Senegal-Gambia-Senegal 22 t/m 27 november

Senegal-Gambia-Senegal  22 t/m 27 november

Zondagmorgen rijden we via de onverharde slechte weg van het schiereiland naar het vaste land en steken enkele stukken af door de sporen te volgen op de harde zandvlaktes waar nu geen water staat. We zijn blij als we asfalt zien maar dat duurt niet lang want het zit vol met potholes (gaten) en moeten zigzaggend rijden om deze te ontwijken. Voor ons rijdt een hoog geladen busje en we zijn blij als we deze voorbij zijn want het lijkt net of die zo kan omslaan. Na 200 km zijn we bij de grens met Gambia, het uitklaren gaat uiterst soepel, de Gambiaanse douane wil echter 20 euro voor de passage van de auto en schrijven doorvoor een reçuutje uit van slechts 2 euro ivm overwerk, ik leg lachend uit dat het nu midden op de dag is en dat ik daar niet voor betaal, na wat gesoebat komen we uit op 6 euro. Drie douanemannen doorzoeken de camper maar vinden niets wat niet mag. We zijn nu in Gambia dat geheel ingesloten wordt door Senegal, de rare langwerpige vorm van ca 200 bij 50 km is destijds bepaald door de Engelsen en de Fransen nl de afstand die een kanon kon halen als deze op een schip op de rivier voer. Gambia is slechts een kwart van de grootte van NL, heeft 1,3 miljoen inwoners, is Engelstalig, is 90% Islamitisch en behoort tot de 10 armste landen van de wereld. Met een pont steken we de rivier de Gambia over tesamen met volgeladen vrachtwagens, vele voetgangers en nog 2 kudde geiten. We zijn pas om 5 uur op de zuidoever en moeten nog 40 km rijden op een weg die volgens een 10 jaar oud reisboek een uiterst slecht wegdek heeft, we hopen dat men de laatste jaren genoeg tijd heeft gehad om dat te verbeteren maar het is alleen nog belabberder  geworden. We hobbelen, slalommen en rammelen er overheen en zijn voor donker op een leuk kampement in Tandabe aan de rivier. Het is druk met gasten die in huisjes verblijven, wij zijn de enige camper en mogen op een plek staan met prachtig uitzicht over de rivier. 

Maandag 23 november gaan we met 10 personen in een houten prauw een vogeltrip doen. De anderen zijn fanatieke vogelaars en hebben zeer professionele kijkers en camera’s met enorme toeters van lenzen, ik heb vanmorgen nog trots mijn 200mm lens op de spiegelreflexcamera geschroefd maar krijg nu een minderwaardigheidscomplex. Bij elke vogel die ze zien roepen ze meteen de naam terwijl ik het beestje nog geen eens in het vizier heb.

We varen door kreken met mangrovebomen en zien 100derden ooievaars, reigers, pelikanen, ijsvogels en nog veel meer van dat gevederde gespuis. Ik vind het echt wel mooi maar 4 uur turen is iets te veel van het goede. Als we terug zijn besluiten we te blijven staan want de plek bij de mooie rivier en het kampement bevalt ons. Lezend en schrijvend brengen we de middag door en we eten ’s avonds van het buffet.

Dinsdag 24 november rijden we om 8 uur verder op de weg naar de kust, de weg wordt beter en dan veel beter en na een uurtje rijden we zelfs op asfalt, men werkt dus toch aan de verbetering van de oost-west verbinding op de zuidoever. Om 12 uur zijn we bij de zeer verzorgde camping Sukuta die door een Duits echtpaar gerund wordt. Joke doet een paar wasjes, ik vul de watertanks en om 2 uur fietsen we naar Bijilo en Kololi waar de Europeanen hun vakantie doorbrengen, het stikt er van de hotels, bars, restaurants en winkeltjes en het doet aan als een Zuid-Europese badplaats. We rijden door de poort van een groot hotel, zwaaien vriendelijk naar de bewaker en zien bij het zwembad allemaal bleekscheten rood en bruin worden. Op het strand liggen ze ook te bakken terwijl langs de vloedlijn de Gambianen proberen hun koopwaar te slijten. Met uitzicht op de branding drinken we een lekkere vruchtenjus. Als we van de kust weg  rijden zijn we na 500 meter gelijk weer donker Afrika met oude auto’s, overal vuilnis, zandwegen en hele kleine rommelige winkeltjes. We eten in het restaurantje van de camping waar Joe de Duitse eigenaar vertelt dat er dit jaar minder overlanders zijn dan de jaren ervoor. We gaan om 10 uur naar bed maar worden om 12 uur wakker want het is bloedheet omdat er geen wind is, ik doe de ventilator aan en we vallen weer in slaap.

