Namibië deel 1 (9 t/m 15 oktober 2010)
Zaterdagmorgen worden we in het Chobe park wakker doordat een grote aap de vuilnisbak probeert te slopen om bij het afval te komen. Als Joke roept gaat hij snel weg. We dekken de tafel om te ontbijten en zetten eerst de kopjes en bordjes op tafel en op laatst pas de eetbare spullen want 10-tallen apen willen maar al te graag mee eten. Dan komt er een groot wrattenzwijn aanlopen, we proberen hem weg te jagen maar hij staat met zijn lelijke kop en grote slagtanden al vlak bij de tafel. Ik dreig met een steen, hij gaat een stukje naar achteren maar komt dan weer terug, ik dreig weer maar hij komt toch op ons af en ik gooi de steen en die komt midden op zijn wrattenkop terecht en de aanvaller taait dan af. We rijden naar de parkuitgang en zien onderweg een grote groep prachtige sabelantilopen die bij de rivier gaan drinken. Een stukje verder zijn aasgieren een dode sabelantiloop aan het slopen. Eén van de gieren steekt zijn kop en lange nek in de kont van het dode dier en komt al smakkend op de ingewanden weer uit de anus.
Er staan een paar onsmakelijk uitziende maraboes omheen die hun beurt af te wachten om hun “graantje” mee te pikken. Via een zeer mul pad rijden we het park uit en gaan naar de grensovergang van Botswana met Namibië. In een recordtijd van 25 minuten zijn alle grensformaliteiten afgehandeld. We hebben in Namibië voor het eerst deze reis ontvangst met de BlackBerry en er komen 121 mailtjes binnen. Op een grote camping zijn we nagenoeg de enige gasten. Dan komt er een Duitse Landrover aan, die uitgerekend op één meter van ons gaat staan terwijl er nog wel 40 andere plekken zijn, was ein Klojo. Om hiervan af te koelen nemen we een duik in het grote zwembad.
Zondagmorgen doen we rustig aan. Ik kijk de auto na en smeer alle nippels van de trouwe LandCruiser die ons probleemloos al zo ver gebracht heeft; vandaag is het een jaar geleden dat we vanuit Hoevelaken naar Afrika zijn vertrokken. We doen boodschappen en ik ga geld uit de muur trekken terwijl Joke in de auto blijft. Er komt iemand bij haar vragen waar ze vandaan komt en kijkt naar de andere autodeur. Dan ziet Joke hoe zijn handlanger door het open raam het hengsel van het fototoestel al in zijn handen heeft en Joke schreeuwt hard “vieze vuile schoft” en ze kan nog net het toestel uit zijn handen gritsen. De geschrokken dief laat het los en ze gilt “gore schoft” en ze lopen weg.
Trillend van de schrik en woede vertelt mijn kranige vrouwtje wat er is gebeurd en beseffen dat we toch wat nonchalant zijn geworden en alles weer beter moeten afsluiten. We rijden 150 km naar het westen en zien bij een klein wildpark 20 olifanten lopen maar daar kijken we niet meer van op want die hebben we al zoveel gezien. Op een camping aan de rivier vinden we een mooi plekje en gaan ’s avonds lekker uit eten in het sfeervol verlichte restaurant dat mooi aan het water is gelegen en waar de krekels en kikkers zorgen voor achtergrondmuziek.
Maandag 11 oktober willen we gaan kanoën op de rivier. Op de heenweg hebben we een mooi bord gezien dat er op een andere camping allerlei kano activiteiten zijn. Als we na 2 nauwelijks te lezen aanwijzingsborden er eindelijk zijn blijkt dat je er alleen kan kamperen en dat men nog geen boot heeft; dus keren we onverrichter zaken terug. We rijden verder naar het westen over een eentonige rechte weg met nauwelijks dorpjes. Namibië is namelijk na Mongolië het minst bevolkte land ter wereld. Op een gebied van 20 keer Nederland wonen maar 2 miljoen mensen, het behoort tot de “rijkste” Afrikaanse landen, het inkomen is 8 maal hoger dan in Malawi en het is overwegend christelijk. De aankomende dagen moeten we veel kilometers maken want we willen helemaal naar het Kaokoland in het noordwesten. We rijden naar een camping aan de Okavanga rivier, deze rivier komt niet in zee uit maar verzandt letterlijk en figuurlijk in de Kalahari woestijn. De camping is ludiek opgezet waarbij sommige plekken een openlucht badkuip hebben met uitzicht op de rivier. Het toilet bij onze plek is geplaatst op een verhoging van een krom gegroeide boom en je poept daar gezeten als een koning op een troon.
We gaan nog even zwemmen in een kooi die in de rivier drijft, door de gaasmatten worden de zwemmers gescheiden van de hongerige nijlpaarden en krokodillen die hier in grote aantallen aanwezig zijn.
Dinsdag is een reisdag en maken 450 km over een bijna kaarsrechte weg die door de Caprivistrip voert. Onderweg zien we veel huurauto’s rijden met een daktent, het zijn vooral Duitse toeristen want Namibië is een voormalige Duitse kolonie. We doen halverwege boodschappen in Rundu. Ik probeer de oorzaak van de niet-werkend richtingaanwijzers op te lossen maar dat lukt tot nu toe niet en vraag hierover per mail advies aan mijn vrienden. Het is licht bewolkt en daardoor koelt het ’s avonds niet af en stikken in bed de gloeiende moord ondanks de 3 ventilatoren die we in de slaapalkoof hebben aan staan. De methode met de natte thee- en zakdoeken die we in Ghana toegepast hebben werkt redelijk maar we hopen dat het ‘s nachts voortaan helder en dus koud blijft.
