Marokko en Westelijke Sahara 9 t/m 14 november 2009
Maandagmorgen nemen we afscheid van de deelnemers van de www.4x4Marokko.nl toer want zij rijden naar het westen en wij moeten naar de grens van Mauritanië die ca 1800 km woestijn hiervandaan ligt. We kunnen lekker doorrijden want de weg gaat over vlak terrein tussen de woestijnrand en de voet van een gebergte. In de dorpjes wordt op straat gespeeld en lopen de mensen zonder uit te kijken de straat op want er komt hier weinig verkeer langs. We kopen in een dorpje bij een groentestalletje fruit en groente en tanken. Om 4 uur komen we aan bij camping/hotel Fort Bou-Jerif en hebben 475 km afgelegd, ook op deze camping weer geen andere overlanders, ik hoor van de eigenaar dat er vergeleken bij vorig jaar ca 1/3de minder overlanders bij hem komen en hij wijt dit aan de economische crises. We kunnen eten in het restaurant van het hotel, Joke neemt vis en ik neem een stoofschotel met dromedarisvlees, dat smaakt als rundvlees dus wie weet wat ik gekregen heb.
Dinsdag is geen rij- maar poetsdag Als ik om 7 uur uit de camper stap zie ik dat er ochtenddauw op zit en met een paar doeken kan ik het aangekoekte zand van 4 weken er redelijk makkelijk afkrijgen en ziet de camper er weer functioneel netjes uit. Joke doet 5 wasjes en probeert de camper zo goed mogelijk stof- en zandvrij te maken, er ligt weliswaar heel wat in maar we hebben dan ook afgelopen week zo’n 1000 km over stoffige en veelal onverharde wegen gecrost. We zijn bijna de hele dag lekker druk bezig en gaan om 4 uur hard lopen en komen langs het oude Fort Bou-Jerif waar tot 1969 het Franse Vreemdelingenlegioen was gelegerd. De muren zijn opgebouwd van leem en klei en daardoor is het deels ingestort.
Woensdag 11 november rijden we om 8 uur weg en nemen na een poosje een piste en komen bij Plage Blanche. We moeten een aantal keren gokken bij een afslag en moeten riviertje doorwaarden waar 50 cm water in staat. Onderweg vragen we de weg bij een boerderij waar op het hek een kamelenhuid ligt te drogen, de boer een geit slacht en dat kan hij waarschijnlijk beter dan de Franse taal. We komen langs een paar nomadententen en een bloedmooie Nomaadse komt aanlopen en zegt dat ze hoofdpijn heeft en vraagt in het Frans om aspirines, die geven wij haar. Als we wegrijden vraagt Joke zich af of men hier nog uitgehuwelijkt wordt, dat lijkt me in dit geval wel een goede gewoonte want als je deze knappe Nomaadse krijgt voor 4 geiten dan is dat absoluut geen straf. Na een half uurtje worden we weer aangehouden door een nomaden vrouw die ook al hoofdpijn heeft, we krijgen het idee dat het een alternatieve wijze van bedelen is of dat men hier collectief ongesteld is. Na 2 uur offroaden komen we weer op de verharde weg en zit de schone camper weer onder het stof. Bij de kust wordt het plots 5 graden koeler en is er zeemist. We rijden een paar uur over een smalle weg met aan beide zijden zand, zand en nog meer zand. Na een afslag worden we aangehouden door een agent met een radarpistool, Joke heeft nl 71 km ipv de maximale snelheid van 60km gereden. Er komen nog 2 agenten bij en zeggen dat er 400 dirham (ca 35 euro) boete op staat, ik doe flink zielig en zeg dat ik met mijn vrouw die te hard heeft gereden niet erg blij ben maar het wordt toch een bon. De bon wordt uitgeschreven, ik pak 400 dirham en alle 3 agenten en ik moeten tekenen. Als we wegrijden verontschuldigen ze zich. Als we 5 km verder zijn voel ik in mijn borstzak de 400 dirham die ik per ongeluk niet gegeven heb terwijl op de ondertekende bon staat dat ik deze betaald heb, we twijfelen even om terug te gaan maar als zuinige Nederlanders rijden we door maar kijken menigmaal in de spiegel. Om 5 uur komen we bij de mooi gelegen camping De Koning van de Bedoeïenen van een Belgisch echtpaar waar we weer als enige staan.