Woensdag staan we om 6 uur op en rijden in de schemering weg naar Banjul de hoofdstad van Gambia waar we de veerboot willen nemen naar de noordoever. We komen bij de haven aan maar dan blijkt dat je daar vandaag alleen door mag als je een urgentiebewijs hebt, ik zeg dat ik de weg niet ken en niet weet hoe ik bij de andere ingang kan komen, er wordt even gebeld en na even wachten mogen we er toch tussen. Dan begint het wachten want het is ontzettend druk met mensen, auto’s en geiten want zaterdag is de belangrijkste Islamitische feestdag, het Tobaski Offerfeest, de meeste mensen vieren dit bij hun familie en er wordt dan door de man een gecastreerde geslachte bok gegeven aan zijn vrouw, maar als je zoals het  hier mogelijk is 4 vrouwen hebt kost je dat 4 bokken, ja je moet er wat voor overhebben . We worden door allerlei kooplui aangesproken die leuren met cake, T-shirts, pinda’s, broeken etc. Na 3 uur kunnen we het haventerrein op maar daar moeten we weer wachten. We worden door allerlei zeer vriendelijke Gambianen aangesproken die nieuwsgierig zijn naar onze reis en de camper. Na 5 uur wachten in de bloedhete zon kunnen we de boot op rijden nadat eerst een paar 100 voetgangers zijn opgestapt, daarna volgeladen auto’s waarvan sommige met geiten op het dak; de overtocht op de mudvolle boot duurt een uurtje en om 2 uur zijn we eindelijk op de noordoever. We hebben een halve dag verloren en kunnen daardoor helaas niet het geplande bezoek brengen aan het Solidaridad project. We rijden op de noordoever van Gambia dat een savane landschap heeft, we zien een bord dat naar een hotel verwijst, het blijkt gesloten te zijn maar van de bewaker mogen we er wel staan en dat doen we dan maar ook want de volgende 250 km hebben we geen overnachtingsplek.

Donderdag 26 november gaan we bij Farefenni weer de grens over naar Senegal, er staan zo’n 50 afgeladen bussen te wachten maar dat is gelukkig inkomend. De formaliteiten gaan heel vlot en zonder geschuif van geld, we kunnen echter niet door rijden want de bussen blokkeren de weg, in de berm staan stalletjes en daartussen staan personenauto’s stil doordat een aftands wrak kortsluiting heeft en niet verder kan. Uiteindelijk wordt deze weg geduwd en Joke kan strak manoeuvrerend er toch doorkomen. In Senegal willen we een piste nemen om 100 km af te steken, bij de afslag staat een busje met pech, ik vraag de weg en een man kan deze wijzen en wil graag mee rijden, bij uitzondering doen we dat maar voordat ik het weet zit er 5 man in de camper, nou vooruit dan maar. We moeten bij een dam een lang stuk door 50 cm diep water rijden en zetten dan bij het dorpje de mensen af.

We vervolgen de smalle paden en rijden dwars door dorpjes heen waar kinderen naar ons zwaaien en toejuichen als waren we voetbalkampioen geworden. Het is een hele leuke rit en zien hoe eenvoudig de mensen op het platteland leven, de was doen, water halen en werken met vooral het oogsten van pindas. We vragen telkens de weg want er zijn veel afslagen als we toch een keer verkeerd zijn gereden rijdt iemand 2 km mee om ons op het juiste spoor te brengen. We komen op een gloednieuwe 225 km lange asfaltweg en luisteren naar muziek van de IPod en krijsen hard mee met Nederlandstalige nummers. Na 2 ½ uur komen we in Tambacounda waar we geld trekken, diesel tanken en in kleine winkeltjes boodschappen doen, er ligt overal rommel op straat en daar wordt je moedeloos van. We overnachten op het terrein van een goed hotel dat ook een restaurant heeft, als enige gasten kunnen we het lekkere eten onder de mooie sterrenhemel voor de camper nuttigen.             

Vrijdagmorgen rijden we door het savannelandschap met baobab bomen naar de grens van Mali, op deze goede weg moeten we goed opletten voor overstekende geiten, koeien, ezels en op potholes want ondanks het nieuwe wegdek zitten er geheel onverwachts diepe gaten; we zien op dit stuk minstens 10 vrachtwagens staan met lekke banden en kapotte assen. We hebben nog mailcontact met schoondochter Maaike die op uitstekende wijze voor ons op internet een stallingsplek zoekt voor de camper als we met Kerst naar huis gaan. Bij de grens gaat het redelijk vlot, voor ons zijn 12 Nederlanders die 6 oude auto’s voor een goed doel naar Mali brengen. Ons visum voor Mali is nog maar 3 dagen geldig maar ik kan hier zowaar een nieuw visum krijgen (= kopen) en hoef dat dus niet de hoofdstad Bamako te verlengen en dat scheelt ons 1 a 2 wachtdagen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.