Marokko 2 t/m 8 november
Maandag doen we rustig aan op de Zebracamping van Paul en Renate en maken alvast kennis met 2 andere “equipes” van de toer nl Ronald en Ina en 2 zwagers die net als mijn zwagers Kees en Steef heten. Joke doet weer een wasje en ik zoek de foto’s uit. Daarna doen we een loopje naar de waterval van Ouzoud en zien van bovenaf 4 stromen 110 meter naar beneden vallen. We dalen af tot de bodem en passeren de 10-tallen restaurantjes en souvenirstalletjes want deze watervallen zijn de hoogste in Marokko en trekken in de zomer veel bezoekers maar nu is het heel rustig. Onderaan zien we dat 110 meter toch wel een hele val is maar het is niet echt imposant omdat er te weinig water is want het heeft nauwelijks geregend. We steken met een bootje over en lopen via de andere kant terug en komen door een dorpje en dan zie je dat de huizen er onverzorgd uitzien en voor een deel gebouwd zijn van klei. Terug op de camping zijn de 2 andere equipes er ook nl de Belgen Mark en Marnix en Barbara en Bart. Bart praat zo rap Vlaams dat zijn eigen Belgische schoonmoeder hem nauwelijks kan verstaan en wij als Nederlanders helemaal niet. We krijgen een briefing van Paul van 4x4marokko.nl en daarna eten we gezamenlijk het typische Marokkaanse gerecht tajines, een stoofschotel met groente en vlees dat wordt warm gehouden door een stenen puntdeksel.
Dinsdagmorgen “starten we de motoren” om half negen en vertrekken met 5 Toyoto’s en 1 Landrover naar de Hoge Atlas waar we 2 passen oversteken van elk 2200 meter. De weg heeft niet zo extreem veel scherpe bochten als de pas van vorige week maar het wegdek is op heel wat plaatsen bedekt met zand en stenen door kleine landslides. De natuur is ook hier prachtig en afwisselend. We moeten regelmatig stoppen want Mark en Marnix hebben uit Belgie heel veel gebruikte kleren en schoenen meegenomen en nog veel meer pennen en snoep en zij stoppen heel wat keren om deze uit te delen. Op een gegeven moment stapt Barbara uit de auto, doet een oude deken om en staat met uitgestoken handen als eenMarokkaanse vrouw die ook graag wat wil krijgen, Mark stopt en steekt door het autoraam een paar schoenen en ziet dan pas dat het Barbera is en ze lachen zich een kriek.
Nadat we de Hoge Atlas over zijn nemen we op de hoogvlakte een piste (=onverhard weggetje) en na een uurtje komen we bij een plateau waar we een in de middle of nowhere een bushcamp maken, de zon gaat prachtig onder en enige minuten later komt de volle maan op. Renate kookt een lekkere maaltijd, het kampvuur gaat aan en we praten gezellig over de mooie tocht en de Landroverbemanning wordt gemaand door te rijden.
Woensdag 4 november vervolgen we de piste over de hoogvlakte, dicht bij een rivier staat een grote maar onverzorgde boerderij, deze schapen- en geitenhouder heeft 100derden dieren en is absoluut niet arm. We rijden via een groen dal door een dorpje dat ca 30 km vanaf de verharde weg ligt, de kinderen bedelen weer om pennen maar men is hier ook niet echt arm want op elk plat dak staat een satelliet schotel.
Na de lunch gaan we via een steil slingerend pad de berg op, onze Landcruiser kan het goed aan maar er komen regelmatig zwarte rookpluimen uit de uitlaat omdat op deze hoogt van 2000 meter de lucht ijler is. Onderweg komen weer overal kinderen aanrennen die om een balpen vragen, bij een afgelegen dorpje delen de Belgen veel kleding uit, de kinderen blijven gewoon om meer vragen en het is irritant dat ze geen dankbaarheid tonen. We maken ons kampement op de 2300 meter hoge bergtop met een wonderschoon uitzicht, het koelt snel af en gaan vroeg de camper in en genieten van ons super de luxe verblijf want de andere deelnemers slapen in daktenten en dat is wel heel wat primitiever, maar ook heel leuk zoals we van onze zuidelijk Afrika trip weten.
