Namibië deel 3 (23 t/m 29 oktober 2010)

Namibië deel 3 (23 t/m 29 oktober 2010)

Zaterdagmorgen vertrekken we uit Purros en zien bij de droogstaande rivier weer olifanten en giraffen lopen en verderop zijn er gemsbokken en springbokken. Kaokoland is een groot wildernis gebied zonder hekwerk, het is geen wildpark maar er leven wel echte wilde dieren in het wild. De dieren die hier in deze semiwoestijn leven hebben weinig water nodig en enkele zijn zodanig geëvolueerd dat ze hier kunnen overleven, zoals de woestijn olifant die langere poten heeft en een minder dik lijf als gewone olifanten. We volgen het pad dat goed berijdbaar maar erg stoffig is. Af en toe rijden we door een rivierbedding met zacht zand en op sommige gedeeltes stenen en rotsen. Het landschap is zeer afwisselend en langzamerhand komt er meer begroeiing. Na 3 uur rijden zijn we bij de zuidkant van Kaokoland en de eerste tekenen daarvan zijn een paar kleine dorpjes, een tegemoetkomende auto en zowaar een elektriciteitsleiding. Om 1 uur zijn we in Sessfontein en kunnen er tanken en er is een winkeltje met een zeer beperkt assortiment. We rijden nog een stukje verder en gaan op een mooie camping staan bij het dorpje Warmquelle. Er is hier een mooi gelegen poel die wordt gevuld door een warme bron en we nemen een verfrissende duik.

’s Avonds  gaan we braaien oftewel bbqen met onze Zuid-Afrikaanse reisgenoten, Pete en Colleen doen me denken aan Basil en Cybel Fawlty van de leuke tv serie “Hotel op stelten”. Vooral Pete kan grappig vertellen.

Als we zondagmorgen wegrijden zijn jongens uit het dorp aan het voetballen, er staat geen enkele grasspriet op het hobbelige veld en het stof dwarrelt weelderig op. Er staan 2 elftallen van 15 spelers op de zandmat waarvan de meesten op blote voeten ballen. We rijden een paar uur verder naar het zuiden en in Palmwag, op de gelijknamige lodge/camping, is nog net een plekje vrij en hebben uitzicht op een droogstaande rivier waar natuurlijk een olifant staat die een boompje molt. We doen ’s middags een wildernis wandeling met een gids die Action heet. Hij is een grote, uiterst vriendelijke Herero die veel van de natuur vertelt. Als we bij een vreemde struik zijn wil Pete deze aanraken maar Action zegt dat deze stuik, die milktree wordt genoemd, zeer giftig is. Hij breekt een takje af, zonder de struik aan te raken, en er komt een melkachtige substantie uit. Action vertelt dat als je een paar druppels opdrinkt je binnen 10 minuten dood bent.

Een aantal jaren geleden hebben mensen van deze struik takken gebruikt voor een bbq-vuurtje en 5 waren binnen een paar uur dood en 2 anderen zijn verlamd en blind geworden. Neushoorns vinden deze milktree heel lekker, vandaar dat er in deze regio veel zwarte neushoorns voorkomen. ’s Avonds gaan we met z’n vieren in het restaurant eten, als afscheid van een spannende week, we hebben een leuke tijd gehad en zijn blij dat we deze trip in dit wildernis gebied met elkaar gedaan hebben.

Maandagmorgen scheiden onze wegen en nemen hartelijk afscheid van Pete en Colleen. We willen vandaag ruim 300 km afleggen over allemaal grindwegen. Na 4 uur rijden komen we in Uis en hebben na 9 dagen eindelijk weer bereik met onze Blackberry telefoon en de mailtjes stromen binnen. In de loop van de middag zijn we bij Spitskoppe, er is een camping die is opgezet door de vrouwen van het dorp en waarvan de inkomsten ten goede komen aan onderwijs voor de kinderen. Het is een zeer uitgestrekt terrein met prachtige rotsformaties waarvan de steile Spitskoppe 600 meter boven de omgeving uisteekt. We gaan bij een imposante granieten rotswand staan en klimmen tegen zonsondergang  naar “The Arch”,  een in de rotsen natuurlijk gevormde boog of brug en nemen heel wat foto’s. We roosteren kip op het kampvuur en zien miljoenen sterren boven ons staan.

Dinsdagmorgen sta ik om 6 uur op om bij zonsopgang foto’s te nemen van de imposante rotsformaties die door de opkomende zon erg mooi worden beschenen. Aan de blauwe hemel staat ook nog een nagenoeg volle maan.  Na het ontbijt gaan we een loopje doen naar “Bushman Paradise”. We moeten een 100 meter hoge de granieten rots beklimmen en deze is dusdanig steil dat men voor de mensen uit de 21ste eeuw paaltjes met een ketting heeft aangebracht waarop met stevige bergschoenen goed is te lopen, terwijl onze voorouders dit 4000 jaar geleden zonder ketting en schoenen deden. Verderop is het minder steil en dalen en komen dan in een kleine vallei die helemaal omsloten is door rotswanden. Op de berghellingen liggen enorme rotsblokken die in de loop van de tijd naar beneden zijn gerold. Ik probeer om een ronde rots van ca 10 meter doorsnee om te rollen maar dat lukt net niet omdat ik zweethanden heb.

