Mauritanië en westelijk Senegal 15 t/m 22 november
We vertrekken zondagmorgen met 5 auto’s naar de grens Marokko- Mauritanië waar normaliter de passsage 2 a 4 uur duurt. Helaas niet vandaag want er staan meer dan 50 auto’s te wachten en in 2 uur kruipen we 40 meter vooruit. Na 3 uur wachten kunnen we ons melden bij de politie, dat duurt ook weer een half uur, hetzelfde herhaalt zich bij de douane en de gendarmerie, dit alles in een brandende zon en 33 graden. Dan rijden we 3 km op een hobbelpiste door het niemandsland waar vele autowrakken liggen van voertuigen die op landmijnen zijn gereden, dus houden we de sporen van onze voorgangers maar extra goed in de gaten. Bij de Mauretaanse grens moeten weer een uur wachten en ik kan met mijn BlackBerry mijn verslag en foto’s mailen naar zus Marijke en dat komt mooi uit want in Mauritanië heb ik geen email bereik. Bij de gendarmerie vragen ze om een presentje en ik zeg dat wij schriften en pennen hebben voor een school zodat kleine kinderen kunnen leren schrijven en daarmee is het onderwerp “presentje voor hen” omzeild. Bij de politiepost doen sommige Afrikanen een briefje ter waarde van 5 euro in het paspoort en worden tussendoor geholpen, wij doen dat niet en zijn ruim een uur kwijt want we willen niet de corruptie bevorderen. Bij de douane moeten we echter toch dokken maar krijgen 50% groepskorting op een “passagebewijs” van de auto. Na 7 ½ uur zijn we eindelijk in Mauritanië dat 50 maal groter is dan NL en slechts 3 miljoen inwoners heeft, nagenoeg 100% Islamitisch is en behoort tot de 25 armste landen ter wereld. We rijden naar een camping in Nouadhibou, onderweg zien we heel veel zwerfvuil en rotzooi en er rijden zulke verrotte auto’s dat die in NL zelfs bij de sloop zouden worden geweigerd.
Bijna alle mannen zijn hier pikzwart maar van de vrouwen weet ik het niet want die zitten verpakt in lange gewaden en hebben een hoofddoek of zijn flink gesluierd. Op de camping eten we gezamenlijk en bespreken de verdere plannen. Twee Nederlandse overlanders willen hier 1 of 2 dagen blijven want ze hebben de laatste week lange dagen gereden, de ervaren Duitse Mauritanië gangers moeten nog allerlei zaken regelen en denken pas dinsdag te kunnen beginnen aan de 3-daagse trip via de oude route door de duinen en langs het strand. Wij willen die ook graag doen maar kunnen niet nog een dag wachten want we hebben niet voldoende tijd doordat wij 3 weken later met onze reis zijn begonnen; binnenkort verloopt ons visum voor Mali en nieuwe aanvragen kost nog eens 2 dagen en we zouden dan bijna een week verliezen als we mee zouden gaan. Met pijn in het hart moeten we beslissen om de asfaltweg te nemen want anders kunnen we niet voor Kerst naar huis vliegen.
Maandag 16 november ben ik vroeg wakker want het islamitische ochtendgebed begint hier om 5 uur en wordt heel luid en lang aangehouden. We gaan samen met 1 andere auto, van Roderick en Iris, op weg naar Nouakchott, onderweg stoppen we even want de langste trein ter wereld van 1 km komt langs, dan is het 500 km woestijn rijden over een weg die pas 5 jaar geleden is aangelegd. Het landschap wordt nog droger en de struiken worden nog schaarser en dan is er alleen nog maar zand afgewisseld met zandduinen en nog eens zand.
We worden onderweg totaal 10 keer aangehouden voor controle en ondanks diverse vragen om presentjes hoef ik maar 1 keer een schriftje weg te geven, bij sommige laten we een kunststof hartje zien en zeggen dat wij van Afrika houden, de gendarmes moeten dan een beetje glimlachen maar het is zo’n lullig presentje dat de meeste het niet willen hebben. Na 7 uur rijden zijn we de camping op midden in de hoofdstad Nouakchott waar op straat ook nog heel veel, je raadt het al….. zand ligt. In de Lonely Planet zien we dat er dichtbij een Frans restaurant is en we gaan daar heerlijk eten met zowaar een fles rode wijn erbij want sinds een paar jaar mag in dit zwaar Islamitische land in de betere hotels en restaurants alcohol geserveerd worden.
