Zimbabwe-Botswana (1 t/m 8 oktober 2010)
Vrijdagmorgen kunnen we op de camping bij Lusaka nog internetten, dat zal de aankomende dagen niet mogelijk zijn want we gaan naar een afgelegen wildpark in Zimbabwe. Ik maak mijn verslag af en verstuur het naar Marijke zodat zij het met de foto’s op de website kan zetten en de link kan doormailen. We rijden naar een winkelcentrum via binnendoor weggetjes en komen door de armere wijken waar het leven zich op straat afspeelt. Doordat De Spar pas laat open gaat en door de verkeersdrukte in Lusaka vertrekken we veel later dan gepland en Joke trapt het gas diep in. We worden prompt aangehouden door een vriendelijke agent die zegt dat we 95 km reden en omgerekend 30 euro boete moeten betalen. Ik zeg dat we op weg zijn naar Zimbabwe en nog maar weinig Zambiaans geld over hebben nl maar 15 euro, dat vindt hij goed, ik verwacht een bon maar hij steekt het geld in zijn zak en loopt weg, dit is onbedoelde corruptie maar kost ons minder tijd en geld. Via een mooie weg door de bergen komen we bij de grens en daar staat een spiksplinter nieuw gebouw waar zowel de Zambiaanse als de Zimbabwaanse ambtenaren gebroederlijk en overzichtelijk naast elkaar zitten. Men helpt ons overal vriendelijk en vlot en worden niet lastig gevallen door allerlei randfiguren die hun twijfelachtige diensten aanbieden. Om 4 uur zijn we bij de ingang van het Mana Pools Wild park, we zijn eigenlijk te laat maar mogen toch naar binnen. Het is 75 km rijden naar de camping over een echte klote hobbel weg. Na totaal 300 km rijden komen we voor de avondschemering aan bij de camping. We zoeken een plek, klappen de stoeltjes uit, trekken een biertje open en er komen tot dat we naar bed gaan 4 olifanten, 3 hyena’s, 2 nijlpaarden en 1 jakhals dicht langs de camper lopen.
Zaterdagmorgen doen we een gamedrive. De camping is gelegen midden in het park, er is geen hekwerk en de dieren kunnen dus overal lopen. Dat kan ook bij een paar andere wildparken maar het bijzondere van de Mana Pools is dat dit het enige park ter wereld is waar jezelf wandelingen mag maken (zonder begeleiding van een gewapende ranger) en dat je dus ook de auto uit mag terwijl er gevaarlijke wilde dieren rond lopen. Ik vermoed dat president Mugabe van Zimbabwe deze regel heeft ingesteld omdat hij zo de pest aan blanken heeft. In andere wildparken gaan we soms ook wel even kort uit de auto maar hier doe je het gemakkelijker terwijl de dieren toch even gevaarlijk zijn. We stappen uit bij de Long Pool, een grote plas waar we veel nijlpaarden en krokodillen zien en een aantal kudoes en zebra’s komen drinken en er zijn 2 super fraaie ooievaars met een fel rode snavel en een gele kap.
Terug op de camping betaal ik het kampgeld bij het kantoor en daar staat een grote vrouwtjes olifant, samen met een ranger naderen we stapje voor stapje het oerbeest tot op 3 meter. Ik zie van dichtbij hoe hij met zijn slurf zijn voedsel grijpt en in zijn bek gooit. Als we nog een stap naar voren doen draait zij zich ineens om, flappert met haar oren en wij deinzen terug, maar ze doet verder niets. Overdag op de camping is het met 38 graden flink heet, ik doe wat onderhoud aan de auto. De apen springen op de camper en we proberen ze weg te jagen maar blijkbaar vinden ze ons voertuig zo mooi dat ze erop blijven zitten. Pas als ik mijn katapult pak schieten ze snel weg voordat ik geschoten heb. Tegen de avond komen nog even 8 olifanten over de camping lopen. Joke kookt buiten op het gasstel een lekkere maaltijd terwijl het kampvuur romantisch brandt.
Zondagmorgen doe ik om 6 uur de camperdeur open en kijk een buffel recht in zijn bek, hij is samen met 20 woest kijkende vrienden aan het grazen op de camping.
We doen een gamedrive en stoppen bij een uitkijkpunt aan de rivier waar veel waterbokken grazen en prachtig gekleurde vogels zijn. We klappen de stoeltjes uit, zetten thee, bakken broodjes en nuttigen ons ontbijt genietend van het prachtige uitzicht. Wat is dit apart en mooi! We verlaten het Mana Pool park en rijden naar Kariba aan het gelijknamige stuwmeer en gaan op een camping aan het meer staan. In de reisgids staat dat er ook een zwembad is, dit heeft bepaald geen olympische afmetingen want het is meer een veredelde badkuip. Ondanks dat het geen wildpark is horen we nijlpaarden proesten en zien 2 jonge olifanten in het water. Het lijkt alsof ze met elkaar spelen, of zijn ze met een voorspel bezig? Als ik ze op de foto heb gezet gaan ze het water uit en lopen het bos in terwijl eentje even schalks achterom kijkt en mij achterlaat met de vraag wat ze nu gaan doen. Ik ga even bij de bar internetten, Joke ruimt de camper op en ziet ineens op 10 meter van de camper 4 olifanten voorbij lopen, eentje stopt om een oppertje van 10 kg te poepen en een flinke hoeveelheid van zich af te zeiken met een leuter van ruim een meuter.
