Botswana naar Malawi (30 oktober tot 8 november)

Botswana naar Malawi (30 oktober tot 8 november)


Zaterdagmorgen staan we al om 8 uur bij de grens en moeten even wachten want voor ons staat een buslading Duitse toeristen, allen gekleed in een mooi safarikostuum. Een uurtje later zijn we in Botswana en rijden 3 uur over de Trans Kalaharie Highway naar Gandzi. Onderweg staat een auto met pech en dat komt waarschijnlijk omdat die ietsje te veel spullen heeft geladen. We gaan vandaag naar het Kalahari Game Reserve, gisterenmiddag hebben we per mail geprobeerd te bespreken maar hebben geen bevestiging gekregen. Bij de afslag naar het park, dat nog 200 km verder ligt, lezen we op een bord dat je bij het park geen permit kan kopen en dat je dit vooraf in Gandzi moet doen. Dat gaan we maar doen want we willen niet riskeren om terug gestuurd te worden omdat we geen permit hebben en dan weer 200 km over dezelfde track 5 uur terug te moeten rijden. Bij het kantoor in Gandzi zien we echter dat het in het weekend gesloten is en de dame bij de poort zegt dat we pas maandag een permit kunnen krijgen. Ik vraag of er een andere oplossing is en ze zegt met een heel zacht, nauwelijks te verstaan stemmetje dat we misschien naar het kantoor in Maun zouden kunnen bellen. Dat doe ik, maar nadat de telefoon 25 keer is overgegaan wil ik het opgeven maar dan wordt er toch opgenomen en kunnen gelukkig telefonisch de permit en de camping bespreken. De 200 km naar het park gaan eerst over een stoffig grindpad maar wordt dan een uiterst mul spoor. We ploeteren 3 uur door het zand dat op een aantal plekken zo mul is dat we in de 1ste versnelling van de lage giering moeten rijden. In de mulste gedeeltes zien we takken en gras liggen die door voorgangers zijn gebruikt om los te komen, maar onze Landcruiser heeft dat niet nodig. Om 5 uur zijn we in Xade bij het park en kunnen daar wel betalen en staan als enige op de kleine camping, dus goed dat we gereserveerd hebben! Joke kookt en ik maak een kampvuur en braden er kippenpoten op. In de verte zien we van alle kanten bliksemstralen en na een poosje begint voor het eerst in 8 weken zon en bijna elke dag 35 graden zowaar ietsje te regenen en dan is een mals buitje best lekker; maar dat geloof je toch niet als je het leest in herfstig Nederland.

Zondag moeten we weer 2 uur door mul zand rijden en zien door de lage struiken geen wild. We waren in de veronderstelling dat dit park uit grote zandvlaktes zou bestaan omdat de Kalahari een woestijn is maar alleen het spoor is zand en verder is het deels begroeid met lage struiken en vlaktes met grasland. Het Kalahaipark is groter dan Nederland  en er zijn een paar lodges en totaal ca 40 kampeerplekken dus geen wonder dat we niemand tegen komen. Na 4 uur rijden zien we 4 mannetjes leeuwen onder een boom liggen, half verscholen in het gras.

We gaan op het dak van de camper zitten om ze beter te zien en lunchen ook boven op het dak, maar de luie donders liggen maar te liggen totdat Joke heel per ongeluk op de claxon drukt en de heren even opkijken om te zien wie dat wel doet en ik foto’s kan nemen. We hebben ergens midden in de bush een kampeerplek toegewezen gekregen en naar Nederlandse maatstaven is die plek zeer groot te noemen want een beetje kampbaas zou er wel 50 grote bungalowtenten op kunnen plaatsen.

Maandagmorgen worden we gewekt door 2 gele hornbills, dat zijn brutale vogels die venijnig uit hun kraalogen kijken en een grote gele snavel hebben. Ze zitten op het dak te pikken, van de ruitenwisserbladen te snoepen, op tafel te schijten en luisteren ook nog niet als je roept dat ze moeten opvliegen.