We gaan richting Windhoek en de banden rollen voor het eerst na 10 dagen weer over asfalt. De hoofdstad Windhoek is erg ruim opgezet maar de enige camping bij de stad ligt tussen een vliegveld en een drukke doorgaande weg en we zijn dus weer helmaal terug “in de bewoonde en beschaafde wereld”.

Woensdag gaan we op jacht naar een garage die gespecialiseerd moet zijn in onderhoud van 4×4 auto’s. Op de camping heb ik 2 namen gekregen, de eerste is de garage van een Duitser genaamd Etzold, gespecialiseerd in Toyota Landcruisers en ik zie een zeer “schone und grundliche” werkplaats maar helaas zijn ze de aankomende weken volgeboekt. Als ik het hek uitga komt er een oudere man aan en hij vraagt of hij me kan helpen. Ik vertel dat ik een goede 4×4 garage zoek maar dat deze helaas geen tijd heeft, dan zegt hij ik ben Wilfried Etzold, loop maar even mee. Hij smoest even met de chef-werkplaats en kunnen morgenochtend komen voor de 40.000 km beurt “so da haben wir wunderschon Gluck”. Dan gaan we op koelkastjacht maar dan blijkt dat het model dat wij hebben niet in Namibië verkocht wordt. We krijgen een adres van een reparatiebedrijf, gaan er heen en daar zullen ze proberen om het elektrische gedeelte te repareren. We kunnen ook de gasflessen laten vullen en kopen in een outdoorshop een zwarte potgy om op een kampvuurtje een maaltje te kunnen koken en brood te bakken. Dat zit allemaal enorm mee maar helaas kan de aansluiting van GPS niet gerepareerd worden en moeten we dus batterijen blijven gebruiken. Terug op de camping klussen we wat en zien een blauw oranje hagedis lopen op 5 meter van de camper.

‘s Avonds gaan we eten in het restaurant van de lodge/camping en het smaakt verrassend goed.

Donderdagmorgen leveren we om 7 uur de auto af bij de garage Etzold en worden naar het centrum van Windhoek gebracht en bij een kapper afgezet en laten beiden onze 9 weken lange haar kort wieken. Eind van de middag zal de auto klaar zijn en besteden deze dag met een 2 uur durende sightseeing bustour door Windhoek, maar er is weinig te sightseeen alleen enkele mooie gebouwen uit begin 1900 in de Duitse stijl en een mooi park. Windhoek is zeer ruim opgezet en wordt de schoonste hoofdstad van Afrika genoemd en dat klopt wel volgens ons.

Je ziet er veel Duitse namen zoals Bahnhoffstrassse en bedrijfsnamen als Gunther Schmidt etc. Ik bel met het bedrijf dat de koelkast repareert en men zegt dat een kapotte printplaat de oorzaak is en dat men probeert deze te repareren maar weet nog niet of het lukt en dat het mogelijk pas maandag klaar is. Ik leg uit dat we morgen naar Botswana moeten vertrekken om naar huis te kunnen vliegen en ze zullen hun best doen. We halen de auto op en deze ziet er als nieuw uit want hij is na 2 maanden intensief gebruik voor het eerst eens gewassen en uitgezogen. ’s Avonds gaan we met een taxi naar Joes Bierhaus, een groot restaurant waar elke toerist geweest moet zijn en wij dus ook, en eten er redelijk goed.

Vrijdagmorgen zijn we om 9 uur bij het reparatiebedrijf en tot onze blijde verbazing horen we dat het is gelukt om de printplaat te repareren maar dat deze nog ingebouwd moet worden om te kijken of de kast weer koelt. We wachten in de camper en als ik een uurtje later terugkom glimt de monteur en wordt mijn hand koud als ik in het diepvriesvakje voel. Dit hadden we niet verwacht en we zijn dolblij dat we weer alles en iedereen koud kunnen maken. We doen boodschappen en als we met een volle winkelwagen bij de auto komen vraagt een jongetje van 10 jaar of we uit Nederland komen en dan zegt hij “Robben en van Persie” en dat hij fan van Holland was met de WK,  ik geef hem een grote geplastificeerde foto van het Nederlands elftal. Hij glundert over zijn hele gezicht en kent de namen van bijna alle spelers.

We rijden rond 12 uur naar het oosten en zijn om 5 uur bij een camping vlak voor de grens met Botswana en drinken een heerlijk koud biertje en proosten op de geslaagde reparatie van de koelkast. Morgen gaan we de grens over en verlaten dan na 3 weken Namibië, wat een fantastisch land is met heel veel afwisselende dingen om te zien en te doen en ook veilig is. Een absolute aanrader om een vakantie te besteden. Er zijn veel verhuurbedrijven waar je een 4×4 auto met daktent kan huren, de wegen en de bewegwijzering zijn uitstekend en er zijn veel kampeer mogelijkheden. Iedereen spreekt Engels en soms ook Duits of Afrikaans dus doen!!!! Maar voordat je de van Zyl’s pas probeert moet je flink oefenen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.