Malawi verslag 1 (4 t/m 15 september 2010)

Malawi verslag 1 (4 t/m 15 september 2010)

Zaterdag rond 12 uur landt het vliegtuig in Lilongwe en beginnen we aan traject 3 van onze Africa by Bushcamper reis. Onze beste vrienden Albert en Hannie van Kalsbeek reizen de eerste weken met ons mee. We rijden naar Blantyre en onderweg kijken onze vrienden hun ogen uit want het is hun eerste kennismaking met Afrika. In Blantyre worden we door zoon Peter en schoondochter Elise hartelijk verwelkomd en onder de borrel wisselen we de laatste nieuwtjes uit.

De eerste dagen blijven we bij Peter en Elise en bekijken zijn bedrijfje waar naast de ambulance fietskarren nu ook andere karren worden gemaakt. Er werken nu 15 Malawiërs en de werkplaats ziet er inmiddels goed verzorgd uit. Peter probeert zijn medewerkers zoveel mogelijk te betrekken bij beslissingen maar dat valt niet altijd mee want ook de bedrijfscultuur is hier heel anders dan in NL. Albert maakt zich nuttig door een speciaal afkortapparaat voor de buizen te maken en we helpen Peter om de nieuwe karren compacter te kunnen transporteren. Joke en Hannie verven de twee kantoorruimtes die er nu als nieuw uitzien. We gaan bij het medisch centrum kijken waar Elise werkt als ergotherapeute en zien hoe 16 patiënten op een kamer verblijven waarbij ieder een familielid heeft die hen tijdens hun verblijf van soms enkele maanden helpt en onder hun bed slapen. We gaan ook kijken bij het huisje van de voorman van Peter, die hij net zelf heeft gebouwd. Vol trots laat Saidi zijn huisje zien van ca 25 m2 waar ze met zijn zessen wonen, het heeft 3 piepkleine slaapkamertjes, een keukentje en een woonkamertje waar helemaal niets in staat en buiten is een wc en een wasruimte. Om het huisje te bouwen heeft Saidi de stenen zelf gebakken en de dakbalken zelf van dikke takken van een boom gezaagd. Het dak is van stro en de vloer is van klei want hij had geen geld voor golfplaten of beton. Maar een strooien dak lekt als het in de regentijd 4 maanden plenst en dan wordt de kleien vloer een modderpoel. In het dorpje is geen elektra en geen riolering. Wat leeft men hier toch primitief en moeten wij toch dankbaar zijn dat we in Nederland wonen.

Vrijdag 10 september vertrekken we met 3 auto’s uit Blantyre naar het Majete Wildlife Park. Peter en Elise gaan ook 2 dagen mee want eergisteren is bekend gemaakt dat vandaag een algemene feestdag is, ja dit soort zaken worden in Malawi lekker laat bekend gemaakt. Peter rijdt voorop, wij in het midden en achter ons rijden Albert en Hannie in de RAV4, een kleine 4 wheel drive die ze deze weken van Peter hebben gehuurd. Onderweg stoppen we om wat fruit te kopen en om uitgebreid te picknicken met een prachtig uitzicht.

Rond 3 uur zijn we op de camping in het Majete park en worden de tentjes opgezet en onze camper wordt als algemene kampeer dienstauto gebruikt. We gaan nog 1 ½ uur een gamedrive doen en A&H zien voor het eerst dat waterbuffels, antilopen en nijlpaarden niet alleen in een dierentuin voorkomen maar ook vrij kunnen rond lopen in een wildpark. Elise en Joke bereiden in de camper een heerlijke maaltijd die we met z’n 666666 gezellig opeten terwijl we in het bos achter ons een flink gekraak horen. Joke denkt dat het een olifant is omdat op de niet-omheinde camping een paar flinke olifantendrollen liggen. Hannie hoopt dat het een lief hertje is want die heeft iets kleinere pootjes dan z’n groot beest met een slurf en 2 grote slagtanden. We gaan om 10 uur de camper in terwijl onze vrienden hun eerste nacht in een tentje op Afrikaans bodem gaan door brengen midden in een park waar de wilde dieren vrij rondlopen.