Omdat het Kalahari park tegen valt besluiten we om vandaag naar Maun te gaan dat het toeristische centrum is van de Okavangadelta. Botswana heeft naast de wildparken als inkomsten bron ook belangrijke diamant mijnen en is daardoor het rijkste land van Afrika, het gemiddelde inkomen is 15 maal hoger dan in  Malawi. Er wonen 1,8 miljoen mensen en het is 15 maal groter dan Nederland. We zijn echter uiterst verbaasd dat sommige projekten in wildparken gesteund zijn door de EU, het lijkt me logischer om dat geld te besteden aan armere Afrikaanse landen dan het rijke Botswana. Voor we naar Malawi terug gaan willen we nog het Moremi/ Chobe wildpark bezoeken, je moet er vooraf een kampeerplek reserveren en deze zijn onlangs het kader van de privatisering verpacht aan particulieren bedrijven. Deze hanteren een tarief dat 5 maal hoger is dan 3 jaar geleden nl 80 euro, nu heb ik niets tegen een winstgevende bedrijfsvoering maar dit is wel erg gortig. Ik probeer korting te krijgen maar helaas moet ondanks mijn Jan Splinter verhaal toch het volle pond betalen. We gaan op de campground van het Sedia hotel staan en kunnen daar lekker zwemmen en gaan er ’s avonds ook maar eten.

Dinsdagmorgen stappen we om 7 uur in de auto en rijden naar het Moremipark en zien voordat we in het park komen al olifanten en giraffes en ander klein grut, want rond het Moremi/Chobe park staat geen hekwerk. In het park zien we weinig wild, alleen bij de Okavanga delta zijn veel mooie vogels. Rond 1 uur zijn we bij ”The Third Bridge, rond de campsite  staat ook geen hek en op onze plek staat een olifant van een boom te vreten.

Na een kwartiertje loopt hij verder en net als we de tafel en stoelen uitgeklapt hebben komt fant 2 aanlopen en wij gaan de camper in want hij loopt recht op ons af en 5 meter is wel erg dicht bij. We kunnen vanuit de camper goed zien hoe hij met zijn slurf gras, blaadje en takken naar binnenwerkt. Even later komt nummer 3 en daarna nummer 4 eraan en we worden ze goed zat want in de camper is het bloedheet. We schelden op ze maar hun olifantshuid is waarschijnlijk te dik om indruk te maken. Na ruim een uur gaan ze eindelijk verderop en kunnen naar buiten en we hoeven die beesten voorlopig niet meer te zien. Als het gaat schemeren maken we een kampvuur om de dieren af te schrikken maar als we in het donker zitten te eten horen we dichtbij het geknor van nijlpaarden en weten zeker dat we door een flink aantal dierenogen bekeken worden. ’s Nachts horen we de schreeuw van een leeuw maar weten niet zeker of het Paul is.

Woensdagmorgen rijden we verder door Moremi en zien helaas weinig wild alleen wat van die o-dieren die we flink zat zijn. We gaan daarna richting Safuti, het eerste gedeelte gaat via een nieuwe grindweg wat een heel stuk sneller gaat dan het oude spoor dat we 3 jaar geleden nog moesten nemen. Dan komen we weer op de zandtrack die op enkele plaatsen wasbord eigenschappen heeft en er vliegt een lade uit omdat de schroeven van het frontje uit het hout zijn gescheurd. Gezien de vele wasbord- en hobbelwegen die we gehad hebben is er toch maar heel weinig kapot gegaan ondanks dat bij iedere hobbel elk kopje, blikje, bordje, pannetje, eigenlijk gewoon alles omhoog komt en daarna met veel lawaai weer terug dendert. De zandtrack naar Safuti verandert in een waterballet want het heeft blijkbaar net flink gehoosd en er zijn diepe plassen waar we doorheen moeten en het water spat aan alle kanten op.

Om 4 uur zijn we op camping en gaan lekker douchen. Een paar jaar terug stond er ook iemand te douchen in het waslokaal en toen kwam er ineens een slurf van een dorstige olifant door het raampje en de douchster vluchtte van schrik poedelnaakt weg. Rondom het waslokaal is toen een 3 meter hoge muur met zeer smalle toegangen gebouwd en het doet aan als een onneembaar fort. Als we ‘s avonds eten komen er 100den mieren aanvliegen die zo dicht bij het kampvuur komen dat hun vleugeltjes er af vallen, de nijvere beestjes lopen daarna gewoon weg. Even later is er een forse kikker bij het vuur komen zitten en Joke schrikt dat ze wipt. We denken dat Kermit bij het vuur is gekomen om mieren te vangen.