Dinsdagmorgen reizen we alleen verder want de andere overlander gaat rechtstreeks naar Mali. Als we door de hoofdstad rijden zien we weer veel ezelskarren en sloopauto’s rijden op de zanderige wegen met hopen afval waar ezels proberen wat eetbaars te vinden en soms staan ze naast hun soortgenoot die er dood naast ligt.
De mensen zijn in Mauritanië niet erg vriendelijk maar wat wil je als je in een zandbak woont waar het heet is, bijna niets groeit en stuifzand van auto’s of zandstormen je constant teisteren. We rijden 200 km naar het zuiden en nemen dan een piste want we willen de meest corrupte grensovergang van Afrika in Rosso vermijden. We hobbelen 60 km op een dijk die langs een natuurpark voert waar Europese vogels overwinteren, dus een soort Tormolinos voor gevederden. We zien veel flamingo’s en pelikanen maar kunnen niet lang blijven want we weten niet hoe lang het bij de grens gaat duren. Ook deze grensovergang is berucht want je moet veel betalen maar het is niet zo chaotisch als bij Rosso. Net voor de grens eindigt het mooie park en staat een gendarmepost waar je om een “bijdrage zonder bonnetje” van 15 euro voor het park wordt gevraagd, na wat praten wordt het 5 euro. Bij de douane moet 10 euro voertuigenbelasting betaald worden en ik vraag en krijg zowaar een reçuutje, bij de politie wordt weer 10 euro voertuigenbelasting geëist en dat valt ondanks veel gelul niet te vermijden maar zij “kunnen” geen bonnetje geven. Nu komen we in niemandsland waar een slagboom staat van de gemeente en waar om 10 euro wordt gevraagd, uiterst zielig zeg ik dat ik nog maar 2 euro heb en krijg een reçuutje van 1 euro. We rijden over de brug van de rivier de Senegal en een man met bonnenboek is onverbiddelijk bij de vraagprijs van 10 euro bruggeld. Voor Senegal hebben we geen visum nodig, de politieman zegt dat Nederlanders veel vriendelijker zijn dan Fransen en dat de meeste 10 euro betalen omdat er geen visumkosten zijn, mijn kennis van de Frans taal verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik begrijp en betaal niets. Als laatste de Senagalese douane waar een voertuigdocument wordt uitgeschreven a raison van 5 euro. Al bij al in 1 ½ uur met 7 geüniformeerde figuren geluld en ruim 40 euro lichter geworden waarvan een paar officiële belastingen en de rest door geüniformeerd machtsmisbruik. Zijn de Afrikanen slechter dan Westerlingen? Als je weet wat die klojoos op Wallstreet hebben geïnd en hoe de oud politieagent Scheringa aan zijn geld is gekomen dan is het antwoord nee. We rijden nu in Senegal dat 5 maal groter is dan NL en 10 miljoen inwoners heeft, 90% Islamitisch is en ook behoort tot de 25 armste landen ter wereld. In Saint Louis kunnen we eindelijk weer in een winkel bier kopen, de laatste winkel waar dit kon was in Marrakesh zo’n 3000 km hiervandaan!!! In Senegal lopen de vrouwen gelukkig zonder sluier en zijn weer herkenbaar aan hun kenmerkende vormen en dat bevalt mij veel beter en zeker hier want er lopen fraaie exemplaren rond.
Woensdagmorgen doen we lekker rustig aan op de Zebrabar camping die in alle websites terecht geprezen wordt als rustpunt na de Sahara en Mauritanië. Voor slechts 2 euro wordt de hele was gedaan en wij ontstoffen de camper en verzorgen het paard want deze heeft inmiddels 8000 km gelopen en wordt daarom doorgesmeerd en verder nagekeken. Om 4 uur gaan we hardlopen door het mooie waddengebied waar veel vogels overwinteren. ’s Avonds eten we tezamen met andere campinggasten aan een lange tafel en wisselen verhalen uit met de aardige Ier Ian die alleen op de motor reist en besloten heeft om niet van Dakar terug naar Ierland te rijden omdat het als solo-motorrijder in Afrika eigenlijk niet te doen is.