Donderdag beginnen we meteen aan de afdaling, het weggetje is bijzonder slecht en door de vele losse stenen verschrikkelijk ongelijk, we rijden uiterst langzaam want door onze relatieve hoge opbouw wiegelen we als een mooie eend over het smalle pad met daarnaast een uiterst steile afgrond. Ik heb geen hoogtevrees maar zit bepaald niet ontspannen achter het stuur, Joke rijdt mee en knijpt haar knokkels wit in het handvat, dit is het meest moeilijke stuk wat we ooit gereden hebben met de camper. Het landschap is prachtig maar doordat we zo ingespannen moeten rijden kunnen we daar niet echt goed van genieten. In de scherpe haarspeldbochten moeten we soms steken en met de hoge afgrond op enkele decimeters naast ons trek ik de handrem maar extra goed aan. Na 1 ½ uur rijden zijn we 300 meter lager en hebben we 9 km afgelegd, we hadden dus net zo goed kunnen lopen want dat is meer ontspannen. Het wordt minder steil en drinken koffie bij de eerste palmboom. We rijden door een wadi (= rivierbedding die bij regenval heel snel volloopt door het water van de bergen) met veel afslagen dus rijden we redelijk dicht achterelkaar en door de portofoon krijgen we van Paul aanwijzingen. Joke zit stoer achter het stuurwiel want zij is de enige vrouw die ook telkens rijdt en doet dat goed en met veel plezier. We lunchen in een stadje waar ook proviand, water en diesel wordt ingeslagen. Na een klein stukje asfalt komen we in de woestijn, bij een steenformatie stoppen we en zien in de rotsen fossielen van inktvissen van 350 miljoen jaar oud en nemen een los stukje steen met fossielen mee. Op een grote vlakte kunnen we hard rijden en door de uitgelaten mannen worden we van alle kanten voorbij gereden. We komen bij zandduinen en laten lucht uit de banden lopen om meer grip te hebben, Paul leert ons hoe we de mulle zandbergen moeten nemen namelijk met vol gas in de 2de van de lage giering de duin op en als je bijna boven bent gedoseerd gas minderen zodat je uiterst zachtjes over de top doorrolt en kan zien wat en hoe steil het aan de andere kant is. De eerste keer halen we de top niet maar daarna gaat het telkens beter. Ronald die al veel in de duinen heeft gereden en een speciaal doorvoor geprepareerde Landcruiser heeft, glundert als een kind en geniet in deze super zandbak, na een paar duinpassages wordt hij overmoedig en neemt een extra hoge duin en graaft zich in, hij hangt met de onderkant van zijn carrosserie op de top van de duin, hij probeert het losse mulle zand weg te scheppen maar ondanks gebruik van de zandplaten komt hij er niet alleen uit en wordt dan losgetrokken. Het begint te schemeren en het speelkwartier is afgelopen en we rijden naar een camping en nemen een wel verdiend biertje.
Vrijdag de 6de rijden we nagenoeg uitsluitend door de woestijn en dat is een heel afwisselend “terrein” want we nemen eerst een zandvlakte met een harde bovenlaag met split waar je 70 km per uur of harder kan rijden en de mannen als losgelaten jonge honden lekker kunnen scheuren, dan zijn er hobbelige droge rivierbeddingen, gevolgd door bergkammetjes met rotspaden. We stoppen bij een paar nomaden die bij een waterput zitten te zitten en tanken daarna in een afgelegen oase-woestijnstadje waar ik nooit zou willen wonen en waar ik volgens een Hoevelaaks gezegde mijn eigen hond niet zou willen laten dekken. Na wat vertraging door de Landrovermannen gaan we weer naar de duinen en rijden achter Paul aan om de duin-rijtechniek beter onder de knie te krijgen. De 2 andere “offroad-nieuwelingen”, de zwagers Steef en Kees, hebben beiden uitstekend de techniek onder controle en genieten van de verkorte oranje LandCruiser. Ina en Barbera rijden ook een stukje duin maar doen dat niet met dezelfde “drive” als Joke. Aan het einde nemen we een piste over het zachte woestijnzand met veel duinen waarbij we de geleerde techniek in de praktijk kunnen brengen, de camper en de bemanning zijn volledig in hun element als we weer met wegrollende achterwielen een bocht nemen om daarna met vol gas de volgende duin te nemen die we als we bovenaan weer uiterst rustig aftokkelen. Op de oase-camping eten we in het leuk Marokkaanse restaurant een lekkere spies met patat.