Maandag 4 oktober gaan we om 7 rijden en nemen een binnendoor route die ik via internet heb gedownload. Deze weg staat niet op onze kaart maar mbv van gps coördinaten controleren we waar we moeten afslaan. Sommige bergweggetjes zijn rotsig en kruipen dan in de 1ste versnelling traag omhoog, maar op andere stukken kunnen we 30 km rijden. Als we de bergen door zijn komen we in een dorre streek met afgelegen dorpjes en meestal armoedige hutjes, maar enkele zijn mooi beschilderd.
Na 4 uur rijden komen we op een doorgaande grindweg en hebben 150 km afgesneden. Nu kunnen we gemiddeld 40 km per uur rijden, de weg is af en toe flink hobbelig en op bepaalde plekken enorm zanderig waardoor een wolk van stof in de auto komt. Het landschap is niet bepaald mooi, op veel plekken is het gras weggebrand waardoor het desolaat aan doet. Er zijn onderweg geen campings of lodges en bushcampen in dit landschap is ook niet een aantrekkelijke optie. Dus rijden we flink door en zijn na 350 km en 10 uur toeren net voor het donker bij een mooie lodge met zwembad. We kopen van de lodge-eigenaar 6 blikjes ijskoud bier want de koelbox die we gekocht hebben kan maar maximaal 20 graden koelen onder de buitenlucht temperatuur die vandaag 41 graden is. We spoelen het stof af in het zwembad en de inwendige mens wordt doorgespoeld met heerlijke ijskoude rakkers.
Dinsdag rijden we via onverharde wegen 250 km verder naar het westen en zien een paar keer de imposante Zambezi rivier stromen. Het landschap is hier veel mooier dan gisteren en de compounds en hutjes zien er ook verzorgder uit. Onderweg vragen we een paar keer de weg en de Zimbabwanen zijn heel vriendelijk en de kinderen zwaaien natuurlijk ook.
Om 2 uur zijn we op de camping bij de Victoria Falls, de grootste toeristische attractie van Zimbabwe. De prijzen voor de camping en andere zaken zijn hier vele malen hoger zijn dan in de rest van het land. We gaan ’s avonds eten bij Mamma Africa waar een Afrikaanse band speelt, we verwachten opzwepende muziek maar we horen helaas de meest slaapverwekkende middle-of- the-road deuntjes. De ober die Far heet komt 4 keer zeggen dat ons eten bijna klaar is, het moet blijkbaar van Far away komen, als het uiteindelijk gebracht wordt smaakt het verder goed.
Woensdag gaan we raften. Dat hebben we eerder gedaan oa in Costa Rica en dat was door het macho gedrag van de stuurman toen dusdanig heftig dat Joke het nooit meer wilde doen. Maar ze is zo standvastig als een vrouw en door al dat water van de Vic Falls, de mooie Zambezi rivier en de enthousiaste verhalen boeken we toch een trip bij een betrouwbare organisatie. We gaan samen met 4 Nederlandse jongens van rond de 25 jaar die met een overlandtruck in 3 weken de bijna 6000km van Kaapstad naar hier hebben afgelegd. Eentje komt uit Nijkerk en een andere uit Terschuur en het klikt meteen. We krijgen uitleg wat we gaan doen en hoe de 21 te nemen rapids en draaikolken heten zoals de angst inboezemende namen “Double Trouble”, “Commercial Suicide” of “The Terminator”, maar door de uitgebreide veiligheidsinstructies komt het vertrouwen weer terug. Dan moeten we 100 meter een uiterst steile trap afdalen en dat is niet bepaald de meest favoriete hobby van Joke. We lopen onder de imposanteVictoria bridge door, die de grensovergang is tussen Zambia en Zimbabwe. Via een steile rots klimmen we in een vlot en als je tegen de 60 bent gaat het niet zo vlot. Aan boord krijgen we gedegen uitleg hoe als team te raften, we oefenen de commando’s. De stuurman is een serieuze maar ook heel grappige vent en dat boezemt vertrouwen in en dan…. Geht es loss…… Bij de eerste rapid worden we meteen door en door nat van het schuimende water. Bij rapid 3 valt iemand uit een andere boot in het woeste water. Bij rapid 4 kapseist de raft voor ons maar wij blijven in de kolkende watermassa overeind. Bij rapid 5, genaamd “Stairway to Heaven” passeren we de draaikolk genaamd “The Washing Machine” op nog geen 2 meter en zien alleen wit schuim, maar we halen het en juichend doen we een high 5 met de roeispanen. Het is super spannend en uiterst enerverend. Rapid 7 is van de 5de categorie en genaamd “Fried Chicken”, het gladde water stroomt met grote snelheid naar beneden en verandert dan in een kolkende massa. We peddelen uit alle macht om de grote draaikolk te omzeilen maar te vergeefs. De enorme kracht van het water gooit de raft om. We vliegen uit de boot, 2 jongens zijn als het ware gelanceerd en komen meters verder proestend boven. Ik ben onder het vlot maar kan er onderuit zwemmen, Joke heeft de life line vast gehouden en hangt nog aan de raft. De stuurman klimt op de omgeslagen boot, telt 6 hoofden en trekt dan Joke op de raft dat nog met flinke vaart door het water gaat. In iets rustiger water wordt de raft omgekeerd en iedereen wordt aan boord getrokken.