Zaterdagmorgen gaat om 5 uur de wekker want we willen bij het krieken van de dag een game drive doen. Als ik door het raam van ons riante onderkomen kijk zie ik dat beide tentjes er nog ongeschonden staan, dus het wild heeft zich rustig gedragen. We wassen ons snel en gaan dan op pad, maar zien niet zo veel wild als gisterenavond. Na een uurtje stoppen we bij een prachtige plek aan de rivier de Shire waar 20 nijlpaarden in het water liggen te proesten. De stoeltjes en de tafel worden uitgeklapt en we gaan, zoals hoort bij een exclusieve safaritoer, zeer luxe ontbijten met lekkere broodjes, een heerlijk eitje en vers fruit.

Als we terug naar de camping rijden nemen Peter en Elise onze bushcamper om wat ervaring op te doen. Dichtbij de camping zien we een solitair mannetjes olifant lopen, nadat hij de schors van een boom heeft genuttigd loopt hij naar de weg waar wij staan te kijken. Als hij aanstalten maakt om voor de auto het weggetje over te steken zeggen we over de portofoon dat Peter achteruit moet rijden, maar dat gaat niet zo vlot want hij heeft nog nooit eerder met onze Landcruiser gereden. Hannie zit flink in de piepzak want zo’n beest met een grote slurf heeft ze nog nooit van dichtbij gezien, ze vindt het eigenlijk te spannend en slaakt een zucht van verlichting als we achteruit kunnen rijden. Even later steekt de olifant over en dit wordt door 4 camera’s van dichtbij vastgelegd, ja dat is wat anders dan een bezoekje aan Artis.

Terug op de camping drinken we koffie en vertrekken. Peter en Elise gaan weer naar huis en wij rijden 65 km over een hobbelige zandweg naar de Elephant Marsh. Langs het pad zijn vele dorpjes en de mensen kijken alsof de gouden koets voorbij komt, Prins Albert en zijn gemalin Hannie kijken net zo verwonderd als al de zwaaiende mensen. Na 4 uur hobbelen komen we in het dorpje Makhanga waar geen camping is maar wel 2 primitieve hotelletjes. De eerste is zelfs voor Afrikaanse begrippen een uiterst onverzorgde bende maar de andere is gelukkig beter. Albert en Hannie krijgen een zeer basic kamertje en wij stallen de camper voor hun deur op de binnenplaats. We lopen nog even het dorpje in en zien hoe de lokale sportclub op een afgetrapt hobbelig veld voetbalt. Er staan een paar 100 mensen langs het veld maar ze kijken meer naar die 4 blanken dan naar de bal. Terug bij het hotelletje bereidt Albert in de camper een maaltijd die we nuttigen op de binnenplaats terwijl de andere hotelgasten ons flink begluren.

Zondagmorgen laten we de auto’s bij het hotelletje staan en gaan met 4 fietstaxi’s (een krakkemikkige fiets met op de bagage drager een kussentje) naar het moeras gebied bij het dorpje Mcacha James. Rijdend door de dorpjes worden we bijna door iedereen toegezwaaid en kinderen rennen joelend mee.