Woensdag bezoeken we een plek waar 80.000 jaar geleden een meteoriet op aarde is gevallen. Het gevaarte is van bijna massief ijzer en weegt 50 ton en is ca 3 x 3 x 1 meter en daarmee de grootste ijzer meteoriet die op aarde is gevonden. Blij dat zulke dingen niet dagelijks op aarde vallen rijden we naar het Etosha wildpark. De dames van de receptie zijn onvriendelijk en kortaf en mompelen dat de camping is volgeboekt en dat er alleen plek is op een camping 75 km verderop. Nu weten wij dat je in Afrika een vol geboekte camping met een kilo zout moet nemen en gaan dus even op de camping kijken. Bij een levens grote plek staat één auto met 2 Duitse jongens en vragen of zij het goed vinden als we achter hun grote plek zouden komen staan. Dat is geen probleem en ik meld bij de receptie dat we bij onze Freund Carl Schmidt kunnen staan en dan is het oké. We doen een gamedrive in het park waar het al maanden niet geregend heeft en in deze droge tijd het wild naar de waterpoelen trekt om zich te laven. Een stokoude olifant staat traag te drinken, zijn huid is zwaar gerimpeld en Joke zegt dat hij een klein verschrompeld pikje heeft. De olifant is wel oud maar niet doof en is duidelijk op zijn pik getrapt en begint van zich af te poepen en daarna te pissen uit een lul die dan bijna tot aan de grond komt. Er komen ook giraffes aanlopen, voordat deze echter gaan drinken duurt het bijna een half uur want ze houden constant de omgeving in de gaten. Als ze eindelijk bij de waterkant zijn aangekomen spreiden ze de voorpoten en reiken met hun lange nek naar het water en zijn in deze positie uiterst kwetsbaar voor aanvallers.
Op de camping, die bijna volstaat met vooral Duitsers, kookt Joke een maaltijd en lopen daarna langs de smaakloos gerenoveerde huisjes naar de Duitse burcht die hier al meer dan een eeuw staat.
Donderdag rijden we weer naar een waterpoel en zien onderweg veel auto’s staan want in de bush ligt een luipaard. We kunnen door al die auto’s en de struiken weinig zien en ik ga door het dakraam van de camper kijken en zie nog steeds weinig. Ik klim dan op het dak en kan foto’s nemen nog net voordat het luipaard wegloopt. Dit is de eerste keer dat we een luipaard van zo dichtbij zien, het is namelijk een schuw beest die altijd alleen jaagt en hoofdzakelijk ’s nachts op pad is.
Bij een waterpoel gaan we ontbijten en doen de camperdeur open en zien goed hoe kudu’s en impala’s drinken. Moeder olifant leert haar net geboren spruit ook drinken bij de poel en spoort de kleine aan door met haar dikke poot het jonge beestje naar het water te duwen. Later op de dag lezen we dat het verboden is om deuren te openen of om op je voertuig te klimmen, maar dan hebben we de mooie beelden al op de chip staan. Als we terug rijden worden we aangehouden door een glanzende auto met een uiterst gesoigneerde macho aan het stuur en een spiegelende merkzonnebril op zijn zorgvuldig gekamde haren. Hij vraagt met een enorm Italiaans accent “Where have you seen lions and have you seen a kill??” Wat een maffe pastavreter, alsof je dat dagelijks ziet!! We gaan op een sfeerloze camping staan midden in het park en zien daar bij de waterpoel nog de zeldzame zwarte neushoorn.
Vrijdagmorgen is het gewoon koud namelijk 12 graden maar dat is aangenamer dan die hete nachten, al hoewel dat afhangt met wie. We rijden langs een aantal waterpoelen maar zien weinig wild totdat er ineens een groep van 6 volwassen leeuwinnen aan komt lopen. Rond hun bek zijn ze rood van het bloed van het dier dat ze net verslonden hebben. Ze drinken bij de poel en vleien zich dan neer om met volle maag in slaap te vallen en zijn nauwelijks meer te zien. Leeuwen kunnen ongeveer 6 kg vlees opvreten en daar dan tot 3 dagen op teren.
Wij rijden naar het Okaukuejo camp en weten van onze eerder reis door Namibië dat dit een mooi en goed verzorgd camp is. Men vertelt bij de receptie weer dat de camping vol geboekt is. We rijden weer gewoon het terrein op en gaan bij een lege plek staan en vertellen tegen de bewaker dat we op vrienden wachten. Er is een mooie waterpoel bij dit kamp en deze wordt druk bezocht door grote groepen zebra’s, blesbokken, springbokken en er komen ook 3 olifanten en10 giraffes zich laven. Het is bloedheet en wij zoeken verkoeling in de zwemwater poel. Ik meld me tegen 6 uur bij de receptie en kan met wat smoesjes toch een plek krijgen. ‘s Avonds gaan we eten in het restaurant en zijn blij dat we een dagje extra in Etosha zijn gebleven want we hebben veel wild gezien en hier is het vele malen beter dan de 2 andere kampementen in Etosha.





