kunnen maken. Daarna laten we de reserve band zetten op een velg van het voorwiel en tesamen met het reserve wiel hebben we nu op de achteras gloednieuwe banden. We laten dit hier doen want in de landen waar we heen gaan hebben ze waarschijnlijk niet de apparatuur om het goed te doen. De gasfles heeft bijna 3 maanden zijn werk gedaan en we dachten dat die gewoon niet leeg kon raken. We willen de fles hier laten vullen maar nadat we bij 2 zaken zijn geweest blijkt dat men het niet kan omdat men hier een andere aansluiting heeft. We moeten dwars door Pretoria rijden om bij een gespecialiseerde zaak te komen en als we daar eindelijk zijn kan deze het ook niet en kopen uiteindelijk een Zuid-Afrikaanse gasfles. Daarna slaan we een flinke hoeveelheid levensmiddelen in want in Zimbabwe is waarschijnlijk weinig te krijgen. Uiteindelijk kunnen we maar150 km af leggen. Op de camping maak ik met de haakse slijpmachine het plexiglas op maat en hoop dat de kit, schroefjes en de tape het water buiten kunnen houden. We bbqen omdat dit de laatste dag is in dit braailand want morgen willen we in Zimbabwe zijn.
Donderdagmorgen zijn we weer vroeg op pad en willen veel kilometers vreten. Dan vertoont de BlackBerry telefoon weer dezelfde kuren als 4 weken geleden. In Polkwana gaan we wel 10 reparatieshopjes af maar niemand kan het repareren, na 2 uur houden we het voor gezien. In Ficksburg kon men het wel fiksen maar hier niet, we zijn dus niet bereikbaar op de BlackBerry. Dus moeten we met Joke haar telefoon bellen en smsjes versturen en ontvangen (06 20871936) en zijn aangewezen op internetcafe’s. We rijden naar de grens met Zimbabwe, om na ruim 5 weken het prachtige Zuid-Afrika te verlaten.