Donderdag 19 november. We zijn vannacht lek gestoken door minstens 10 muggen die ondanks de klamboe en de horretjes naar binnen kunnen komen, waarschijnlijk via de minuscule spleten bij de rolhorretjes, ze willen absoluut naar binnen komen omdat ik ook voor vrouwtjesmuggen zeer aantrekkelijk ben, Joke heeft daar een andere mening over. We rijden naar St Louis, wat de hoofdstad was van de voormalige Franse West-Afrikaanse koloniën. In de binnenstad is veel verkeer en weinig parkeerplek en wij vragen of we op de binnenplaats van het politiebureau mogen parkeren en dat mag zo waar, nou veiliger kan het niet. We peddelen met onze fietsjes tussen het drukke verkeer met veel oude busjes die mensen vervoeren naar de brug die het vaste land verbindt met het lang gerekte eiland. Er is een flinke file want de 110 jaar oude stalen Eiffelbrug wordt gerepareerd. We drinken koffie in het Hotel de Poste waar begin 1900 de piloten sliepen die de luchtpost naar Afrika vervoerden en zien er leuke oude posters hangen. We fietsen eerst door de leuke oude Franse wijk en dan door het stinkende vissersdorp maar voelen ons niet op ons gemak te meer doordat iemand tegen Joke aanfiets, is dit per ongeluk of een poging om ons af te leiden?? Terug op de Zebracamping maak ik uit een klamboe en extra hor om het vrouwenvolk van me af te kunnen houden Er komen 4 Nederlandse auto’s aan die als een soort flottielje naar Gambia reizen, we praten even met ze maar zijn blij dat we op onszelf reizen.
Vrijdagmorgen neme we een piste naar het zuiden en we worden aangehouden door een taxichauffeur die zijn rechter vooras heeft gesloopt en een steeksleutel 19 nodig heeft om de klus verder te klaren. Het droge Sahel landschap, de rotzooi die overal ligt, een lucht vol met stof, kleine kinderen met snotneuzen die om geld vragen en de mensen die alleen maar rondhangen maken Joke bepaald niet blij en we beseffen ons te meer dat Nederlanders zeer bevoorrechte mensen zijn op deze aardkloot maar dat we desondanks toch zo vaak klagen. We rijden Dakar voorbij want we hebben geen behoefte aan een grote stad en om in de hectische verkeersdrukte te verzeilen.
We passeren een landsschap met 1000den baobab bomen en zien mensen op het land pindas oogsten. De laatste 40 km is piste door een mangrove- en waddengebied en we komen in een natuurpark op een mooi langgerekt schiereiland waar we op een kampement de enige gasten zijn. We staan nagenoeg op het strand op 25 meter van de oceaan. Joke kookt een maaltijd met kip en rijst en om 10 uur wordt ik, lui zittend in mijn stoel, door de branding in slaap gesust en wordt na 3 uur wakker.
Zaterdagmorgen rijden we nog 10 km verder op het smalle schiereiland en komen in het onverzorgde vissersdorp Djifere. We gaan met een gids een boottocht doen in een pirroque (smalle boot) over de rivierdelta van het natuurpark Sine Saloum waar veel vogels overwinteren. Op een eiland zien we bij een afgelegen vissersdorpje veel hoge bergen schelpen liggen van oesters en mosselen die hier geleegd zijn, deze schelpen worden weer voor de bouw van de huisjes gebruikt als vulmiddel in cement en je ziet ze duidelijk zitten. De aardige gids vertelt veel over het leven hier en wat men allemaal gebruikt van de baobab boom zoals de bladeren voor kruiden, de schors voor touw en de vruchten om te eten. We varen via smalle kreekjes langs mangrovebomen en de gids breekt een paar mangrovewortels af waarop oesters zich hebben vastgezet, hij roostert ze op de boot en Joke smult ervan maar ik houd het maar bij een. We hebben een heel afwisselende tocht in dit mooie afgelegen gebied. Om 3 uur komen we bij een goed verzorgd kampement en staan nu 15 meter van zee. Joke gaat in een hangmat liggen lezen maar valt rap in slaap. Het is de laatste dagen 36 graden en koelen van een duik in het zee water lekker af. Morgen gaan we op pad naar Gambia.