Donderdag is het knap mistig en dat komt omdat we dicht bij de koudere zee zijn. Na een uurtje wordt het zicht beter, we moeten weer stoppen bij een wegversperring en hopen dat we niet aangehouden worden ivm de boete van gisteren mar we kunnen gelukkig doorrijden. We zijn nu in de Westelijke Sahara en om er meer bevolking te krijgen zijn de belastingen laag en betalen we voor de diesel de vriendenprijs van 43 euro cent per liter. We gaan allerlei inkopen doen in Laayoune want dat is de laatste grote plaats waar je nog allerlei zaken kan kopen. Het aanbod van winkels is Afrikaans dwz heel veel kleine winkeltjes en slechts 1 grotere zaak met een vreemd assortiment. We schaffen allerlei spullen aan zoals een usb stick, een manometer, een vloermatje, een onderlaken, groenten, fruit en een geslachte kip aan van 2 kg en zelfs ik vindt dit winkelen leuk. We rijden 250 km tot Boujour waar een camping is. De fietsjes worden gepakt en langs het strand fietsend komen we bij een baai waar heel veel houten vissersbootjes op het strand liggen.
Als er een bootje komt aanvaren rijdt een paard met wagen de zee in om de gevangen vis, netten en buitenboord motor over te nemen, daarna tillen 8 man de boot op het strand en wordt neergezet naast de 100den andere bootjes. We filmen heel wat af maar dan komt er zo’n man in een uniform die zegt dat het niet mag; het lijkt wel of bijna de helft van de bevolking in Marokko bij de politie, gendarmerie of het leger werkt, ze hebben niets te doen en gaan dan een onschuldige toerist lastigvallen. Beleefd zeggen we dat we het niet wisten dat we niet mochten filmen en denken krijg de schijt. We kijken nog even bij de veiling en zien daar joekels van zwaardvissen liggen maar filmen ze maar niet.
Vrijdagmorgen lozen we eerst de watertanks want het eergisteren getankte water heeft een bijsmaak en we nemen 150 liter zeer goed drinkwater in. We moeten 375 km door de Sahara rijden via de eentonig lange weg waarbij het landschap van zand en droge struiken af en toe afwisselt met zandduinen en zandvlaktes. We zien een paar auto’s staan en stoppen want er is een auto over de kop gevlogen doordat de bestuurder in slaap is gevallen. Wonder boven wonder is er niemand gewond, de bagage van de zwaar beladen auto ligt verspreid in het zand. De pikzwarte Senegalezen vragen of wij met onze 4×4 de zwaar gehavende auto uit het zand kunnen trekken, dat doen we en het lukt om het voertuig naast de weg te trekken waar ze zullen moeten wachten. We vervolgen onze weg en worden bij politie versperringen die hier zo om de ca 100 km zijn telkens aangehouden, ze vragen dan onze nationaliteit, waar we naar toegaan en wat ons beroep is. Ik zeg dan in het Frans dat ik project manager ben en dat Joke in de keuken staat en dan moeten ze glimlachen en dat is mooi want een man in uniform kan je beter glimlachend een meter in zijn reet kruipen dan chagrijnig tegen je hebben. Bij een strand bij Dahkla zien we een aantal overlanders staan, een Spanjaard vertelt dat sinds begin november er geen visum meer verkrijgbaar is bij de grens en dat 10-tallen overlanders daardoor gestrand zijn en ca 6 dagen moeten wachten op iemand die met paspoorten vanuit Rabat (ca 1800 km van hier) terug komt. De man heeft al diverse malen door Mauritanië gereisd en geeft veel informatie. Wij rijden naar de camping in Dahkla en kunnen daar onze camper in ruilen voor en groter exemplaar maar doen dat maar niet en gaan maar een stukje hardlopen op het strand en eten ’s avonds lekker bij een nabijgelegen hotel.
Zaterdag14 november gaan we richting Mauritanië en zien onderweg 2 Nederlanders en een Duits stel en met 3 auto’s rijden we 250 km door de eenzame woestijn tot het laatste tankstation voor de grens waar we vannacht blijven staan. De laatste dagen was het ca 25 graden en nu is het 33 graden, maar we mogen absoluut niet klagen want we hebben eigenlijk al 5 en zonnig weer. Het Duitse stel is al 5x door Mauritanië gereisd en willen nu voor de 4de keer de oude piste langs het strand nemen die via een mooi natuur park loopt en zij hebben de coördinaten. Om 5 uur komen er 3 auto’s aanrijden en dat zijn Iris en Roderik van www.impi-adventures.nl die we eerder in Ouzoud ontmoet hebben en meerdere malen gesmst hebben, Mark en Marga van www.3maatjesopreis.nl en Gerrit en Jorinne van www.togetherforafrica.nl. We overwegen om met z’n allen de strandpiste te nemen maar we twijfelen nog want onze visums voor Mali en Burkina Faso zijn dan mogelijk niet meer geldig omdat we door ziekte van Joke’s moeder 3 weken later dan gepland vertrokken zijn. We praten gezellig met elkaar en wisselen ervaringen uit oa over de grens overgang naar Mauritanië die we morgen gaan “nemen”.