Na een uurtje fietsen komen we bij een meer waar kanos liggen die gemaakt zijn van uitgeholde bomstammen. Na wat onderhandelen gaan we met 2 bootjes met elk een gids en een bomer het water op. In dit prachtige vogelrijke gebied zien we allerlei soorten ijsvogels, reigers, pelikanen en nog veel meer gevederde vrienden. De gidsen vertellen allerlei dingen en we proeven waterkastanjes en we kopen van een visser voor 1 euro een grote tijgervis om vanavond te bakken. Op de terugweg fietsen de 4 blanken het laatste stuk terwijl de “fietstaxi chauffeurs” schaterend achterop zitten en de mensen langs de kant van de weg ons toejuichen.

s’ Middags gaan we via een smal weggetje door de bergen richting Mulanje. We rijden door een gebied waar weinig auto’s met witte mensen komen en bijna iedereen kijkt ons vol verbazing en lachend na en we zwaaien het eelt op onze handen. Als we verder bergopwaarts gaan wordt de weg slechter en slechter en onze vrienden vragen zich af of we niet verdwaald zijn in het mooie berglandschap. Een uurtje voordat het donker wordt komen we op de camping van het park Mount Mulanje waar we ons kampement maken en in het donker gezellig bij het kampvuur zitten.

Maandagmorgen doen de dames een wasje en daarna gaan de wandelschoenen aan en lopen we door de bossen naar de waterval. We hebben een gids genomen om de weg te wijzen, die op zichzelf redelijk makkelijk te vinden is maar voor die paar euro heeft hij weer een daginkomen. Onder het lopen hebben we een mooi uitzicht op de berg Mulanje, een reusachtige bijna kale klomp graniet van ruim 2000 meter hoog. Bij de waterval klauteren we over de rotsen naar beneden en drinken in alle rust de meegebrachte koffie. Wij rijden terug naar het dorpje Mulanje en willen diesel tanken want Peter had verteld dat er de laatste dagen een groot te kort aan diesel is in delen van Malawi, helaas is  hier ook geen diesel meer maar we hebben gelukkig nog 1 van de 2 tanks vol. We doen wat boodschappen en eten een lekkere pizza. Daarna rijden we naar Lujeri Tea Estate waar we morgen uitleg zullen krijgen over de productie van Fairtrade thee, via Solidaridad hebben we dit adres gekregen. De plantage is 3500 hectare groot en ligt in de prachtige lichtgroene theevelden te pronken tegen de hellingen van Mount Mulanje.

We melden ons op het hoofdkantoor en zien daar een dieselpomp voor de brandstof van de vele tractors die hier rondrijden. Ik vertel zielig dat we nog maar weinig diesel hebben en kan zowaar tanken terwijl in de rest van Malawi het niet verkrijgbaar is. We kunnen langs de rivier op de camping van de plantage, genaamd Blue Lagoon, kamperen. De camping bestaat uit een grasveld en er is alleen een primitief wc-hokje waar je op een houten bak plaats kan nemen. Er wordt hout gebracht en er komt een bewaker. Joke en Hannie gaan kokkerellen en we nuttigen de maaltijd bij het kampvuur.

Dinsdagmorgen 14 september komt Felix de bedrijfsleider ons ophalen voor een rondrit over de plantage. Hij rijdt op de motor voor de auto uit en stopt telkens om uitleg te geven over de werkwijze op deze gigantische plantage waar een kleine 10.000 mensen wonen. Op de prachtig groene theevelden staan 100den plukkers te werken. Van elke struik worden om de 10 dagen de jonge theebladeren geplukt, 2 tot 3 blaadjes per takje en deze worden in de mand gegooid die men op de rug draagt. Als de mand vol is wordt deze grof gesorteerd en gewogen want men werkt deels op provisie. Alles is zeer goed verzorgd en door de eisen die Solidaridad stelt hebben de theeboeren en werkers een eerlijk inkomen en zijn de werkomstandigheden goed en is er geen kinderarbeid.

We moeten daarna nog 20 minuten over de plantage rijden om bij de theeverwerkings fabriek te komen die ca 10% van al de thee in Malawi produceert. Tijdens de fabrieksrondleiding zien we hoe binnen 24 uur na het plukken de bladeren worden voor gedroogd. Daarna worden de blaadjes op een 200 meter lange productielijn gezeefd, gesneden, verder gedroogd en dan wordt de groene gehakte massa langzamerhand bruin. Na weer een droging en een zeefselectie zien we uiteindelijk thee zoals wij die kennen.