De mee peddelende veiligheids kanos brengen de roeispanen terug en met een flinke dosis tegenzin moet Joke verder. Rapid 8 is een relatief eitje en rapid 9 is een categorie 6, die nemen we niet en lopen er omheen. De rafts gaan daar bemanningsloos door de enorme draaikolken en slaan zelfs leeg om. Dan hebben we een lunchstop met sla en kip en Joke ziet op tegen de middag. Gelukkig zijn de komende rapids wat minder heftig en langzamerhand begint ze het leuk te vinden en kan genieten van de mooie omgeving met steile rotswanden. Waar het water rustig stroomt zien we op de kant een krokodil liggen, maar in snel stromend water durven deze grote lafbekken niet in het water en dan duiken wij uit het vlot en worden met flinke snelheid meegevoerd. Rapid 18 genaamd “Jaws of Death” is nog een heftige van de categorie 5 maar we nemen deze zonder problemen. Dan komen we bij het eindpunt en Joke zegt tegen de camera man “It was a very nice trip”. We moeten een half uur via het steile bergpad omhoog klimmen maar dit wordt beloond met koude versnaperingen. Als we terug naar de camping rijden laat de fotograaf de foto’s zien die gemaakt zijn en bestellen ze. Om 5 uur wordt de cd met foto’s gebracht en op het scherm van de laptop zien we de woeste rapids waar we met vlot en al af en toe volledig onder wit kolkend water zijn verdwenen. Stijf en moe gaan we ‘s avonds uit eten en al om 9 uur naar bed.
Donderdagmorgen klimt Joke met stijve ledematen uit bed na een nacht vol dromen over raften op woest stromend water. We bekijken de videofilm die de 4 jongens van het raften hebben laten maken en Joke concludeert dat ze niet zou zijn gegaan als ze deze film vooraf had gezien. We gaan Victoria watervallen bezoeken waar nu, in het droge seizoen, veel minder water naar beneden stort, namelijk 50.000 m3 per minuut.
Toen wij er 3 jaar gelden waren, in de natte tijd stortte 5 miljoen m3 neer, oftewel per minuut de inhoud van 20 miljard bierglazen. Toch is het nu ook imposant om te zien hoe het water zo’n 100 meter naar beneden valt.We rijden daarna naar Kasane in Botswana, de grenspassage gaat lekker vlot. We nemen een camping bij een 4 sterren lodge met een mooi zwembad en dito uitzicht op de Chobe rivier.
Vrijdag doen we eerst boodschappen in het stadje Kasane dat leeft van de safari’s. Er zijn veel westerlingen die in keurig gestreken khaki kleding rondlopen en safari trips doen met een boot of in een open auto. We rijden naar de ingang van het Chobe park en men zegt dat er geen plek vrij is op de camping midden in het park. Dat is bijna nooit het geval want er kan gereserveerd worden zonder vooraf iets te betalen en dan komt men vaak niet opdagen. We nemen een dagkaart en rijden naar de oever van de Chobe rivier en zien daar een groep van wel 150 olifanten die badderen in de modder, of met water of stof hun dikke lijf besproeien, of met hun slurf gras vreten. Ze zijn er in allerlei formaten, van grote mannetjes tot kleine babyfantjes die nog bij hun moeder drinken.
We rijden verder langs de rivier en zien oa grote groepen giraffen, nijlpaarden, sabelantilopen, kudus etc. Onvergetelijk om te zien! Begin van de middag gaan we in de schaduw van een boom eten want het is 40 graden. Via smalle paadjes rijden we verder en zien we bij elke grote boom een groepje olifanten staan. We tellen onze vingers rauw want we zien vandaag ruim 400 olifanten waarvan er slechts eentje agressief op ons afkomt en wij hard in de achteruit weg moeten rijden. Om 5 uur zijn we bij de camping en vragen of ze een plekje voor ons hebben, ik vertel zielig het smoesje dat de auto niet goed loopt omdat we vuile diesel hebben. We mogen staan op nummer 8 met uitzicht op de Chobe rivier en zien dat er van de 10 plaatsen nog 2 plekken leeg blijven op deze “volgeboekte” camping. We gaan bbqen en maken een kampvuurtje. Er komt verder geen groot wild langs, alleen een nijlpaard, de onvermijdelijke apen en veel impala’s. Aan de donkere hemel staan heel veel sterren en verlichten dit prachtige Chobe park.