Donderdagmorgen 4 november doen we al gelijk een water doorwading want  de rivier, die normaliter droog staat, heeft door de flinke buien van de laatste dagen nu ongeveer 50 a 75 cm water. Er staan wat huurauto’s te twijfelen wat te doen maar wij zien aan bandensporen dat er al een auto door is gegaan dus we schakelen naar de laagste versnelling, doen de diflock aan zodat alle 4 de wielen gelijk draaien en nemen probleemloos het 50 meter brede water. Na  3 uur rijden op een zandtrack komen we op de verharde weg die dwars door het Chobe park naar Namibië gaat. Je mag op deze brede doorgaande weg 80 km per uur rijden ivm mogelijk overstekend wild en ja hoor na een half uurtje steekt een groep van 15 olifanten over en daar remmen we maar even voor.

We nemen de grensovergang naar Zimbabwe en gaan weer op de camping in Vic Falls staan. Een Nederlandse jongen komt naar ons toe en vraagt of wij uit NL zijn komen rijden en waar we heen gaan en vertellen dat we naar onze zoon in Blantyre gaan. Dan blijkt dat hij Peter kent want Rick heeft namelijk 3 maanden in Malawi gewerkt en toen bij Peter 2 fietsambulances gekocht. Rick reist nu samen met een vriend door zuidelijk Afrika, we praten gezellig over hun en onze reiservaringen en gaan dan eten.

Vrijdag beginnen we met onze terugreis naar Malawi en leggen 500 km af over zeer rustige maar goede wegen zonder potholes, daar kan menig Afrikaans land jaloers op zijn. Aan de verwaarloosde verkeersborden, de vele verlaten gebouwen kan je zien dat Zimbabwe geen geld heeft maar de mensen zijn veelal netjes gekleed en zijn vriendelijk maar iets minder goedlachs als in andere landen. We rijden door Bulawayo, de 2de stad van Zimbabwe, het doet aan als een moderne stad uit de 50-tiger jaren met relatief weinig auto’s en veel lege parkeerplekken op de brede straten die omzoomd zijn met bomen die volop in bloei staan. Om 3 uur zijn we in het Matobo park en gaan op een mooie plek aan een meer staan dat omgeven wordt door bergen die bestaan uit imposante blokken graniet. In de verte zien we bliksem en horen het donderen maar kunnen toch nog bbqen en houden het daarna niet meer droog.

Zaterdag doen we eerst rustig aan en gaan dan door het Matopo park toeren. Het is ongelofelijk om te zien hoe rotsblokken op natuurlijke wijze op elkaar liggen “gestapeld”. In miljoenen jaren zijn in het harde granieten gebergte door water, kou en zon spleten en scheuren gekomen en zijn grote blokken over elkaar en naar beneden gerold. We bekijken rotstekeningen die dateren tot mogelijk 65.000 jaar gelden toen onze voorouders met een mengsel van vogelpoep, planten extracten de dieren schilderden zoals herten, giraffes en zebra’s.

Er is ook een klein wildpark waar neushoorns en luipaarden moeten zijn maar spotten er geen eentje en denken dat Mugabe ze verpatst heeft. We klimmen naar een prachtig uitkijkpunt met grote ronde rotsen genaamd “View of the World”. Hier ligt de zakenman/politicus Cecil Rhodes begraven die ca 100 jaar geleden op discutabele wijze Zimbabwe in bezit van Engeland heeft gekregen en dat toen naar hem werd vernoemd namelijk Rhodesie. We rijden terug naar Bulawayo en gaan op de gemeente camping staan dwz op een mooi grasveld van de tuin van de camping want de kampeerplekken zien er afgetrapt uit.

Zondag rijden we even na zessen weg want we willen in 2 dagen de 1100 km naar Blantyre afleggen. We wisselen om de 1 ½ uur rijden elkaar af en Joke kan dan borduren en ik wat lezen of computeren. Voor Nederlandse begrippen is er ontzettend weinig verkeer en dat is ook heel prettig als we door de hoofdstad Harare want deze miljoenen stad doorkruisen we in een half uur en dat lukt niet in NL als je dwars door Amsterdam moet gaan. Na 600 km rijden zijn we tegen 4 uur  bij een lodge en kunnen daar de camper plaatsen.

Maandagmorgen vertrekken we nog vroeger want we moeten 2 grenspassages doen. Bij de grens van Mozambique moeten we lang wachten want de ambtenaar die de visums moet uitschrijven is nog veel trager als dikke stront en het liefst had ik zijn stempel en pen in zijn strot geduwd. De rest van de reis verloopt vlot en om 4 uur zijn we bij Peter en Elise in Blantyre en zit traject 3 erop.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.