Zaterdag is het duinendag!! Na een prachtig duinenpad met veel mul zand doorcrossen we een wadi waar we koffie drinken. Er komen ca 10 oude Citroëns langs die op weg zijn naar Benin, om de wadi dwars over te steken moeten zij vanaf een heuvel een aanloop nemen en dan in volle vaart proberen de overkant te halen wat bij een aantal niet lukt. We toeren naar een gebied met hoge duinen om met Paul voorop een tocht kriskras door de hoge zandduinen te gaan rijden. Doordat onze camper ca 1000 kg meer weegt dan de ander auto’s en het feit dat we alles heel willen houden doen we met onze LC niet mee en ben ik bijrijder van Paul. We crossen van de ene hoge duin naar de andere diepe duinpan en bijna alle auto’s komen wel vast te zitten. De plezante Belg Bart heeft heel veel 4×4 ervaring maar voor hem is dit ook zijn eerste keer in de duinen, door zijn ervaring en autokennis rijdt hij met veel techniek en goesting. Als we een heel hoge duin moeten nemen rijdt de leuke zwarte Landrover van Marnix en Mark, die als laatste rijdt, zich telkens vast mede omdat de anderen het zand hebben mul gereden, ze nemen een iets kortere helling en als ze boven zijn nemen ze geen gas terug maar remmen en de voorwielen graven zich spontaan tot de as in. Aan het eind van de middag gaan we op bezoek bij een nomadenkamp, het ziet er armoedig uit maar er staat wel een dikke Landcruiser voor de tentingang en mobieltjes maken deel uit van hun uitrusting. We drinken in een nomadentent een glaasje mierzoete thee waarbij het glazuur spontaan van je tanden springt en gaan dan naar onze bushcamp midden in de duinen. Renate zet een smakelijk maaltijd op tafel die prachtig verlicht wordt door de sterrenhemel.
We lopen zondagmorgen eerst een hoge duin op en maken mooie opnames van onze bushcamp. Daarna scheuren we over een zoutvlakte waarbij Kees gelukkig niet probeert om zijn eigen snelheidsrecord te verbeteren van 290 km per uur dat hij heeft gereden op het circuit van Daytona. We zien een grote kudde kamelen lopen en maken heel wat foto’s vooral van een 5 dagen oud jong met zijn moeder. Er wordt gestopt bij een waterbron en ik zie in een half uur meer kamelen dan ik ooit in mijn hele leven heb gezien. We moeten daarna een kort maar uiterst zanderig stuk piste nemen en hebben de banden niet afgelaten waardoor we vooral met onze zware camper veel weerstand hebben, als we er over zijn is onze uitlaat zo heet geworden dat een stukje isolatiemateriaal roodbrandend uit de uitlaat komt, volgens de andere (mannelijke) deelnemers kan dat geen kwaad; ik geloof ze meteen want afgelopen week hebben ze bewezen elke detail van autos te weten terwijl wij nauwelijks een lelijke Eend van een Kever kunnen onderscheiden. Als toetje van de week nemen we nog een mooie piste met een uiterst steil pad maar onze LC tort rustig omhoog. Om 4 uur komen we aan in een woestijnstadje en drinken we wat op een leuk dorpsplein. Op de camping krijg ik van Bart een sterke spanband en hij helpt mij om de reserve band weer te bevestigen want vanmiddag waren de spanbanden van de reserve band gebroken, verder heeft onze bushcamper het uitstekend gedaan in deze uiterst zware terreinweek want verder is er alleen 1 luikje open gegaan en de suikerdoos is omgevallen. We hebben heel goed de techniek geleerd om allerlei terrein te rijden en dat geeft ons extra vertrouwen voor onze verdere tocht. We eten ’s avonds voor het laatst met z’n allen op het dorpsplein en hebben met Paul en Renate van 4x4Marokko.nl een zeer leerzame en leuke week gehad.