Om 12 uur zijn we weer bij de camper en gaan Albert en ik een ventilator achter de koelkast plaatsen terwijl de dames hun mooie hoofdjes te ruste leggen. Om 4 uur zijn we uitgeklust en gaat Albert in de rivier zwemmen in de hoop dat een schaars geklede Brooke Shields ook in deze Blue Lagoon aanwezig is. Deze mooie droom wordt wreed verstoord als even later de beide vrouwen en de auteur eraan komen. Uit ellende drinken we maar een biertje en gaat Albert kokkerellen en maakt voldoende zodat de bewaker ook een lekker hap krijgt.

Woensdag nemen we een binnendoor weggetje dat langs de grensrivier met Mozambique loopt. Het is een vruchtbaar gebied waar maïs, bananen en groene kolen worden verbouwd. Ook langs dit weggetje zijn weer veel dorpjes. Malawi is 3 x groter dan Nederland en heeft 13 miljoen inwoners en is veel dichter bevolkt dan andere Afrikaanse landen. Het Bruto Nationaal Inkomen in  Malawi is 50 keer minder dan in Nederland nl slechts 850 dollar per jaar en behoort tot de 15 armste landen in de wereld, de levensverwachting is ca 40 jaar en 1 op de 5 kinderen sterft voor hun 5de levensjaar. Desondanks zijn bijna alle mensen ontzettend vriendelijk, vrolijk en ze lachen veel.

We zoeken een rustig plekje om koffie te drinken maar in een mum van tijd staan 50 kinderen en volwassene ons aan te staren. We zijn dat inmiddels gewend maar voor Hannie en Albert is het nog steeds een rare ervaring. We rijden verder en moeten ergens een afslag naar links nemen, na wat vragen belanden we op een uiterst smal weggetje dat tussen 2 bergen gaat. Het “wegdek” is bezaaid met grote stenen en met een gangetje van 5 a 10 km per uur vorderen we langzaam. Na een uurtje zijn we in Phalombe waar we het missie ziekenhuis gaan bezoeken. We worden ontvangen door 4 mensen van het management team en men legt uit dat dit het enige ziekenhuis is in deze regio en dat de regering van Malawi alleen de salarissen betaalt en dat men voor de rest afhankelijk is van donaties en vergoedingen van de patiënten, die vaak de rekening niet kunnen betalen. Via Cordaid is onze donatie aangewend om bij het ziekenhuis een onderkomen te bouwen voor mensen die hun zieke familielid verzorgen en hun eten koken. De nieuwbouw van dit onderkomen voor 100 mensen is in juli begonnen en is heel hard nodig want tot nu toe verblijven deze familieleden wekenlang in de open lucht tussen de gebouwen. We krijgen een uitgebreide rondleiding in het ziekenhuis en zien bijvoorbeeld dat onder uiterst primitieve omstandigheden moeders met veel te vroeg geboren babies verblijven en deze op hun buik binden voor lichaamswarmte want couveuses heeft men niet.

Er is een afdeling voor ondervoede kinderen, maar ondanks de betere voeding sterft toch nog 1 op de 3 patientjes mede door HIV. Er is ook een intensieve care afdeling waar het enige medisch instrument een beademingsapparaat is. Diep onder de indruk nemen we afscheid en zijn overtuigd dat het nieuwe guardian house het leed iets kan verzachten. Wat moeten we toch blij zijn dat we in NL zijn geboren maar ondanks onze rijkdom wordt er in NL veel geklaagd en stemt 15% op de PVV die de 0,7 procent ontwikkelingshulp nagenoeg wil afschaffen terwijl mensen in andere delen van de wereld creperen.

Wij rijden naar een lodge/camping waar we ’s avonds lekker eten voor maar 5 euro per persoon.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.